Archive for April, 2012

De laatste keer dat de Plaza de la Revolución vol was, stampvol met mensen, was toen Paus Benedictus XVI zijn preek hield in Havanna. De televisiecommentatoren herhaalden opvallend vaak dat deze mis werd bijgewoond door “gelovigen en niet-gelovigen”. Voor ongetrainde oren op het gebied van officiële Cubaanse toespraken, zou deze bevestiging kunnen klinken als een gebaar van samenhorigheid of tolerantie. Het ging hier echter eerder om een verduidelijking - absoluut niet subtiel - dat deze menigte niet geheel katholiek was en dat de Paus niet zo’n grootse achterban had onder ons. Afgaand op elk gesproken woord van de vertegenwoordigers van de regering, waren de Cubanen daar vanwege “discipline”, “respect” of omdat ze een “evenwichtig” volk zijn, maar niet zozeer door het geloof.

Ik vraag me af of er op deze eerste dag van mei ook ruimte zal zijn voor zulke contrasterende kwalificaties. Er zou bijvoorbeeld gezegd kunnen worden dat op deze Dag van de Arbeid zowel “revolutionairen als niet-revolutionairen” het defilé zouden passeren. Op zich zou dit totaal niet absurd zijn op een dag waar arbeid en vakbonden centraal zouden moeten staan, zonder politieke boodschap. Kunt u zich voorstellen hoe de presentator met ernstige stem zou verkondigen dat in de menigte die met haar vlaggetjes wuifde zich zowel “werknemers als werklozen” bevinden?  Die laatste groep zou zonder twijfel het sterkst vertegenwoordigd zijn, aangezien het aantal beschikbare werknemers anno 2012 is gestegen tot 170 duizend over heel Cuba. Voor de microfoon zou men in de menigte voor het standbeeld van José Martí het onderscheid moeten maken tussen “sympathisanten en niet-sympathisanten” van de regering van Raul Castro. Want wie zou dan geloven dat alle één miljoen individuen op het plein achter de leiding van de president staan?

Er zullen geen verrassingen of nuanceringen zijn, maar pogingen om de duizenden deelnemers samen te brengen en te tonen als een unaniem koor dat het systeem ondersteunt. Zo zal de eerste mei wederom misbruikt worden, zoals zovele andere keren. Vanaf de tribune zullen juist diegenen salueren, die afgezet en op spandoeken bekritiseerd zouden moeten worden, in plaats van een viering ter ere van de arbeid te leiden. De dag zal eindigen zonder de mogelijkheid om van deze werkgever, genaamd de Staat, te eisen dat de salarissen worden verhoogd, de kosten van het levensonderhoud worden verminderd of de arbeidsomstandigheden worden verbeterd. In plaats daarvan zal elk hoofdje, te zien vanaf de toren van de Plaza, begroet worden met applaus. Elke defilerende aanwezige zal gerekend worden als een trouwe “gelovige” van de Partij, als iemand die niet twijfelt, niet vraagt en niet protesteert.

Comments No Comments »

José Daniel Ferrer

Ik wist dat ze achter hem aan zouden gaan. Toen ik José Daniel Ferrer voor het eerst sprak – over de telefoon – viel zijn uitzonderlijkheid mij meteen op. Niet veel later spraken we elkaar rond de eettafel bij mij thuis en werd die eerste indruk bevestigd. Terwijl het buiten nacht werd, vertelde deze man uit Palmarito del Cauto ons over zijn jaren in gevangenschap vanaf de Zwarte Lente van 2003 tot medio 2011. Over de aframmelingen, het kleineren, de celmaten die hem respectvol “de Politicus” noemden en ook over de bewakers die hem met brute kracht eronder probeerden te krijgen. Urenlang luisterden we naar die anekdotes, soms met afschuw, soms in oprechte verwondering. Zoals hoe hij een klein radiootje wist te verstoppen, dat zijn dierbaarste bezit werd, totdat hij het zelf op de grond kapot smeet, seconden voordat een bewaker het ding confisqueerde.

