Opscheppen over prestaties van onze kinderen en het rondbazuinen van goede cijfers die zij voor een examen hebben gehaald, zijn van die pleziertjes die we ons niet laten ontnemen als de gelegenheid zich voordoet. Als het juni is en we een buur of vriend tegenkomen, wordt de obligate vraag gesteld: “Hoe gaat het met de eindejaarstoetsen van je kind?” De hitte verdwijnt even naar het tweede plan en de zomerse apathie krijgt weer wat mystiek bij de vraag “Slaagt hij of niet?”, “Gaat hij over?” Gedurende lange nachten worden wiskundeopgaven geoefend, er zijn onvoldoende privéleraren voor zoveel eindexamenleerlingen en op de buitenmuren van de school hangen de lijsten met resultaten. De eindejaarswervelwind zuigt ons naar binnen … maar dit jaar zijn er ook een paar noviteiten.
Na de invoering van de ene onderwijsmethode na de andere, zijn de eerste lichtingen van leerlingen die zijn klaargestoomd in dergelijke educatieve ‘laboratoria’ inmiddels op de universiteit beland. Ik heb het over degenen, die vanaf de eerste klas van de middelbare school, zich geconfronteerd zagen door de zogenoemde “opkomende leerkrachten”; dezelfde tieners die jarenlang 60% van het onderwijs via een televisiescherm hebben genoten. Mijn zoon is hier een goed voorbeeld van. Hij had geluk dat het “Onderwijs op het Platteland” programma werd afgeschaft – uitstekend nieuws – maar werd het slachtoffer van de herstructurering van het onderwijssysteem, dat werd geplaagd door mislukkingen, verloren uren en een ondermaatse academische voorbereiding van de docenten. Hij heeft ook geleden onder de hoge absentiecijfers onder de leerkrachten van wie het salaris nog altijd symbolisch, zo niet belachelijk, is. Dit alles gecombineerd met een aanwezigheid – excessief en doorlopend – van een ideologie die zelfs die vakken beïnvloedt die ver verwijderd zijn van het politieke spectrum.
Deze winden brengen ons nu daadwerkelijke stormen. Het gebrek aan educatieve kwaliteit botst met de steeds hogere eisen die aan de eindexamens van het middelbaar onderwijs worden gesteld. Het resultaat: scholen waar nauwelijks drie of vier leerlingen een voldoende halen; hele klassen die gezamenlijk moeten studeren en een herexamen doen, ouders op de rand van een zenuwinzinking bij de ontdekking dat hun ‘intelligente’ kind zelfs de theorie van Pythagoras niet heeft geleerd. Bij een dergelijke wanorde helpt alleen de harde hand; het krankzinnige onderwijssysteem begint eindelijk terug te keren naar de rede. We hebben het hier alleen niet over nummers, maar over jongeren wier onderwijs ver onder het niveau van de huidige eindexamens heeft gelegen. Personen die onbedoeld het mislukken van het vrijwilligerswerk en schoolse experimenten aantonen.
Op de bekers van het CLICK Festival zie je onze glimlach weerspiegeld.
Terwijl ik deze korte tekst schrijf, lijkt de waslijn onder het gewicht van de was te protesteren, krabbelt de hond aan de deur omdat hij wil eten en vraagt mijn zoon of er vandaag nog een middagmaal komt. Na verscheidene dagen mijn huis verwaarloosd te hebben, valt de huiselijke routine weer op me, haalt me uit de droom over kilobytes en brengt me weer terug bij het gewone leven van alledag. Maar het is het waard geweest. Sinds afgelopen donderdag heb ik een vooruitblik op de toekomst beleefd, een klein stukje ‘morgen’ midden in dit Havana dat gevangen zit in het verleden. Het CLICK Festival was een voorproefje op de onderwerpen waarover de Cubanen anno 2020 zullen spreken en mijn ongeduldige kleinkinderen zo rond 2050. Drie dagen om “na te denken over technologie, er plannen over te maken, het ons eigen te maken…”, die verliepen in een pluriforme sfeer waarbij niemand werd uitgesloten. Onderwerpen die behandeld werden liepen van het maken van kunst in het digitale tijdperk tot het schetsen van de hoofdlijnen van een mogelijk handvest voor de rechten van internetgebruikers.
