Archive for Oktober, 2011

Afbeelding overgenomen van comusidaldm.wordpress.com/

De Pan-Amerikaanse spelen in Guadalajara zorgden voor een frisse wind in de televisieprogrammering die sinds begin oktober een ondraaglijke portie ideologie kende. Hoewel onze sportpresentatoren nog altijd blijven geloven dat iedere competitie een veldslag is, waar verliezen gelijk staat aan opgeven, konden deze mensen voldoende worden genegeerd om van het spektakel te kunnen genieten. Verrassend was dat veel Cubaanse atleten, ondanks de pogingen van de journalisten om de atleten de gewonnen medaille op te laten dragen aan ‘de oppercommandant’, hun zeges deelden met hun familie, hun partner, hun moeder die ergens op hen wachtte. De afsluitingsceremonie en tweede plaats die onze delegatie had verworven brachten zelfs blijdschap bij diegenen die nog altijd het verlies van onze Cubaanse ploeg in de finale van het WK honkbal niet hadden verwerkt. Een paar weken lang klonk het geluid van ballen harder dan de slogans en verschillende dagelijkse zorgen verdwenen even naar de tweede plaats.

Na de euforie van de overwinning, is het echter de moeite waard om te kijken of onze tweede plek in de medaillespiegel correspondeert met de ontwikkeling van ons land. Bij het zien dat dit kleine eiland hoger is geëindigd dan een opkomende macht zoals Brazilië of een uitgestrekt land als Mexico, is er een beeld dat steeds door mijn hoofd spookt. In dit beeld laat een zwakke en tandeloze man mij zijn arm zien met opgepompte spieren in de stijl van Arnold Schwarzenegger. We leven, zonder twijfel, in een vergelijkbare disproportionele opgeblazenheid als de meneer met de enorme biceps en de slappe benen. We lijden onder een kunstmatige opgepompte sportsector die niet weerspiegeld wordt in het niveau van onze nationale economie of productiviteit. Heeft het daarom zin om blij te worden van iets dat een direct gevolg is van deze buitenproportionaliteit? Of moeten we rustig mediteren over het waarom onze overheid zich wil mengen in de sportieve top ten koste van de minder zichtbare en meetbare gebieden van onze realiteit?

Als je in Havana op zoek gaat naar een zwembad waar kinderen kunnen leren zwemmen, moet je je afvragen of de middelen die voor velen beschikbaar zouden moeten zijn niet slechts terecht komen bij een select gezelschap. We wonen op een eiland en toch zou een groot deel van de bevolking verdrinken als ze in het water zou vallen. Het kopen van een fiets in een winkel in converteerbare peso’s kan je een jaarsalaris kosten, maar de equipe van het dameswielrennen wist het in Guadalajara tot drie medailles te schoppen. De vervallen staat van het hoofdstedelijke Ciudad Deportivo is pijnlijk om te zien, terwijl het goud om de nekken van vele tientallen Cubaanse atleten wordt gehangen. Mijn eigen zoon heeft twee schooljaren doorlopen zonder gymleraar omdat slechts weinigen willen werken voor een symbolisch salaris of zelfs minder. Het beoefenen van sport vraagt om een materiële infrastructuur die zich niet beperkt tot academies en speciale scholen. Het vraagt om investeringen in faciliteiten die ook toegankelijk zijn voor het publiek. Op die manier halen we misschien minder medailles binnen, maar zal in ieder geval het beeld van een opgeblazen zwakke man verdwijnen die nu iedere sportieve overwinning met zich brengt.