José Daniel, leider van de Patriottische Unie van Cuba (UNPACU), is vandaag het grootste hoofdpijndossier van de veiligheidsdienst in het oosten van het land. Hij neemt deze bewonderenswaardige, maar uiterst gevaarlijke positie deels in, omdat ieder woord van hem eerlijkheid en vastberadenheid uitstraalt. Goedlachs, jong en behept met diplomatieke vaardigheden, is het hem gelukt om de dissidente beweging nieuw leven in te blazen, nadat deze wegkwijnde tussen repressie en de ballingschap van een deel van haar leden. Zijn charisma en het respect dat velen voor hem hebben, wordt ook gevoed door zijn vasthoudendheid en vooral zijn eigenschap om eerder te omhelzen dan te wantrouwen. Hij heeft zich ontpopt tot een menselijke brug tussen verschillende civiele projecten en dat maakt hem op dit ogenblik tot een scherp steentje in de schoen van de Cubaanse overheid.

23 dagen zit deze onvermoeibare inwoner van Santiago de Cuba nu vast. Hij kan niet langer rondtrekken op de steile wegen die de dorpen in zijn regio met elkaar verbinden, noch interviews geven, noch twitteren vanaf zijn mobieltje. Afgelopen maandag kondigde hij een hongerstaking af in de politiecel waar hij wordt afgezonderd van anderen. Men heeft zijn vrouw Belkis Cantillo nog altijd niet gezegd hoelang ze hem nog zullen vasthouden en of ze hem iets ten laste gaan leggen. Enkele van zijn vrienden hebben een slecht voorgevoel. José Daniel Ferrer heeft inmiddels een dusdanige aantrekkingskracht ontwikkeld die de autoriteiten schrik aanjaagt en ze zullen hem daarvoor hard straffen. Men vreest hem, omdat door hem de titel “Heroïsche Stad” van Santiago de Cuba wel eens een nieuwe lading zou kunnen krijgen in deze tijd.

Comments No Comments »

Hij houdt de microfoon vlak bij zijn mond en zijn dreadlocks huppelen over zijn rug. Raudel Collazo staat op het podium; hij zweet, zingt, spreekt en telkens weer volgt er op zijn muziek een koor van applaus. Na het concert keert hij terug naar zijn huis in Güines, naar de smalle en gebarsten stoep waarop hij met zijn dochter naar school stapt, naar zijn moeder met haar witte haardoek. De documentaire “Despertar” (Ontwaken, red), geregisseerd door Anthony Bubaire en Ricardo Figueredo, gaat precies op zoek naar de man die in hetzelfde lichaam woont als de verboden muzikant. Op het scherm zien we de thema’s die hem zorgen baren en die uiteindelijk hun weg vinden in de songteksten van Escuadrón Patriota. De kamera vult deze zoektocht aan met beelden uit het alledaagse leven van de man en zijn familie, een thema dat ook terugkomt in zijn songs.

Raudel, die met het overbekende lied “Decadencia” muziek zette op de angsten van heel wat Cubanen, is nu de centrale figuur van deze zwart-wit film. Het werk werd gecensureerd op de laatste editie van het jongerenfestival dat georganiseerd wordt door het Instituut voor Cinematografische Kunst en Industrie (ICAIC). De gerenommeerde cineast en voorzitter van het festival, Fernando Pérez, kon eerdere pogingen tot uitsluiting vermijden. Na dit incident nam hij ontslag. Gedurende 12 jaar waren er tijdens dit forum voor onafhankelijke audiovisuele producties verschillende films aan bod gekomen over thema’s die in Cuba als taboe beschouwd worden, zij het op cultureel, sociaal of politiek vlak. Precies daarom is het voorval van begin april een ernstige tegenslag voor het broeinest van lef dat het festival geworden was.

Voor de buitenlandse kijker zal het moeilijk worden om in de 45 minuten die de documentaire duurt een reden te vinden om de film in de ban te doen. Op het scherm zien we een man die praat, liefheeft, zijn mening geeft, iemand die thema’s behandelt als racisme, de toestand van de openbare gezondheid of de staat waarin zijn woning zich bevindt. Er zijn geen oproepen tot sociaal geweld of haatboodschappen, noch aanmoedigingen voor een volksopstand. We zien enkel, languit in bed of aan tafel met een vriend, een enkeling die in de muziek een manier heeft gevonden om zich als burger te uiten en zijn refreinen gebruikt om afgenomen rechten terug te vragen. Maar toch was het voor de censoren duidelijk dat het wel eens “gevaarlijk” zou kunnen zijn dat Cubaanse publiek een verhaal wordt verteld over het ontwaken van een burger en het kabaal hoort dat die ene stap uit de stilte veroorzaakt.