Het bleek heel moeilijk om dit evenement langs alternatieve wegen te organiseren in een maatschappij waar elke stap die je zet is omgeven door obstakels en hindernissen, en nog veel meer als iets op eigen initiatief wordt ondernomen. Zo kon verscheidene keren een gast niet op tijd in een panel zitting nemen door transportproblemen, tuitten onze oren door het lawaai van de feedback van de gebrekkige geluidsinstallatie en kwam het sobere vieruurtje later dan onze magen konden verdragen. Maar dat was slechts het podium, het geïmproviseerde fysieke raamwerk waarbinnen plaats vond wat van werkelijk belang was. Ondanks alle materiële eenvoud, slaagde het CLICK Festival er in onze verwachtingen te overtreffen. Een vrij en open ongecensureerd debat, een grote publieke deelname en het succes om het tot een technologische en futuristische ontmoeting te maken, bleken de beste resultaten te zijn. Meer dan 200 personen kwamen gedurende de 3 dagen dat de samenkomst duurde een kijkje nemen op de locatie en op donderdag 21 juni was er ’s middags zelfs een bijeenkomst met 102 belangstellenden in sociale netwerken en Web 2.0. Alle geplande workshops konden doorgaan en de hevige regenbuien boven de stad konden het enthousiasme niet temperen, hoewel sommigen van ons een verkoudheid hebben opgelopen door kletsnatte schoenen en de vochtigheid.
Toch zijn we er niet in geslaagd de gewenste variëteit aan internetgebruikers bijeen te brengen. En dat was niet omdat mensen met een bepaalde ideologie of bepaalde groepen niet welkom waren, maar omdat velen liever niet kwamen, hoewel ze wel waren uitgenodigd. De vrees voor een uitwisseling van gedachten, de angst voor een omhelzing blijft op dit Eiland ook de virtuele wereld beheersen. Het hoofdartikel in “Cubadebate” – dreigend en extremistisch – moet sommigen, die erbij hadden willen zijn, bang hebben gemaakt. Maar wat we wél hebben bereikt, is dat de Cubaanse overheid op precies dezelfde dagen – in alle ijl – een Kennisfestival heeft georganiseerd om de mensen te leren weblogs te maken en twitteraccounts aan te maken. Dat is naar mijn oordeel het beste resultaat van ons nietige CLICK Festival. Als we hen, door tegen de muur te duwen, kunnen dwingen om die een paar centimeter te verschuiven …., dan, ja dan hebben we deels bereikt wat we willen.
Voor volgend jaar zal het CLICK Festival het niveau van de panels moeten verbeteren, een WiFi netwerk moeten aanleggen om de deelnemers in staat te stellen het materiaal van het evenement te downloaden, een zekere mate van serieusheid van zich moeten afschudden om interactiever te worden en journalisten, bloggers en twitteraars moeten zien aan te trekken, die er deze keer liever niet bij waren. We moeten jongere mensen zien te bereiken, voor wie het mobieltje, het toetsenbord en de muis als het ware verlengstukken zijn van hun eigen lichaam. Alhoewel – ik ben heel blij het te kunnen zeggen – verscheidene jongeren al dit jaar binnengeglipt zijn. Zoals een korte tweet op het account @FestivalCLIC zei: “We zullen niet alleen maar een evenement zijn. Vandaag wordt er een gemeenschap geboren”. We zullen elkaar dus opnieuw zien, met ondersteuning van Evento Blogs España (EBES), de onhandigheid van de staatsmedia en de speelse en rebelse geest van onze internetters.
Het regent in Havana, een aanhoudende miezerregen die al vanaf vanochtend de zon verborgen houdt. Afgezien van de modder in de straten en het gevaar van instortende gebouwen, zou ik zeggen dat deze stad op haar mooist is wanneer ze is natgeregend. Het leven gaat langzamer, komt tot stilstand; van de stukjes gazon en open land stijgen geuren op die uitgestorven lijken in deze metropool. Op de gevels ontstaan stroompjes en weldra zijn ze helemaal bedekt met die natuurlijk verf… honderd procent water dat niets kost. De plassen weerspiegelen als grap de balkonnetjes, de deuren en de halve bogen van sommige ingangen. Zelfs de ruwe betonnen gebouwen in de wijk waar ik woon winnen aan charme in de nattigheid, misschien omdat de regen hen terugbrengt naar de koude en grijze regio’s waar ze werden bedacht door Oost-Europese architecten.