Comments No Comments »

Raad eens hoeveel telefoons door de politieke politie worden afgeluisterd?”, vroeg de man die ooit voor de inlichtingendiensten werkte en die nu een van de vele uitgerangeerden is. Ik gokte op een driecijferig nummer, een bescheiden honderdtal, wat een schaterlach ontlokte aan zijn gezicht vol rimpels. “Tot midden jaren negentig werden ongeveer 21.000 lijnen onderschept, en op dit moment moet dat het dubbele zijn door de toename van de mobiele telefoons“. Dit gegeven werd me bevestigd door een andere man wiens werk het ooit was om andermans gesprekken af te luisteren en microfoons te installeren in woningen van dissidenten, ambtenaren en zelfs lastige kunstenaars. De dag dat ik hem zo’n massief aantal hoorde noemen, voelde ik het oog van Big Brother in elke boom, in elke hoek van mijn huis, denkend aan het onbescheiden oor in het apparaatje met scherm en toetsenbord dat ik in mijn zak heb.

ETECSA, de enige telefoonmaatschappij van het land, gebruikt zijn positie als staatsmonopolist op communicatie om afluisterdiensten te bieden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het zijn geen waanbeelden van mijn koortsige geest. Ik heb de proef op de som genomen door mijn telefoon te demonteren, tot aan de batterij toe, en de stad te verlaten; de nervositeit van de ’schaduwen’, die mijn huis bewaken, liet niet lang op zich wachten. Als ik tekstberichten stuur naar iemand om te zeggen dat ik over een poosje op een of andere plaats zal zijn, kom ik bij aankomst de rusteloze jongens tegen die me overal volgen. Soms heb ik zin om ze te stangen – ik geef het toe – en nodig ik via mijn mobiele telefoon een aantal vrienden uit om een presentatie bij te wonen van een officieel boek of voor een evenement georganiseerd door een instelling. Het operationele resultaat lijkt bijna komisch, als het niet zou aantonen welke excessieve middelen – die zouden moeten bijdragen aan het welzijn van de bevolking – door de overheid worden ingezet voor zulke behoeften.

De bewaakte – niettemin – kan ook bewaker worden. Medewerkers van ETECSA lekten naar alternatieve netwerken een database met veel details over de telefoonnummers van het land. Zonder twijfel een schending van de discretie die iedere onderneming moet betrachten met informatie over haar klanten. Maar hierdoor weten we wel de telefoonnummers van de mensen die ons bewaken en denigreren. Van journalisten van Granma, leden van het Centraal Comité tot hoge functionarissen van de politieke politie verschijnen met het nummer van hun identiteitskaart en zelfs hun privéadres. Enkele korte acroniemen onthullen of de telefoonlijn wordt betaald door een staatsorgaan of dat het privé is, wat in het eerste geval de officiële verbinding onthult van velen die zichzelf onafhankelijk noemen. Voor één keer heeft de minutieuze inventarisatie die men van elke burger heeft gemaakt gediend om iets te weten te komen over “hen”, om te weten dat degenen die meeluisteren aan de andere kant van de lijn een naam hebben en niet alleen een pseudoniem. Iedereen kan ze nu bellen, een bericht sturen, iets als een korte en directe sms met de tekst: “Het is genoeg geweest!

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van www.wn.com

Nauwelijks vier jaar geleden speelde de voormalige minister van buitenlandse zaken Felipe Pérez Roque een hoofdrol in de vergadering van de Verenigde Naties over het Noord-Amerikaanse handelsembargo tegen Cuba. Het was zijn stem die uitlegde welke schaarste op commercieel, economisch en financieel gebied deze blokkade teweegbracht. De geëxalteerde functionaris schetste een beeld wat velen van ons reeds aan ons water hadden gevoeld: de veelvuldige schade die de handelsbeperkingen sinds 1962 toebrengen aan de industrie , aan de technologische ontwikkeling en zelfs aan de volksgezondheid. Maar hij zei niets over de interne belegering waaronder wij lijden, over die andere muur van censuur en bestraffing die niet lang daarna ook op hem zou vallen.

