Archive for August, 2011

Foto: Corbis

De verveling van 1983 werd even doorbroken door het bezoek van Oscar D´León en zijn voorstelling in het amfitheater van Varadero. Te midden van al die lamlendigheid, kwam de Duivel van de Salsa naar ons eiland en liet ons door zijn stem onze eigen klassiekers van de Son herontdekken. Naast de uitroep “Siguaraya!*” ter ere van de verboden Celia Cruz, was het meest gedenkwaardige van zijn optreden het verzoek “Geef me kabel” dat hij eens in de zoveel tijd herhaalde. Hij greep de microfoon en vroeg de geluidstechnicus “Geef me kabel, geef me kabel” om zich vervolgens in de uitzinnige menigte te storten die op zijn muziek danste. Na zijn vertrek liet hij ons achter met dat zinnetje dat zich ontpopte tot een metafoor om vrijheid te eisen. “Geef me kabel”, zeiden de jongeren wanneer hun ouders vonden dat hun haar moest worden geknipt of dat de strakke broek geen gezicht was. “Geef me kabel”, zou een illegale verkoper zeggen tegen de politie wanneer deze zijn handelswaar in beslag nam. “Geef me kabel”, zuchtte een echtgenoot, als zijn vrouw in een aanval van jaloezie zijn zakken doorzocht.

De uitdrukking leidde een sluimerend bestaan achter in mijn hoofd en ik heb ‘m weer afgestoft toen de fiberglaskabel tussen Venezuela en Cuba “ten tonele verscheen”. Hoewel reeds beloofd in 2008, kwam zij pas afgelopen februari aan land is sindsdien gehuld in een stilzwijgen dat uitermate verdacht is voor een project dat al meer dan 70 miljoen dollar heeft gekost. In het begin werd aangekondigd dat het dataverkeer met een factor 3.000 zou toenemen, maar nu – absurdisme ten top – zegt men dat ondanks de aanleg geen massale toegang tot het internet wordt voorzien. Na een opeenstapeling van corruptieschandalen, twee staatssecretarissen die het middelpunt zijn van een onderzoek en een richtlijn aan de staatsmedia om geen nadere details te publiceren, maakt de polemiek nu al deel uit van de volkslegendes. Sommigen zeggen dat ze haar hebben gezien, aangeraakt, en dat een enkeling al van haar diensten gebruik maakt. Anderen verzekeren weer dat het slechts een rookgordijn is om de onvrede van de niet aangesloten Cubaanse internauten weg te nemen.

Het staat in ieder geval vast dat de nieuwe kabel nog geen kilobyte in onze huiskamer heeft afgeleverd. De prijs om je op het internet te storten vanaf een hotellobby is nog altijd prohibitief hoog en de snelheid van de verbinding grenst aan het frauduleuze. Bovendien is de strijd op de overheidskantoren tegen sociale netwerken als Facebook en Google alleen maar heftiger geworden. In een wanhoopspoging om ons te doen geloven dat de spookachtige navelstreng tussen Santiago de Cuba en La Güaira daadwerkelijk bestaat, bezwoer staatssecretaris Boris Moreno een paar dagen geleden dat de kabel binnen een paar maanden operationeel zou zijn. Maar velen van ons voelen ons als die Venezolaanse zanger die zijn Cubaanse publiek probeerde te bereiken, ondanks de controle van de “geluidstechnicus”. Geef me kabel! eisen wij. Geef me kabel! denken wij… net als in de oude metafoor van vrijheid.

Voetnoot van de vertalers:

* Siguaraya: een Cubaanse struik die wordt beschouwd als een orisha (afgod) in de Santería religie. De naam Siguaraya komt voor in de titel van een beroemd lied, Mata Siguaraya, gezongen door Celia Cruz en anderen. De uitdrukking “dit is het land van de siguaraya” betekent “alles kan hier gebeuren”. Vanaf ongeveer 3:00 minuten in deze video kan je zien hoe Oscar D’Leon in Varadero probeert om een langer snoer te krijgen en rond 3:30 hoor je hem telkens opnieuw zingen “dame cable” (geef me kabel).

Comments No Comments »

Je hebt dagen van afscheiding en dagen van samenvloeien. Momenten waarop de strategie van de confrontatie ons lijkt te stoppen, maar ook minuten waarin het ons lukt om over de steeds nauwer wordende begrenzing te springen. Gisteren was juist een van die ogenblikken van aftasten, van herkenning en interactie. In Estado de SATS ontmoetten wij mensen van divers pluimage, zoals de leden van Omni Zona Franca, de leider van de groep Puños arriba (Vuisten Omhoog) en de organisatoren van het Rotilla Festival, dat recentelijk werd gegijzeld door de overheidsinstanties. Daar discussieerden wij in een overvol zaaltje, in de ergste augustushitte en met een grote behoefte om te begrijpen waarom de censuur hen had overvallen. Ik denk dat een of andere slimmerik van de staatsveiligheid gisteren zijn baan heeft verloren, want tussen de omhelzingen, vragen en kopjes thee door, werd de inlichtingendienst maanden teruggeworpen in het professioneel weven van intriges om de activisten van de burgermaatschappij tegen elkaar op te zetten en zwart te maken.