Het is juni, zomer, op een eiland met een tropisch klimaat, waar de orkanen en de neerslag inherent zijn verbonden met onze levens. En toch blijft de onhandigheid zichtbaar waarmee we omgaan met dergelijke regenachtige dagen. Alsof we nog nooit een regenbui hebben meegemaakt. Er vallen nog geen vier druppels of de schoolabsentie schiet de hoogte in, de bureaucratische procedures ontsporen omdat de dienstdoende ambtenaar thuisblijft vanwege de neerslag. Het verkeer is nog chaotischer dan is al is op normale dagen en zelfs de winkels draaien op halve kracht. Het kenmerkende gebrek aan punctualiteit op dit eiland wordt nog erger en openings- of sluitingstijden worden volstrekt willekeurig vastgesteld met het argument: “Het regent nou eenmaal…”. Het lijkt wel alsof wij van suiker zijn en zullen oplossen bij het minste of geringste druppeltje.
Aan de andere kant, beschermende kleding en gebruiksvoorwerpen als paraplu’s zijn schaars en kostbaar. Een paraplu kopen kan op dit moment in de stad wel eens een zeer moeilijke en dure opgave worden, waarbij tussen een derde en de helft van een maandsalaris moeten worden neergeteld. In de maanden met de meeste neerslag valt er geen groei van de import of productie van poncho’s of regenjassen waar te nemen. Maar het meest alarmerende is niet dat het lastig is om een paraplu te vinden en om niet nat te worden. Het ergste is dat wij van jongs af aan opgroeien met het idee dat een regenbuitje voldoende reden is om te laat te komen, weg te blijven of het hele dagprogramma te schrappen. Als volwassenen benaderen wij de regen als iets vreemds, onbegrijpelijks, waarop we niet zijn voorbereid.
Ze vroeg alleen om dezelfde rechten als een man heeft in haar land. Ze maakte gebruik van luidsprekers om te protesteren tegen de wetten die haar in Iran onbeschermd laten en achtergesteld aan de mannen. Blogger en feministe Farnaz Seifi ging in ballingschap naar Duitsland nadat ze meerdere keren was gearresteerd en bedreigd in haar geboorteland. De groeiende druk op haar familie dwong haar om onder een pseudoniem te schrijven. Het drama dat zij meemaakt is duizenden jaren oud, maar zij weet dat de absurditeit op een dag afgelopen kan zijn, zomaar kan stoppen. Deze minieme hoop maakte dat ze zich niet conformeerde en samen met een twintigtal activisten de beweging “Verandering naar gelijkheid” oprichtte. Ze gebruikt het toetsenbord om de volkswoede op afstand te houden en de sociale netwerken als route om misstanden aan de kaak te stellen waarover zoveel feministen niet durven te vertellen.
Zeng Jinyan houdt zich op haar beurt vast aan de liefde. Deze genegenheid die haar verbindt met Hu Jia, de beroemde mensenrechtenactivist in China. Haar echtgenoot heeft systematisch geprotesteerd tegen de slechte behandeling van AIDS patiënten en tegen milieuvervuiling in een land waarin de enige politieke partij slechts een versie van de waarheid promoot. Zeng heeft op internet verslag gedaan van hun zwaarste momenten in de laatste jaren, de aanhouding en celstraf van haar man, de lange dagen van huisarrest die zij met haar baby moest ondergaan en de zachte omhelzing toen men hem weer vrij liet. Dat is de vreemde paradox van de huidige technologie: men verbood haar het huis te verlaten, maar tegelijkertijd werd de afstand tussen haar en haar lezers kleiner in cyberspace.