Het simpele kiezen tussen het woord “embargo” of het angstwekkender “blokkade” geeft de bijna ideologische positie van de gebruiker aan. De kwestie is dusdanig gemanipuleerd in de nationale pers dat de regering niet eens door heeft dat vele tegenstanders van het systeem ook protesteren tegen de economische restricties die de VS opleggen. Voor de partijkrant Granma bestaat er geen enkele twijfel dat degenen die politieke openheid eisen ipso facto het bestaan van het embargo toejuichen. Vandaar al die verbaasde gezichten, wanneer men luistert naar onze argumenten waarom de blokkade zo snel mogelijk moet worden opgeheven. Het zijn de redenen die Felipe Pérez Roque nooit heeft uitgesproken in de VN en die hij pas leerde kennen toen hij als kanselier werd gedefenestreerd.

De vijf decennia die de blokkade al duurt heeft de regering in staat gesteld om elke tegenslag die wij te verduren krijgen te verklaren, een rechtvaardiging ervan in haar effecten. Echter, het bestaan van de boycot heeft niet kunnen verhinderen dat in de luxueuze villa’s van de nomenclatuur de whisky rijkelijk vloeit, de ijskasten uitpuilen en de modernste auto’s in de garage staan. Als toppunt heeft het economisch cordon het idee gevoed van een belegerde staat, waardoor kritiek op het beleid gelijk staat aan landverraad. De externe blokkade heeft de interne blokkade alleen maar versterkt.

Ik hoop dat de stemming van vandaag in de Verenigde Naties gunstig uitpakt voor iedereen die een einde wenst aan de absurditeit, vooral voor hen die het einde van het embargo zien als de nekslag voor het autoritarisme waaronder wij leven. De officiële delegatie, op haar beurt, redeneert heel anders: zij zal tevreden applaudisseren, verklaren dat het “opnieuw een overwinning voor de Revolutie” is. Ondertussen toasten in Havana enkele hoge pieten – ver van nieuwsgierige blikken – met Johnny Walker en verorberen zij een delicate amuse uit de VS.

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van www.elpais.com

Ceausescu wilde vluchten in zijn helikopter, Saddam Hussein verstopte zich in een gat in de grond, de Tunesier Ben Ali ging in ballingschap, Gadaffi vluchtte per konvooi en eindigde verborgen in een drainagepijp. De autocraten gaan op de loop, vertrekken, ze offeren zichzelf niet op in de paleizen van waaruit ze hun willekeurige wetten dicteerden; ze sterven niet op hun presidentiële troon met een rode sjerp schuin over hun borst. Ze hebben altijd een verborgen poortje, een geheime passage waardoor ze snel weg glippen zodra ze het gevaar voelen aankomen. Decennialang bouwen ze hun geheime bunkers, hun geblindeerde “ground zero” of hun ondergrondse toevluchtsoord, want ze vrezen dat hetzelfde publiek dat hen toejuicht op de pleinen zich tegen hen kan keren als het zijn angst overwint. In de nachtmerries van dictators komen de demonen in de vorm van onderdanen, de afgronden namen de vorm aan van losgeslagen menigten die hun standbeelden willen neerhalen, willen spugen op hun foto’s. Deze despoten lijden onder een lichte slaap, alert op geschreeuw, op gebons op hun paleisdeuren … ze beleven – door haar te voorvoelen – vele keren hun eigen dood.

Ik had Muamar Gadaffi graag tegenover een tribunaal gezien, beschuldigd van de misdaden die hij tegen zijn land beging. Ik denk dat de gewelddadige dood van de kopstukken hen slechts een aura van martelaarschap geeft die ze niet verdienen. Ze moeten in leven blijven om de publieke getuigenis van hun slachtoffers aan te horen, om te zien hoe hun land vooruit gaat zonder hindernissen die zij vertegenwoordigden en om vast te stellen hoe vergankelijk de eerdere steun van de opportunisten was. Ze moeten overleven om getuige te zijn van de ontmanteling van de valse geschiedenis die zij herschreven, om te merken dat de nieuwe generaties hen beginnen te vergeten en om de tirades, de hoon, over zich heen te laten komen. Een despoot lynchen is hem redden, hem een bijna glorieuze vluchtroute geven waardoor hij de langdurige straf van een wettelijke veroordeling ontduikt.