*Volgende vrijdag, 27 april om 8pm, première van de documentaire “Despertar” in Estado SATS Calle 1ra nr 4606 e/46 en 60 Playa. Vorige zaterdag werd de vertoning uitgesteld omwille van de weersomstandigheden.

 

Comments No Comments »

Het is schoolvakantie. Het is een drukte van belang rond de bushaltes met moeders die hun kinderen willen meenemen naar de dierentuin, het zwembad of een andere plek om te recreëren. In Oud Havana is geen hoekje onbezet met kinderen die zeuren om een ijsje en hun oma aan de rok trekken voor een pizza. Buiten de pretparken staan lange rijen met mensen die in de botsauto’s willen of zich door elkaar willen laten schudden in de achtbanen. Ondertussen trekken ouders aarzelend hun portemonnee. Ze weten dat ze in de meeste gevallen alleen met converteerbare peso’s (CUC) snoep en frisdrank kunnen halen, hoewel de entree voor het museum en de bioscoop wel gewoon in nationale valuta is. De scholen zullen tot en met volgende week maandag stil een leeg zijn.

Mijn zoon, die in de gecompliceerde fase tussen kind en jongvolwassene zit, geniet ook van zijn vakantieweek. Gisteren wilde hij graag naar het strand bij Playa del Este en zo geschiedde, samen met mijn vader die al een decennium geen zand meer tussen zijn tenen had gevoeld. De zee was prachtig als altijd, de zon vervulde zijn rol en een paar wolken schonken ons wat schaduw in deze brandende maand april. Kortom, de natuur zette haar beste beentje voort. Een mix van apathie en verwaarlozing echter heeft het kunstlandschap dat ik uit mijn kindertijd ken onmiskenbaar veranderd.  Natuurlijk is het toeristische gebied, tegenover Hotel Tropicoco, brandschoon en lopen politieagenten hun ronde om te zorgen dat geen Cubaan die buitenlanders “lastig valt”. Maar buiten deze comfortabele zone is een ware ecologische ramp zichtbaar waar de gewone Cubaan het mee moet doen.

Het strand is geen vlak gebied meer met zacht kabbelende golfjes. Dichtbij de zee ziet het zand er grijs en klonterig uit, terwijl de wind het fijne zand tot grove duinen heeft opgeblazen bedekt met doornstruiken. Tussen de straat en waar men normaal gesproken de ruggen van vakantiegangers zou moeten zien, zijn nu van deze terpen opgeworpen, die eerst moeten worden beklommen voordat er een frisse duik kan worden genomen. Rotsen, stukken cement en wrakhout bedekken grote gedeeltes van de kustlijn. Boca Ciega, het stuk strand waar dertig jaar geleden vele families kwamen en twintig jaar geleden prostituees met hun cliënten, is nu verworden tot een gebied zonder enige faciliteiten als toiletten, cafetaria’s en parasollen. Het heeft meer weg van een slagveld na een bombardement. Je schoenen uittrekken om een stukje te lopen is geen goed idee vanwege alle stukken glas en metaal. Om nog maar te zwijgen over het stukje dat bekend staat als Guanabo waar de riolering direct de zee inloopt. Het ergste is nog dat op de gezichten van de locale bevolking de verwaarlozing en verlating staat te lezen, vergane glorie verworden tot zout.

Terwijl mijn zoon wat baantjes trok in het water, dacht de volwassene die ik ben aan alle zandkastelen die op deze plek zijn gebouwd. Vanuit die kleine forten met hun steile torens zag de toekomst er toch mooier en beter uit.