In een documentaire over het gebruik van de nieuwe media als wapen in de strijd tegen de censuur, word ik naast deze bewonderenswaardige vrouwen geplaatst. Onder de titel “Forbidden Voices” heeft de Zwitserse regisseur Barbara Miller beelden, interviews en huishoudelijke scènes verzameld die een beeld schetsen van de mens achter een Twitteraccount, van de persoon wier virtuele bestaan veel vrijer is dan in realiteit. Vandaar dat het een verhaal is geworden van vier vrouwen, drie van hen op zoek naar respect en ruimte in hun eigen maatschappij en de vierde, de maker van de film, die door haar lens en met veel geduld visueel uitdrukking geeft aan haar eigen rebellie.
Een klassiek Spaans toneelstuk, geschreven door Lope de Vega in 1610, vertelt het verhaal van een tirannieke leider die wordt omgebracht door een heel volk. In het plaatsje Fuenteovejuna verenigen de mensen zich om een eind te maken aan het machtsmisbruik door één man. De buurtbewoners spreken af de feodale heer te lynchen, die al op de eerste pagina’s aanspraak maakt op zijn ‘droit de seigneur’ ten aanzien van de jonge vrouwen in het oord. Na de executie begint een rechter een onderzoek naar de hoofddader van het misdrijf, maar stuit op een collectieve verantwoordelijkheid, op een commune overtuiging dat het recht zijn beloop heeft gehad. Op de vraag wie de leider heeft gedood, antwoordt een koor: “Fuenteovejuna, Edelachtbare”. Wanneer de magistraat verder vraagt wie Fuenteovejuna dan wel is, blijft een onbetwistbare bevestiging in de lucht hangen: “Allen voor één, Edelachtbare”.
Gelukkig zijn zowel de burgerbewegingen als de activisten, zowel de opposanten als de dissidenten in het huidige Cuba pacifist. Zij zijn geen voorstander van “het vermoorden van de Commandant” noch van enige andere bloedige of traumatische oplossing. Maar ze hebben wel de les geleerd die Lope de Vega meer dan 400 jaar geleden zo magistraal ten tonele voerde. Het verbond, de samenwerking en de toenadering maken hen sterker tegenover de verticaliteit van een totalitaire regering. Het belang van coalities is zo groot, dat de belangrijkste taak van de veiligheidsdienst hier vandaag de dag bestaat uit het vernietigen van bruggen en het uiteendrijven van mogelijk allianties. Intriges, confrontaties en ophitserij zijn de meest gebruikte strategieën van de staatsveiligheidsdienst in een poging om de losse delen van de civiele lapjesdeken uit elkaar te houden. Helaas hebben ze een langdurig effect bereikt met deze onwaardige handelswijze.
De dagen van onenigheid lopen echter op hun laatste benen. Misschien is het een illusie van mijn kant, maar ik zie dat we steeds bewuster worden van het feit dat we samen erg moeilijk de mond gesnoerd kunnen worden. Het meest recente signaal dat we de onderlinge verwijten en bitterheid achter ons hebben gelaten is het document “Burgereisen voor een ander Cuba”. Het zien van zoveel verscheidenheid, van zoveel diversiteit onder de ondertekenaars, geeft mij hoop. Het doet me geloven dat al die intriges die op de burelen van de staatsveiligheid worden bekokstoofd nauwelijks meer een deuk in ons zelfbewustzijn kunnen slaan. Wat is een commandant nog als zijn onderdanen besluiten om hem niet langer blind te volgen? Wie wordt nog de ‘misdaad’ van een mening te laste gelegd, als iedere dag meer burgers durven te zeggen wat ze denken? Eindelijk, Fuenteovejuna zonder feodale leider.
- - - - - - - - -
Burgereisen voor een ander Cuba
Als Cubanen, legitieme kinderen van dit land en essentieel onderdeel van onze natie, voelen wij een diep verdriet vanwege de lang aanhoudende crisis die wij doormaken en de getoonde onmacht van de huidige regering om fundamentele veranderingen door te voeren. Dit verplicht ons om vanuit de civiele maatschappij te zoeken naar onze eigen oplossingen en deze op te eisen.
De miserabele inkomens, de schaarste van voedsel en onderdak, de massale emigratie door gebrek aan kansen, de discriminatie van andersdenkenden, de afwezigheid van mogelijkheden voor het publieke debat, de willekeurige aanhoudingen, het schenden van mensenrechten, de corruptie en onwrikbaarheid van leidende elite zijn enkele symptomen van de moeilijke werkelijkheid waar wij tegenaan lopen.