Het is extreem gevaarlijk om de cyclus van hoogspanning – door deze tirannen in onze landen gezaaid – voort te zetten. Hen vermoorden omdat ze hebben gemoord, hen aanvallen omdat ze ons hebben aangevallen, laat het geweld alleen maar voortduren en verlaagt ons tot hun niveau. Nu de beelden van een bloedende en mompelende Gadaffi de wereld rond gaan, is er geen alleenheerser die niet geschrokken in de spiegel van het einde kijkt. Opdrachten tot het versterken van de geheime tunnels en het aanpassen van vluchtplannen moeten op dit moment in meerdere presidentiële paleizen rondzingen. Maar opgepast, dictators kunnen ons op meerdere manieren ontglippen en een daarvan is de dood. Het is beter dat ze blijven leven, dat ze moeten toekijken dat noch de geschiedenis noch hun volkeren hen ooit vrijpleiten*.

Voetnoot van de vertalers:

* Een verwijzing naar de afsluitende woorden van de door Fidel Castro zelf gevoerde verdedigingsrede tijdens het proces naar aanleiding van de aanval op de Moncada kazerne op 26 juli 1953, de eerste mislukte poging om het regime van Batista omver te werpen: “Veroordeel me maar. Het maakt niets uit. De geschiedenis zal me vrijpleiten”.

Comments No Comments »

Met de klok mee vanaf 12 uur: Vandaag zijn we vriendelijk, solidair, aardig, vrolijk, gelukkig, verliefd, liefdevol, optimistisch.

Bij de laatste volkstelling die in Cuba werd gehouden werd ik niet meegeteld. Ik kwam niet voor in het cijfer van 11.177.143 personen die – uit vrije wil of berusting – op dat moment op het nationale grondgebied woonden. Verstikt door gebrek aan toekomstperspectieven had ik een paar maanden voor de grote nationale volkstelling begon mijn land verlaten. Maar ik herinner me dat mijn familie en vrienden me geschrokken schreven over de sociaal werkers die aanbelden en een hele hoop vragen stelden. In een land waar de overgrote meerderheid iets te verbergen heeft, is elk onderzoek van de kant van de staat verdacht. Bij die gelegenheid vroegen ze bijvoorbeeld of de familie een computer bezat, zes jaar voordat Raúl Castro toestemming gaf om ze legaal in een winkel te kopen. De mensen logen er op los om maar voor de volkstellers – of censors? – verborgen te houden waar hun inkomsten vandaan kwamen, hoeveel huishoudelijke apparaten ze bezaten of hoeveel personen  er eigenlijk in de woning woonden.

Nu is er net een nieuwe volkstelling aangekondigd en op de tv verschijnt er een overvloed aan spotjes, programma’s of reportages om de achterdocht weg te nemen die hierdoor wordt opgewekt. Men kondigt aan dat geënquêteerden niet om hun identiteitsbewijs zal worden gevraagd en dat de informatie alleen gebruikt zal worden voor statistische doeleinden en niet aan de politie zal worden doorgegeven. Maar een muur van wantrouwen slechten is niet zo makkelijk, zeker niet in een maatschappij waar staatsinstellingen te vaak inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. De wijdverbreide neiging om de staat te misleiden maakt dat men dus vraagtekens moet zetten bij alle data die worden verkregen bij een onderzoek van deur tot deur. Er doen zich haast komische situaties voor wanneer de interviewers bij een woonblok zoals het mijne aankomen en de buren elkaar waarschuwen zodat alle spullen in hun kamer die verboden zijn of illegaal verkregen, onder een laken of in de kast worden verstopt.