Comments No Comments »

De balustraden hebben de vorm van naakte vrouwen en het gietijzeren hek is aan de bovenkant bedekt met siertegels. In de tuin is nauwelijks ruimte voor een halve meter gazon, waarop de hele dag een Pekineesje ligt te blaffen. Vanaf de voordeur kan men nog net de bar zien die de woonkamer van de keuken scheidt, met flessen vol gekleurde dranken. Er staat een plastic watertank op het dak en bewaart water voor de dagen van schaarste. De ramen van metaal en glas laten glimpen zien van figuren die binnen rondlopen en ’s nachts valt er een flikkering van de tv te bespeuren. Het hele miniatuur “landhuis” is geverfd in de kleur vermiljoen die tegenwoordig gelijk staat aan welvaart. De lievelingstint van degenen die de economische ladder beklimmen ondanks alle ontberingen en bureaucratie.

Zelfs in onverharde straten duiken dergelijke woningen op die zijn opgeknapt door eigen inspanningen en met harde valuta. Minipaleisjes met de pretenties van grandeur verschijnen zomaar ineens in het straatbeeld. Ons gevoel schommelt tussen verbazing en optimisme bij het zien ervan te midden van de drukte in de wijken El Platanito, La Timba, Zamora, Romerillo en andere achterstandswijken. Ze staan naast overvolle vuilniscontainers of rioleringspijpen die hun inhoud over straat laten lopen, maar op zichzelf zijn deze “poppenhuisjes” als bubbels van welbehagen. Hun pretenties komen tot uitdrukking in extravagante details als pilaren in de vorm van boomstronken of gipsen dwergen bij de ingang van het hek. Met hun bombastische ornamenten, lachwekkende architectuur, zeggen deze namaakkastelen veel over de vurige wens van de bewoners om in een mooie en persoonlijke omgeving te leven. Ze lijken wat dat betreft op de barokke pantheons op de begraafplaats van Havana, maar in dit geval om nog tijdens het leven van te genieten.

Ik vind het heerlijk om dergelijke gevels tegen te komen en de eigenaren te zien zitten op hun minuscule balkons. Er is iets daarin, in de gekozen kleur verf en in de versierde deurbel, dat me hoop geeft. Ik put troost uit de wetenschap dat de behoefte om in materiële zin vooruit te komen in het leven niet is uitgewist door zoveel jaar van valse gelijkheid en geveinsde bescheidenheid. Iets van de wens naar welvaart blijft in ons zitten en vandaag de dag heeft die hebzucht de kleur vermiljoen die onmogelijke onopgemerkt kan blijven.

Comments No Comments »

Een kind van vijf gaat net naar school, maar een blog van dezelfde leeftijd heeft al wat gedurfdere stappen gezet. Ik probeer vandaag met een krachtsinspanning de stille en bange vrouw in herinnering te roepen, de vrouw die ik was voordat ik op 9 april 2007 Generación Y opzette. Het lukt me echter niet. Haar gezicht ontglipt me, verwaterd tussen al de prachtige en moeilijke momenten die ik heb meegemaakt sinds ik mijn eerste tekst online plaatste. Ik kan me zelfs geen leven voorstellen zonder dit turbulente en persoonlijke dagboek. Ik heb het gevoel dat ik altijd, op de een of andere manier, een logboek heb bijgehouden. Terwijl de indoctrinaties en de willekeur een onaanvaardbaar niveau bereikten, gaf mijn kinderlijke geest – in voetnoten – commentaar op de werkelijkheid op een manier die ik nooit hardop zou hebben kunnen uitspreken. De ongrijpbare tiener waarin ik mij ontpopte, deed hetzelfde: het dagelijkse bestaan beschrijvend, pogend haar te verklaren, met de bedoeling er aan te ontsnappen.

Het staat vast dat niemand had kunnen verzinnen hoeveel impact het op mij zou hebben, toen ik die ochtend het huis verliet om mijn virtuele blog te openen. Tegenwoordig, telkens als mij het gevoel bekruipt dat de Cubaanse veiligheidsdienst “onfeilbaar” is, jaag ik deze gedachten weg door mezelf voor te houden “dat ze het niet wisten, dat ze die dag geen enkele notie hadden van mijn plannen om deze site te beginnen”. Wat er daarna gebeurde, is bekend: lezers doken op, ze bevolkten deze virtuele ruimte zoals een burger gebruikt maakt van een openbaar plein; velen anderen klopten op mijn deur en vroegen hulp bij het opzetten van hun eigen plek waar ze hun mening konden laten horen; de eerste aanvallen kwamen snel daarna, net als de eerste uitingen van erkenning. Onderweg ben ik die moeder van 32 kwijtgeraakt, die alleen op gedempte toon over “complexe thema’s” praatte. Ik verloor die compulsieve dertiger die nauwelijks wist of ze nu moest discussiëren of luisteren. Dit blog was als een experiment: binnen het tijdsbestek en ruimte van een enkel leven, een oneindigheid aan parallelle levens.