Wij willen publiekelijk discussiëren over het duale geldstelsel, de restricties op het vrij verkeer van personen, het recht van arbeiders op een fatsoenlijk salaris, het recht van iedere Cubaan, ongeacht waar hij woont, om economische initiatieven te ontplooien in zijn eigen land, de demografische crisis, het vrije toegang tot internet en de nieuwe technologieën. Wij willen debatteren over het uitoefening van democratie.
Op basis van de grondwet van de Republiek Cuba, die verklaart:
In Artikel 3: In de Republiek Cuba ligt de soevereiniteit bij het volk, van waaruit al de macht van de Staat voortvloeit.
En in Artikel 63: Alle burgers hebben het recht om klachten en petities in te dienen bij de autoriteiten en het recht op adequate aandacht en antwoorden binnen redelijke termijn, in overeenstemming met de wet.
EISEN WIJ VAN DE CUBAANSE REGERING:
Dat zij met onmiddellijke ingang de essentiële juridische en politieke garanties implementeert die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Mensenrechten en dat zij zowel het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten als het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten van de Verenigde Naties ratificeert, welke de Cubaanse regering op 28 februari 2008 heeft ondertekend in New York. Hiermee zou een garantie worden afgegeven dat iedere burger kan rekenen op respect, ongeacht zijn of haar denkbeelden of sociaal-politieke daden. Tevens zouden de rechten worden hersteld van iedereen die het oneens is met de regering. Wij achten deze rechten essentieel voor de formatie van een modern, vrij en veelzijdig Cuba, dat ons allen accepteert en onze soevereiniteit een plaats geeft in dynamische en steeds kleiner wordende wereld.
Wij voelen ons betrokken bij een democratische transformatie , waarbij iedereen zijn ideeën naar voren mag brengen en mag meewerken aan de implementatie ervan. Wij nodigen alle Cubanen – binnen of buiten het eiland – uit om, als zij zich identificeren met deze eisen, zich aan te sluiten bij deze rechtvaardige en noodzakelijke claim. Onze hoop om gehoord te worden door de regering is bijna uitgeput. Toch hebben wij besloten om deze eisen neer te leggen bij de autoriteiten, als een dringende poging om te komen tot een efficiënte overeenstemming. Wij zijn vastbesloten om het institutionele stilzwijgen niet langer te accepteren als antwoord op onze eisen tot het ratificeren van de genoemde verdragen.
We hebben momenten gekend waarop het normaal was om de deur dicht te gooien voor een ander, de oren te sluiten, de telefoon op te hangen. Hele periodes van onze nationale geschiedenis waarin de dialoog synoniem stond voor toegeven en de uitwisseling van ideeën bijna gelijk werd geschakeld met het erkennen van het eigen falen. Gelukkig wordt er nu elke dag in de discussies tussen verschillende groeperingen, in academische essays, in redactionele artikelen en zelfs in verklaringen van de regering gehamerd op de noodzaak van het debat. We worden overspoeld door zinsneden als “accepteren van verschillen”, “uitwisselen van meningen”, “met z’n allen deelnemen in de nationale toekomst” en door stellingen in de trant van “oplossingen worden slechts gevonden door de dialoog”. Men zou kunnen zeggen dat we leven in een tijd waarin het tonen van bereidwilligheid om de discussie aan te gaan “politiek correct” is geworden in Cuba. Maar woorden zijn niet genoeg, de intentie om te debatteren moet geconcretiseerd worden en niet blijven hangen in holle frasen die wegwaaien in de wind.
Parallel aan de tendens om onze nijpende problemen van verschillende gezichtspunten te benaderen, bestaat een stroming die de afwijzing van andersdenkenden voedt. Zo menen enkele academici dat sommige burgers het educatieve niveau missen om met hen van gedachten te wisselen; partijfunctionarissen wijzen naar de eeuwige buitenlandse bedreiging om criticasters buiten spel te zetten; een koor van stemmen bevestigt dat opposanten “niet constructief meedenken” en “het belang van het land uit het oog verliezen”; genodigden voor niet van staatswege georganiseerde evenementen insinueren dat hun deelname een valkuil is om ze politiek te compromitteren. Vele sympathisanten van de officiële ideologie betichten dissidenten van kwade “rechtse” intenties en degenen met de microfoon op de staatstelevisie weigeren deze te delen met anderen met het argument dat “zij Havana willen bombarderen”. Kortom, het eeuwige zelfde verhaaltje. Geschreeuw tussen doven.