Ondanks de angst en de twijfel zou een dergelijke inventarisatie op dit moment heel nuttig zijn. We zouden op basis van cijfers opvallende trends kunnen bevestigen, waaronder de duidelijke vergrijzing van de bevolking, het lage geboortecijfer en de toenemende emigratie. Zelfs als de sociologen de getallen al weten te verkrijgen, zullen we waarschijnlijk nooit geïnformeerd worden over het aantal zelfmoorden, scheidingen of abortussen, want het zijn cijfers die afbreuk doen aan het imago van het “eilandparadijs”. Zoals bij ieder onderzoek moet men bij elk gepubliceerd cijfer een foutmarge incalculeren, maar men moet hier ook het corresponderende percentage onjuiste gegevens van aftrekken vanwege al die reddende leugens waarmee velen zullen antwoorden op de zeer gedetailleerde vragenlijst van de komende volkstelling.

Comments No Comments »

Terwijl Laura Pollán pijn leed op de intensive care, herhaalde de staatstelevisie de serie waarin de leidster van de Dames in het Wit systematisch werd aangevallen. Een van de meest in het oog springende tekenen van de kleingeestigheid van de Cubaanse regering is haar onmacht om respect op te brengen voor politieke tegenstanders, zelfs wanneer zij op haar sterfbed ligt. Een systeem dat zich zo wentelt in de begrafenisrituelen van haar eigen mensen, kent geen enkel mededogen als het gaat om het overlijden van anderen. Dit gebrek aan compassie leidde ertoe dat men gisteren een basale politieke operatie uitvoerde binnen en buiten het Calixto García ziekenhuis, het lichaam van Laura werd een paar keer overgeheveld naar een andere ambulance zodat wij niet zouden weten naar welk mortuarium ze was gebracht en ten slotte kon er zelfs geen kort overlijdensbericht aan de pers van af. Als eer betonen eervol is, dan is in dit gevval het tegenovergestelde ook waar. Men heeft de laatste gelegenheid voorbij laten gaan om – op zijn minst – de schijn van erbarmen te wekken.

Hoe voelen zij zich nu, al die vrouwen die ertoe zijn aangezet om beledigingen te schreeuwen bij de voordeur van het huis aan de Neptunusstraat 963? Wat moeten de leden van de stormtroepen nu wel niet denken, die Laura op 24 september jl. hebben geschopt en geslagen? Enige wroeging onder de officials van de staatsveiligheidsdienst die zoveel protestbijeenkomsten hebben georganiseerd tegen deze vredelievende zestigplusser? Wie van hen zal de nederigheid kunnen opbrengen om een condoleance te mompelen, steun te betuigen? Het is treurig, maar het antwoord op al deze vragen blijft het oneindige ideologische vuur dat geen hommage kan brengen voor een opponent. Laura heeft hen achter zich gelaten – heeft ons achter zich gelaten – en zij hebben de kans gemist om zoveel verschrikkingen te herstellen. Ze dachten dat, door haar te beschimpen, door haar huisarrest te geven en haar te beschuldigen van landverraad, zij konden voorkomen dat men haar zou opzoeken en van haar zou houden. Maar tijdens de afgelopen zonsopgang ontkrachtte een herdenkingsdienst vol met vrienden en bekenden het effect van al die demonisering.

Laura is weg en alle tegen haar gerichte daden van haat lijken grotesker dan ooit. Laura is weg en liet een land achter dat langzaamaan een vermolmd totalitair regime van zich afschudt, een regime dat niet eens “het spijt me” kan zeggen. Laura is weg, tot verdriet van haar familie, van haar Dames in het Wit en van iedere gladiool die groeit of nog zal groeien op dit langgerekte eiland. Laura is weg, Laura is niet meer en er is geen olijfgroen uniform dat nog schoon lijkt naast de witte gloed van haar kleding.