Ik heb nooit meer anoniem over straat kunnen lopen. Die gift van onzichtbaarheid die ik altijd claimde te bezitten ging de prullenbak in, te midden tussen de omhelzingen van degenen die me herkenden en de oplettende ogen van hen die mij in de gaten houden. Ik heb een enorme hoge persoonlijke en sociale prijs betaald voor mijn kleine miniatuurtjes over de Cubaanse realiteit en toch zou ik meteen weer mijn geheugenstick pakken en opnieuw naar die hotellobby gaan, waar ik mijn allereerste bijdrage postte op het wereldwijde web.

Comments No Comments »

Cubaanse kinderen zingen voor aanvang van de schooldag “We zijn pioniers van het communisme, we zullen zijn net als Ché.” REUTERS/Desmond Boylan. (Afbeelding overgenomen van www.noticias24.com)

Vorige week kwam ik op straat een Italiaanse vriend tegen die al bijna tien jaar in Cuba woont. Het viel me in naar zijn kinderen te vragen, twee tieners die in Milaan zijn geboren, maar nu in Havana opgroeien. “Ze zitten hier op de Franse school”, verzekerde hij me glimlachend. In eerste instantie begreep ik niet waarom hij voor Franstalig onderwijs had gekozen, maar hij maakte het me duidelijk: “Wat wil je dan, dat ik ze naar de openbare school stuur, met dat slechte onderwijs hier?” Door verder te vragen kwam ik te weten dat ze in de klas zitten bij kinderen van diplomaten, buitenlandse correspondenten en figuren uit onze cultuur die getrouwd zijn met een immigrant. Tegen betaling van 5.220 CUC (USD 5.800) per jaar wordt elke spruit van de gezette Milanees goed verzorgd en opgeleid.

De eerste indruk bij die ontmoeting was dat mijn vriend overdreef, maar meteen daarna liet ik mijn eigen ervaringen als moeder van een schoolgaand kind de revue passeren. Ik zag weer de grote aantallen dweilen voor me, de zakken met schoonmaakmiddelen en de bezems die we in de loop der jaren hadden geschonken om ervoor te zorgen dat de gangen en de wc’s op school er op zijn minst een beetje fatsoenlijk uitzagen. Op die lijst stond ook het slot voor de deur van de klas dat we bij verscheidene gelegenheden vervangen hebben en de ventilator die door alle ouders samen gekocht is, omdat de verstikkende hitte de kinderen belette om de aandacht bij de les te houden. Ik vergat ook niet de talloze keren dat de examens bij ons thuis zijn geprint omdat er op school geen papier, geen inkt en zelfs geen werkende printer was. En het tussendoortje dat we zo vaak ‘s middags aan de leraren gaven, omdat het eten in de eetzaal eenvoudigweg smerig was. Ik herinnerde me het karton, de tubes lijm weer en de tempuraverf en het gekleurd papier dat we ook hebben verstrekt voor het kunstwerk op de muur waarop ze later een afbeelding van een glimlachende en grootmoedige Fidel Castro plakten.

