Een klassiek Spaans toneelstuk, geschreven door Lope de Vega in 1610, vertelt het verhaal van een tirannieke leider die wordt omgebracht door een heel volk. In het plaatsje Fuenteovejuna verenigen de mensen zich om een eind te maken aan het machtsmisbruik door één man. De buurtbewoners spreken af de feodale heer te lynchen, die al op de eerste pagina’s aanspraak maakt op zijn ‘droit de seigneur’ ten aanzien van de jonge vrouwen in het oord. Na de executie begint een rechter een onderzoek naar de hoofddader van het misdrijf, maar stuit op een collectieve verantwoordelijkheid, op een commune overtuiging dat het recht zijn beloop heeft gehad. Op de vraag wie de leider heeft gedood, antwoordt een koor: “Fuenteovejuna, Edelachtbare”. Wanneer de magistraat verder vraagt wie Fuenteovejuna dan wel is, blijft een onbetwistbare bevestiging in de lucht hangen: “Allen voor één, Edelachtbare”.

Gelukkig zijn zowel de burgerbewegingen als de activisten, zowel de opposanten als de dissidenten in het huidige Cuba pacifist. Zij zijn geen voorstander van “het vermoorden van de Commandant” noch van enige andere bloedige of traumatische oplossing. Maar ze hebben wel de les geleerd die Lope de Vega meer dan 400 jaar geleden zo magistraal ten tonele voerde. Het verbond, de samenwerking en de toenadering maken hen sterker tegenover de verticaliteit van een totalitaire regering. Het belang van coalities is zo groot, dat de belangrijkste taak van de veiligheidsdienst hier vandaag de dag bestaat uit het vernietigen van bruggen en het uiteendrijven van mogelijk allianties.  Intriges, confrontaties en ophitserij zijn de meest gebruikte strategieën van de staatsveiligheidsdienst in een poging om de losse delen van de civiele lapjesdeken uit elkaar te houden. Helaas hebben ze een langdurig effect bereikt met deze onwaardige handelswijze.

De dagen van onenigheid lopen echter op hun laatste benen. Misschien is het een illusie van mijn kant, maar ik zie dat we steeds bewuster worden van het feit dat we samen erg moeilijk de mond gesnoerd kunnen worden. Het meest recente signaal dat we de onderlinge verwijten en bitterheid achter ons hebben gelaten is het document “Burgereisen voor een ander Cuba”. Het zien van zoveel verscheidenheid, van zoveel diversiteit onder de ondertekenaars, geeft mij hoop. Het doet me geloven dat al die intriges die op de burelen van de staatsveiligheid worden bekokstoofd nauwelijks meer een deuk in ons zelfbewustzijn kunnen slaan. Wat is een commandant nog als zijn onderdanen besluiten om hem niet langer blind te volgen? Wie wordt nog de ‘misdaad’ van een mening te laste gelegd, als iedere dag meer burgers durven te zeggen wat ze denken? Eindelijk, Fuenteovejuna zonder feodale leider.

- - - - - - - - -

Burgereisen voor een ander Cuba

Als Cubanen, legitieme kinderen van dit land en essentieel onderdeel van onze natie, voelen wij een diep verdriet vanwege de lang aanhoudende crisis die wij doormaken en de getoonde onmacht van de huidige regering om fundamentele veranderingen door te voeren. Dit verplicht ons om vanuit de civiele maatschappij te zoeken naar onze eigen oplossingen en deze op te eisen.

De miserabele inkomens, de schaarste van voedsel en onderdak, de massale emigratie door gebrek aan kansen, de discriminatie van andersdenkenden, de afwezigheid van mogelijkheden voor het publieke debat, de willekeurige aanhoudingen, het schenden van mensenrechten, de corruptie en onwrikbaarheid van leidende elite zijn enkele symptomen van de moeilijke werkelijkheid waar wij tegenaan lopen.

Wij willen publiekelijk discussiëren over het duale geldstelsel, de restricties op het vrij verkeer van personen, het recht van arbeiders op een fatsoenlijk salaris, het recht van iedere Cubaan, ongeacht waar hij woont, om economische initiatieven te ontplooien in zijn eigen land, de demografische crisis, het vrije toegang tot internet en de nieuwe technologieën. Wij willen debatteren over het uitoefening van democratie.

Op basis van de grondwet van de Republiek Cuba, die verklaart:

In Artikel 3: In de Republiek Cuba ligt de soevereiniteit bij het volk, van waaruit al de macht van de Staat voortvloeit.
En in Artikel 63: Alle burgers hebben het recht om klachten en petities in te dienen bij de autoriteiten en het recht op adequate aandacht en antwoorden binnen redelijke termijn, in overeenstemming met de wet.

EISEN WIJ VAN DE CUBAANSE REGERING:

Dat zij met onmiddellijke ingang de essentiële juridische en politieke garanties implementeert die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Mensenrechten en dat zij zowel het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten als het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten van de Verenigde Naties ratificeert, welke de Cubaanse regering op 28 februari 2008  heeft ondertekend in New York. Hiermee zou een garantie worden afgegeven dat iedere burger kan rekenen op respect, ongeacht zijn of haar denkbeelden of sociaal-politieke daden. Tevens zouden de rechten worden hersteld van iedereen die het oneens is met de regering. Wij achten deze rechten essentieel voor de formatie van een modern, vrij en veelzijdig Cuba, dat ons allen accepteert en onze soevereiniteit een plaats geeft in dynamische en steeds kleiner wordende wereld.

Wij voelen ons betrokken bij een democratische transformatie , waarbij iedereen zijn ideeën naar voren mag brengen en mag meewerken aan de implementatie ervan. Wij nodigen alle Cubanen – binnen of buiten het eiland – uit om, als zij zich identificeren met deze eisen, zich aan te sluiten bij deze rechtvaardige en noodzakelijke claim. Onze hoop om gehoord te worden door de regering is bijna uitgeput. Toch hebben wij besloten om deze eisen neer te leggen bij de autoriteiten, als een dringende poging om te komen tot een efficiënte overeenstemming. Wij zijn vastbesloten om het institutionele stilzwijgen niet langer te accepteren als antwoord op onze eisen tot het ratificeren van de genoemde verdragen.

Leave a Reply