Comments No Comments »

Voor El Sexto, de graffitiartiest die zonder proces wordt vastgehouden

Piepende banden; de deuren van de auto gaan plotseling open en drie mannen van hetzelfde model stappen uit: sterk, militair kapsel en met mobieltje dat aan de riem hangt. Er is geen ontsnappen aan. De buurtbewoners zullen je niet helpen, de nieuwsgierigen kiezen geschrokken het hazenpad en mogelijke getuigen zullen later niet willen praten. Ze duwen je met geweld in een auto zonder je een aanhoudingsbevel te laten zien of zelfs maar een bewijs dat ze bij een of ander politieorgaan behoren. De kentekenplaat is privé om maar geen institutionele sporen achter te laten. De klappen die volgen worden evenmin bekrachtigd door enige stempel, handtekening of  zelfs maar een acroniem. Je bent in handen gevallen van de Cubaanse “paramilitairen”, politieke agenten die nooit een uniform dragen en de bevoegdheid hebben om alle wetten aan hun laars te lappen, om je op te sluiten zonder dat je een delict hebt gepleegd en om je mee te nemen voor een “wandeling” terwijl ze hun bedreigingen schreeuwen en je een knietje geven in je maag.

Maffiapraktijken nemen iedere keer weer toe in de rangen van de staatsveiligheid. Haar onschendbaarheid is zelfs de normale politieagenten een doorn in het oog, die moeten toezien hoe deze sujetten onder pseudoniem alle politiecellen vullen met gedetineerden die niet in het logboek van het bureau worden bijgeschreven. Het optreden in het schemergebied van de wet is routine geworden voor de onrustige jongens van Sectie 21, die zich lid wanen van een groep uitverkorenen die iedereen zomaar op kunnen pakken of op kunnen sluiten in hun eigen huis. Ze zijn getraind om niet te luisteren en het heeft dus ook geen zin om hun oren te vullen met zinnen als “Ik ben een staatsburger en heb rechten…”, “Ik wil een advocaat spreken…”, “Waar word ik van beschuldigd?”. Voor hen zijn hun slachtoffers geen individuen die worden beschermd door een rechtstelsel, maar slechts “wormen”, niets meer dan “ongedierte”… die een despoot als Gaddafi in zijn tijd bestempelde als “ratten”.

En daar zit je dan, in die auto die als een zwart gat de grondwet die jou zou moeten redden verorbert, in bedwang gehouden door de gespierde arm van iemand die zich agent Camilo noemt of overste Moisés. Voorlopig zullen ze je alleen maar bang maken, maar op een dag – wanneer je meer durft – zullen ze in de verleiding staan om een nagel uit te trekken, je hoofd in een emmer water te duwen, een beetje te spelen met elektriciteit en jouw testikels. Want als een overheid eenheden vormt die geen verantwoording hoeven af te leggen aan welke rechter dan ook, dan zijn ze met geen mogelijkheid af te stoppen door hun tegenstanders. Deze paramilitairen van vandaag zouden de criminelen van morgen kunnen zijn. Deze elitetroepen die zich presenteren als beschermers van een verschrikkelijk systeem deinzen niet terug voor moord. Ze weten al hoe opwindend het is om jou klem te rijden op straat en je met geweld in een auto te gooien. De volgende keer willen ze jouw bloed zien vloeien.

Comments No Comments »

Een vrouw, uitbaatster van een onlangs geopende snackbar, beantwoordt de nieuwsgierige vragen van een journalist inzake het gebruik van openbare ruimte. Die avond zullen haar meningen samen met die van anderen te zien zijn in een televisierapportage over de invasie van nieuwe private handeltjes die zich uitbreiden op straat. Het thema veroorzaakt een behoorlijke polemiek. Aan de ene kant heb je degenen die uit eigen zak investeringen hebben gedaan om een toonbank te maken of om meer klanten te trekken en die nu te horen krijgen dat ze moeten sluiten omdat ze gebruik maken van ruimte die hen niet toebehoort. Aan de andere kant verliezen vele passages en portieken aan ruimte door de bouwkundige expansie vanuit winkels en woningen. Maar wat opvalt, is dat niet iedereen even hard wordt gestraft voor deze urbanistische wildgroei. De overheid lijkt de vrijheid te hebben om bepaalde plekken binnen te vallen, voetgangers de straat op te duwen of grote wanstaltigheden te bouwen zonder enige rekenschap te hoeven afleggen aan de omwonenden.