Maar ik wilde niet alleen bij de hoge materiaalkosten in die schooljaren stil blijven staan en ik ging verder met het ophalen van herinneringen. Ik vatte nog eens al die ogenblikken samen waarop de zogenaamde tele-lessen werden ingevoerd, die uiteindelijk meer dan 60% van de lesuren besloegen. De fantastische leraren en leraressen die besloten naar huis te gaan om nagels te lakken, koffie te verkopen of een baantje kregen in de toeristische sector, omdat grote verantwoordelijkheid gecombineerd met lage salarissen onverdraaglijk voor ze was. Maar ik stond ook nog een minuutje stil bij de zeldzame leerkrachten die ondanks alles op hun post bleven. Ik somde één voor één de enorme stommiteiten op die door “aankomende leraren” (die ze eigenlijk “instant leerkrachten” zouden moeten noemen) tegen zovele tieners werden gedebiteerd: van “De Cubaanse vlag heeft een ster met vijf punten heeft, omdat er zoveel agenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in Noord Amerikaanse gevangenissen zitten” tot “Nieuw-Zeeland ligt in de Caribische Zee”. Ik overdacht ook weer de middag dat een lerares tegenover onze zoon verkondigde dat er vlakbij een lastercampagne aan de gang was tegen “gevaarlijke contrarevolutionairen”. De kleine Teo kreeg het benauwd, want hij wist dat zijn moeder en zijn vader slachtoffers waren van die aanval. Aan mijn geestesoog trokken de ontelbare gelegenheden voorbij waarbij een assistent in een strak naveltruitje of een leraar met een gouden tand en een adelaar op zijn trui kritiek had op het lange haar van de leerlingen en ze niet in de klas toeliet.

Op die middag ontbraken in mijn louterende herinneringen evenmin de tot vervelens toe herhaalde slogans, de eindeloze en routinematige ochtendbijeenkomsten, de persoonsverheerlijking van een paar mannen die in de geschiedenisboeken staan vermeld als redders en in wetenschappelijke boeken als wetenschappers. Dat alles deed me, na mijn overpeinzingen, beter begrijpen waarom mijn Italiaanse vriend de voorkeur geeft aan “het Franse schooltje” in Havana. Maar ik besefte ook dat zijn kinderen met een heel ander idee zullen opgroeien over wat onderwijs op dit Eiland is. Ze zullen denken dat de lichte en goed toegeruste lokalen waar ze vakonderricht krijgen, de uitgebalanceerde lunch, de behulpzame lerares en het schoolmateriaal van goede kwaliteit kenmerkend zijn voor ons schoolsysteem. Ik sluit echter niet uit, dat ze op een dag – terug in Europa – mee zullen lopen in een demonstratie met de eis, dat hun openbare schoolopleiding er net zo uitziet als de onze, dat hun kinderen genieten van wat zij in Cuba hebben ‘gekend’.

Comments No Comments »


Afbeelding overgenomen van www.skyscrapercity.com

Na de storm zullen de orkaan en de tornado ook wel komen. Enkele dagen geleden dachten we nog dat de straf ergens tussen maandag en woensdag vorige week zou worden uitgedeeld en dat die niet langer zou duren dan de tijd dat paus Benedictus XVI op Cubaanse bodem zou verblijven. We beleefden deze intense dagen tussen gebeden en geschreeuw, met volle pleinen en volgepakte kerkers. Onze mobiele telefoons werden, in plaats van brengers van boodschappen, speeltjes van stilte, nutteloze gadgets. Pas toen het vliegtuig van de paus vertrok, begonnen de vrijlatingen uit de cellen en werden weer enkele mobiele telefoons aangesloten die eerder ‘buiten dienst’ waren. Het leek erop dat tegen de zaterdag of zondag de uitputting van de krachten van de repressie ons een adempauze zou verlenen.

Maar elke autoritaire ouder weet dat na de straf, het kind kiest voor totale onderwerping óf nog meer ongehoorzaamheid. In sommige delen van Oost-Cuba zijn er straatprotesten geweest tegen de arrestaties van activisten, wat heeft geleid tot een volgende actie van de politie “om ze een lesje te leren”. Gisteren belaagden een groep ambtenaren en agenten van de Staatsveiligheid de woning van de dissident José Daniel Ferrer. Zij namen hem, zijn vrouw en andere collega’s mee. Zij namen ook elk voorwerp in beslag dat beschouwd kan worden als destabiliserend: boeken, tijdschriften, foto’s, computers. Geen van de getuigen kunnen zich herinneren dat er een bevel tot huiszoeking is getoond, laat staan een document waar de reden van de arrestaties werd gemeld.

