Deze dagen gaat het land gebukt onder een honkbalkoorts vanwege de laatste wedstrijden van de play-offs in de nationale competitie. De Industrialistas slepen in het blauw, terwijl rood de kleur is van de club uit Santiago de Cuba. Op meerdere balkons, deuren en muren hangen posters met teksten als “Industriales Kampioen” of “Santiago de beste”. Bij de militanten van de Partij heeft het idee post gevat dat moet worden voorkomen dat tijdens de wedstrijden in het grote Latinoamericano Stadion het woord “Palestijnen” gescandeerd wordt als denigrerende term voor de spelers van het team uit het oosten des lands. En dat terwijl het vertoon van politieke leuzen binnen en rondom het stadion zelf slechts vergelijkbaar is met de toestanden rond de Top van Niet-gebonden Landen, afgelopen september.

Zelfs ik, die de passie voor honkbal niet deel, kijk naar de wedstrijden op tv en juich wanneer de leeuwen van Industriales scoren. Maar tegelijkertijd merk ik op dat het honkbalfestijn ons deze dagen in een irreële sluimertoestand dompelt en zelfs het opduiken van de getolereerde aanmoedigingen op straat is een voetnoot, een tijdelijke toestemming, die we niet mogen gebruiken voor andere thema’s. Ik kan me wel voorstellen wat er zou gebeuren als ik, na afloop van de wedstrijden, een klein spandoekje aan mijn balkon hang met: “Ja tegen ethanol” of “Internet voor iedereen”.

Leave a Reply