Wat zij zich niet realiseren is dat ze altijd nieuwe redenen kunnen verzinnen om de bruggen kapot te slaan, om de deuren met een klap dicht te smijten en om iedereen met een andere mening te knevelen. Ze zullen altijd motieven vinden om bepaalde namen te schrappen op de lijst van hen die een publieke ruimte mogen betreden of mogen publiceren in een blad. Men zal altijd morele of ethische uitvluchten creëren om iemand opzij te schuiven als legitieme opponent. Want als je niet wilt discussiëren, is het toch mogelijk om het tegenovergestelde te beweren. Maar vroeger of later zal het leven de ware angst voor het de dialoog aan het licht brengen. We bevinden ons in een fase waarin het klaarblijkelijk niet meer bon ton is om de oren te sluiten, maar het juist mode is om te zeggen dat men luistert. In werkelijkheid, echter, draagt men oordoppen en beschermt men de hersens tegen die ellendige afwijkende meningen…
Ik heb het gevoel in een eindeloos déjà vu gevangen te zitten, in een werkelijkheid waarin uitspraken, klachten en situaties steeds bijna exact herhaald worden. Vanmiddag hoorde ik op straat precies dezelfde woorden als een week geleden; de problemen waarover mijn buurvrouw zat te piekeren leken veel op die ze 20 jaar geleden ook al had en bij de slager leek de lange rij wachtenden een kopie van die in 1994 of 2000. Het is moeilijk het gevoel dat we dat alles al eerder beleefd hebben van zich al te schudden, alsof we gevangen zitten in een lus die ons telkens weer doet terugkeren naar hetzelfde punt waar we al eerder langs zijn gekomen. Eén van die steeds terugkomende taferelen bij de chronische schaarste op onze markten is de jacht op voedsel en andere basisproducten, om achter een beetje olie, een pakje worstjes of een stuk zeep om de kleren te wassen aan te jagen.
De lang verwachte hervorming die het weer mogelijk heeft gemaakt als zelfstandige te werken heeft een aantal problemen opgeleverd waarover nauwelijks gesproken wordt. Zelfstandigen hebben zich zonder een groothandel, waar ze de grondstoffen voor hun kleine bedrijfjes kunnen kopen, op het al verzwakte detailhandelsnetwerk gestort. Bij het aanbreken van de dag staan ze al voor bakkerijen en andere winkels te wachten om grote hoeveelheden handelswaar in te slaan die dan terecht zullen komen in de keukens van restaurants en cafés. Zonder speciale korting op hun grootschalige inkoop en zonder veel garantie op kwaliteit, wordt het op peil houden van de levering van groente, graan en vlees voor hen een benauwende, moeilijke en uiterst kostbare opgave. Bovendien vermindert het aanzienlijk het percentage producten, dat bij de niet commerciële consument terecht zal komen – de meerderheid van de detailhandel.
De zwakke staatseconomie is niet opgewassen tegen de grote vraag die haar de laatste maanden heeft overvallen. Vandaar dat het bijna onmogelijk lijkt om nog langer de welvaartbubbel in de private sector en de inefficiënte voorziening van staatsondernemingen naast elkaar te laten voortbestaan. Wordt die tegenstelling niet opgelost, dan zal er een moment komen dat varkensvlees, paprika of aardappels alleen nog maar te vinden zullen zijn op de borden in de private restaurants voor de toeristen. En de buurvrouw die vandaag – voor de zoveelste keer- erover klaagt dat er geen wc-papier te krijgen is, zal de toiletten in de nieuwe restaurants moeten opzoeken om zich te herinneren hoe die rollen ook weer waren, zo wit en zo zacht.
Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste mensen. Als je graag mee wilt werken aan de vertalingen van de bijdragen van Yoani, stuur ons dan een bericht op geny.nl@gmail.com.
We zien jouw bericht graag en met interesse tegemoet!