De despotische patriarch weet dat hij zijn vuist moet ballen, als knielen op rijst*, zwepen over de rug en het opsluiten in het donker niet meer helpen. Hij vertrouwt erop dat het opvoeren van de strafmaat zijn ongehoorzame nageslacht tot rede zal brengen, maar in werkelijkheid zorgt hij er slechts voor dat het verzet groeit. Zelfs degenen die zich nooit hebben durven verzetten tegen de overheid, voelen aan dat deze straffen – steeds vaker toegepast – juist leiden tot meer sympathie voor de gestraften, niet voor hen die straffen. Het opvoeren van de repressie versnelt daarmee het proces van medeplichtigheid van de burgers tegen het totalitarisme. Elke klap die wordt uitgedeeld aan de een, kan degene daarnaast wakker maken die deed alsof hij rustig sliep. Samen hebben zij de kans om een venster te vinden en aan opsluiting te ontkomen of, inderdaad, dichter bij het moment komen waarop ze vader het huis uit gooien.

Voetnoot van de vertalers:

* Knielen op rijst is een straf die ouders in Cuba en andere Latijns Amerikaanse landen aan hun kinderen gaven. Ook nu nog komt het voor.

Comments No Comments »

In het centrum van Guanajay ligt een park dat eerder thuishoort in een grotere stad en daarin staat een prieel met een majestueuze uistraling die de hoofdstad niet zou misstaan. Juist daar, zat Jeovany Jiménez gedurende  28 dagen in hongerstaking om af te dwingen dat hij weer zijn beroep als medicus mocht uitoefenen. Hij werd in 2006 uit zijn ambt gezet, toen hij protesteerde tegen de verwaarloosbare salarisverhogingen in de zorg. Hij beklaagde zich over de luttele 48 Cubaanse peso’s (USD 2), die met veel bombarie werden opgeteld bij de beloning van chirurgen, anesthesisten, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Naast de administratieve maatregel, werd hij ook verbannen uit de Communistische Partij, waarin hij actief was. Aan het eind van 2010, nadat enige institutionele reactie op zijn klachten was uitgebleven, opende hij zijn weblog Ciudadano Cero (“Burger Nul”) op het platform Voces Cubanas.

Na het Ministerie van Volksgezondheid (MINSAP) een twintigtal brieven te hebben gestuurd in meer dan vijf jaar, koos de op non-actief gestelde Dr. Jiménez voor een wanhopige strategie, het afwijzen van voedsel totdat hij weer gerehabiliteerd zou worden. Te midden van het verdriet van zijn vrienden en de nieuwsgierigheid van voorbijgangers die door het park van Guanajay liepen, begon hij kilo’s en hoop te verliezen. Vanaf 5 maart jl. weigerde hij te eten en schenen er slechts twee opties denkbaar: zijn hongerstaking opgeven zonder zijn doel te hebben bereikt of eindigen in een doodskist. Het meest onwaarschijnlijke scenario zou zijn dat men hem weer in ere herstelde als arts, gelet op de halsstarrigheid van instituten wanneer ze onrecht moeten rectificeren. Het wonder geschiedde echter.

Gisteren brachten twee beambten van MINSAP Jeovany Jiménez een afschrift van Besluit 185 waarin hem wordt toegestaan om zijn oude stiel weer op te pakken. Men gaat hem zelfs het salarisbedrag uitkeren dat men deze zes jaren van werkeloosheid heeft achtergehouden. Om deze “happy ending” te bewerkstelligen, moest Dr. Jiménez het vooral hebben van zijn belangrijkste wapen, zijn vasthoudendheid. Een eigenschap die veel van zijn vrienden en bekenden al kwalificeerden als obsessie. Dit protest, dat geen politieke maar een werkgerelateerde lading had, kon rekenen op het magnifieke werktuig dat internet is om hem zichtbaarheid te geven, microfoons van verslaggevers, radio-uitzendingen en buitenlandse zenders die aandacht besteedden aan de buiten proportionele administratieve straf. Maar het laatste zetje gaf zijn eigen lichaam. Dat lichaam dat hij beloofde gezond te maken bij anderen en dat hij zelf blootstelde aan risico’s om zijn recht terug te winnen om te mogen helen. Een medicus die zo vecht om weer consults te mogen uitvoeren, de stethoscoop om de nek te hangen, de witte jas te dragen en recepten uit te schrijven, die verdient een gouden diploma.

Comments No Comments »