
Bij elke stap hoor ik mensen klagen over de hitte, die plakkende aanwezigheid die nog moeilijker te verdragen is met de droogte. We weten allemaal wat er gebeurt met de druk in een ketel als de temperatuur oploopt. Vandaar dat men problemen en onlusten voorspelt voor deze zomer. Juni is van start gegaan met het wachten op de veranderingen die plaatsvinden met een uitputtende sloomheid, met een halfslachtigheid die de situatie alleen maar verergert. Sinds de eerste dagen van mei heeft men het aan enkele kappers toegestaan om hun werkplek in vruchtgebruik te nemen. Hierdoor zijn ze niet langer in dienst van de overheid, maar moeten haar een vaste belasting betalen die nogal fors is. Aan de ene kant winnen deze ondernemers aan autonomie, maar de andere kant van de medaille is dat de prijs van een knipbeurt omhoog is geschoten naar bijna het dubbele, aangezien men nu de kosten van de winkel moet doorbelasten, aan de fiscus moet afdragen en zelf nog wat winst wilt overhouden.
Het punt dat nog onhandiger lijkt te worden aangepakt is de kwestie van de verwachte vrijlating van politieke gevangenen, evenzeer becommentarieerd in de buitenlandse pers als verzwegen in de nationale media. De verwachting was dat reeds deze dagen de mannen het gevang zouden verlaten van wie zelfs Silvio Rodríguez heeft erkend dat ze “te zwaar waren veroordeeld”. De overplaatsing van zes van hen naar gevangenissen dichter bij huis heeft een luchtje van vertragingstactiek, van officiële pesterij ten opzichte van zoveel verwachtingen. Het is niet genoeg om hervormingen te eisen. We moeten doorzetten zodat ze er zo snel mogelijk komen, omdat – in de vreemde alchemie van onze huidige situatie – uitstel een explosief element kan blijken te zijn.
Bovenop dit alles is deze zomer zonder neerslag gearriveerd, met ventilatoren die de hele dag draaien en de elektriciteitsrekeningen die er met ons salaris vandoor gaan. Een onophoudelijke verstikking is voelbaar in de lange rijen voor de stadsbus, een benauwde hitte die ons vergezelt bij onze toch al bewerkelijke zoektocht naar voedsel. Waaiers die slechts warme lucht in onze gezichten wapperen, douchen onder een mand of emmer waaronder men vandaan komt met nieuwe zweetdruppels op de huid. Het zijn dagen waarop mijn vrienden hun geduld verliezen en tussen de familiepaperassen speuren naar de geboorteakte van een Spaanse grootouder*. In de ogen van velen lees je de niet uitgesproken zin: “Ik trek het niet meer”. Ontspan, zeg ik hen, misschien is de hitte de katalysator die we nodig hebben, het duwtje dat een lethargisch volk kan gebruiken om te eisen dat de beloofde marktopeningen nog geen maand langer op zich laten wachten.
Voetnoot van de vertalers:
* Spanje heeft recentelijk een wet aangenomen op basis waarvan Cubanen met Spaanse voorouders de Spaanse nationaliteit kunnen aanvragen. Eenmaal voorzien van de Spaanse nationaliteit komt men in aanmerking voor emigratie uit Cuba.
Entries (RSS)