In mijn buurtje, bijvoorbeeld, trokken ze in een noodvaart een hotel op dat een heel huizenblok beslaat. In eerste instantie was het de bedoeling dat de patiënten van de zogenoemde Operatie Mirakel daar kwamen te liggen, maar bijna een jaar geleden begon men te buigen voor de wet van vraag en aanbod en werden de deuren voor het publiek geopend. Het instituut roofde een deel van de stoep van de Hidalgostraat – zonder dat enige buurtbewoner daarvoor toestemming had gegeven. Op de plaats waar vroeger iets van ruimte was voor voetgangers om auto’s te ontwijken, is nu een laden/lossengebied voor vrachtwagens, een lelijke oprit die nooit wordt gebruikt.

De schade lijkt onomkeerbaar in dit geval, want in plaats van de geïmproviseerde individuele bouwwerken, hebben we het hier over een berg beton waar niemand ook maar een stukje van kan weghalen. De mensen te voet, waarvan velen vroeger het met opstaande randen beschermde trottoir namen als ze uit de markt kwamen, voelen dat het niet de moeite waard is om er zelfs maar over te klagen. “Het is de overheid, weet je …” zeggen ze me wanneer ik vrijwilligers probeer te ronselen voor een protest. En het meest trieste is dat ze nog gelijk hebben ook. Zelfs de scherpe reporter die in het avondjournaal kritiek levert op de expansie van sommige privéhandeltjes, zal geen rapportage maken over dit stuk van de stad dat men van ons heeft afgenomen.

Comments No Comments »

- Een momentje, mevrouw, ik ben bijna klaar met deze rij.
- Kan iemand dit kind tot rust manen? Zo kan ik me niet concentreren en ik heb de schoppenaas nodig om deze ronde te winnen.
- Daar gaat de telefoon weer, net terwijl ik op het punt sta om mijn eigen record te breken. Ik ga dus echt niet opnemen, hoor.
- Niurka! Kom eens hier, meisje. Kijk hoeveel punten ik heb! Ik denk dat ik de beste solitairespeler ben van kantoor.

Als iemand een statistische studie zou doen naar welke applicaties op de staatscomputers het meest worden gebruikt, zou de lijst niet worden aangevoerd door Word of Excel en al helemaal niet door Access. De grote winnaar in deze enquête zou het beroemde kaartspelletje Patience zijn. Onze bureaucraten vervelen zich en doorbreken de sleur met het herschikken van azen, harten en ruiten. We weten niet of ze zoveel tijd aaan deze hobby besteden omdat ze zo weinig te doen hebben of dat, in werkelijkheid, de lage salarissen de gemiddelde werkdag tot een enorme tijdsverspilling maken. Hoe vaak hebben we niet staan wachten op een secretaresse die maar blijft klikken op haar muis – terwijl ze aan het scherm zit vastgeplakt – alsof we er niet in de gaten hebben dat zij, in plaats van formulieren in te vullen of  kaarten over te schrijven, speelkaarten aan het stapelen is op een digitaal tapijt met een intens groene kleur?

Terwijl receptionisten en werknemers hun speelvaardigheid aanscherpen, doen wij – de in een of andere procedure verstrikte cliënten – een beroep op ons geduld. Zij maken stapeltjes met hier de rode koning bovenop en daar een zwarte koning, maar in de ongemakkelijke stoeltjes van de burgerlijke stand of van een notaris verstrijken de uren voor degenen die een antwoord of document nodig hebben. Af en toe komt een andere kantoorklerk binnen en tientallen blikken proberen te zeggen: wij wachten al vanaf acht uur vanmorgen, wij hebben nog niet geluncht, alstublieft … help ons. Maar zonder op te kijken van zijn desk, geeft de pas binnengekomen medewerker tips aan zijn collega om die schoppen zeven te verplaatsen omdat anders het spel is afgelopen. Wanneer het sluitingstijd is, zeggen ze tegen ons: “U moet morgen maar terugkomen” en wij voelen ons als de woeste heerser met de letter K, klaar om het zwaard te trekken en in te hakken op het beeldscherm dat onze dag heeft gestolen.

Comments No Comments »

Laura Pollán, de leidster van de Dames in het Wit*. Foto: Orlando Luis Pardo Lazo

Ik klaag vaak over die zelfgenoegzame naarling in elk Cubaans huishouden – de televisie – en over de buitensporige invloed ervan op ons leven. Deze week stond het avondprogramma bijvoorbeeld bol van politieke berichten, die we later weer in herhaling horen op school, op het werk en op de radio in de kantoren…in een eindeloze spiraal van ideologische propaganda. Maar ondanks de overdosis aan slogans die uit de luidsprekers schallen, kan men ook mensen tegenkomen die al maanden geen journaal meer hebben gezien of die zich niet kunnen herinneren wanneer ze voor het laatst een Granma** hebben doorgebladerd. Dat zijn mensen die hun eigen leven leiden los van alles wat er via het officiële scherm wordt verspreid, mensen die zich vrijwillig hebben ingeënt tegen de overdaad aan overheersende standpunten.

Ik ben wel blij dat zoveel landgenoten met groeiende achterdocht luisteren naar het nieuws of de meningen die door de legale kanalen worden verspreid. Dat is niet alleen het geval bij het evalueren van de opgeblazen cijfers over de opbrengsten in de landbouw, maar er is ook wantrouwen ten opzichte van de berichtgeving over buitenlandse betrekkingen, de gezondheidstoestand van een publiek persoon of een gewoon sportbericht. Iedere dag twijfelen meer Cubanen aan wat hen wordt gezegd, ze beginnen tussen de regels door te lezen of de informatie van de nationale media te interpreteren als precies tegenovergesteld. Het ongeloof is zo groot geworden dat men denkt dat een belediging een compliment is en omgekeerd. Degenen die in partijpublicaties worden gedemoniseerd worden op deze manier personen die – weliswaar stilletjes – worden bewonderd en zelfs degenen die uit het regeringsapparaat zijn gezet krijgen een aantrekkelijk aureool.

Dat merkwaardige fenomeen van herinterpretatie indachtig, verbaast het me niets dat zoveel mensen me gebeld hebben om te horen hoe het met Laura Pollán gaat. Het is een troost dat zo’n grote schare vrienden en belangstellenden zich heeft verzameld voor het Hospital Carlixto García, waar zij is opgenomen vanwege een acute aandoening aan de luchtwegen. Als we alles wat deze vrouw op de officiële televisie aan beledigingen, scheldpartijen en leugens over zich heen heeft gekregen in aanmerking nemen, is de reactie van zoveel Cubanen die zich solidair met haar voelen alleszeggend. De tientallen sms’jes met medische bulletins over de leidster van de Dames in het Wit, de gebeden in kapelletjes in heel Cuba en de steun van zoveel andere vreedzame activisten, zijn de beste manier om die schreeuwerige beeldbuis, met zijn tirades waar we niet meer in geloven, de mond te snoeren.

Voetnoot van de vertalers:

* De Dames in het Wit (Damas de Blanco) is een groep vrouwen van wie familieleden om politieke redenen in de gevangenis zitten. De vrouwen protesteren daartegen door elke zondag, in het wit gekleed, door de straten van Havana te lopen.
** Granma is de officiële partijkrant van Cuba.

Comments No Comments »