De methode is simpel en niets nieuws onder de zon. Ze bellen iemand op en zeggen dat het beter is om niet te praten met een ander, ze sturen een sms, ze antwoorden op een groet. Om het cordon sanitair te rechtvaardigen, verklaren ze dat die ene hiphopper, die blogger of die muziekproducent van de CIA is of getraind door het Pentagon. Het is niet nodig dat je ze gelooft, het is voldoende dat de intimidatie en de angst doorsijpelt en weinigen zullen de gestigmatiseerde nog opzoeken. Om dergelijke rivaliteit in stand te houden is het van levensbelang om beide partijen van elkaar weg te houden. Het zou toch wat zijn als men elkaar toch tegenkomt en ontdekt dat – oh, wat een verrassing! – geen van beiden tentakels heeft, kleding met hakenkruizen draagt of een wapen in de tas verstopt heeft. De waterdichte compartimenten op afstand van elkaar houden is lang genoeg de belangrijkste strategie geweest om controle te houden.

Daarom genoot ik zo van de omhelzing van Luis Eligio, de luide zoen van Raudel van Eskuadrón Patriota, de warme begroeting van de leden van Matraka en van Talento Cubano. Ik beluisterde hen als iemand die een bekend verhaal hoort: de lange lijdensweg van de demonisering die ik in levende lijve heb ondergaan. Toen ze het publiek het woord gaven, vroeg ik hen of ze beseften dat ze in de vergaarbak van criticasters waren gegooid en dat vanaf nu van alles met hen kon gebeuren. Iemand antwoordde me dat wij al met zovelen in die vergaarbak zaten, dat het probleem zich nu had verplaatst naar degenen die er niet in zaten. Ik ging met een gelukkig gevoel naar huis, door de vaststelling hoe ineffectief de machinaties van de politieke politie nog zijn, hoe moeilijk het voor hen zal worden om de waterdichte compartimenten gescheiden te houden.

Comments No Comments »

Een tijdje gelden keek ik samen met een Spaanse vriendin naar een documentaire van Elías Andrés en Victoria Prego over de transitie naar democratie in dat Europese land. Het bestond uit 13 afleveringen vol met details die de periode 1973 tot 1977 omvatten, tussen de doosstrijd van de Caudillo en de geboorte van een meervoudige samenleving. Aan de hand van beelden of de stem van de belangrijkste politieke actoren in dat proces, werden de hervormingswetgeving, de dood van generaal Franco, de kroning van Juan Carlos I en de legalisatie van de Communistische Partij geanalyseerd. Mijn vriendin, die de 50 al is gepasseerd, stond niet een keer op tijdens de uren die al die hoofdstukken duurden. Aan het einde zei ze iets tegen mij dat me deze dagen kracht geeft: “Ik was daar, op veel van die momenten en die plekken, maar ik had al die tijd niet door dat het de transitie was”.

Ik denk dat iets soortgelijks aan de hand is met de Cubanen. We zitten midden in de transitie, iets lijkt op het punt te staan om onherstelbaar te breken op dit eiland, maar we hebben het niet in de gaten, ondergedompeld in het leven van alledag en in de problemen. Later zullen er documentairemakers komen die in 30 minuten willen vertellen waar wij decennia over gedaan hebben. De analisten zullen hun tijdsbalken maken waarin de gebeurtenissen worden opgesomd die aan onze kant zijn gebeurd en die op een dag geschiedenis zijn. De Cuba experts, van hun kant, zullen zeggen dat de indicatoren van de val al te zien waren en zullen in de geschiedenisboeken een datum prikken om het einde te markeren. De filmmakers zullen met plezier een reconstructie maken van “uur U” en zelfs de allerkleinsten zullen bevestigen dat zij het zich nog herinneren, dat ook zij herinneringen bewaren aan die tijd.

Maar de echte verandering zal niet de dood zijn van een bejaarde man aan wie de Cubanen steeds minder een boodschap hebben, ook niet de legalisatie van een of andere politieke beweging om de strijd aan te gaan met die stokoude Communistische Partij. De meest ingrijpende transitie is zich al lange tijd aan het vormgeven in onze eigen geest. Een langzame, verlegen metamorfose, met veel angsten gepaard, maar hoe dan ook evolutie. Een onomkeerbaar proces waarin wij iets achterlaten waarvan wij af en toe dachten dat het eeuwig zou bestaan. Wij zullen op televisie die documentaire zien over deze jaren, onze kleinkinderen zullen vragen stellen en de bespiegelingen a posteriori zullen een hoge vlucht  nemen. Velen zullen, pas op dat moment, voor het eerst feiten van ingrijpend belang onder ogen zien waarover de staatsmedia nu in alle talen zwijgen. Maar er zullen ook anderen zijn die trots verklaren: “Ik was erbij, ik heb het meegemaakt en in mijn buik voelde ik al de duizeling van de transitie”.

Comments No Comments »

Het kind hing aan haar rokken, jengelend om een snoepje, terwijl de bewaker de eiste haar tas te doorzoeken en iemand anders aanhoudend vroeg om de kassabon. Te midden van deze gekte, beging ze de fout haar wisselgeld niet te controleren, iets meer dan 6 CUC waarmee ze het tot het eind van de maand moest uitzingen. Toen ze thuis kwam, ontdekte ze – verstopt tussen de muntstukken – er eentje met het gezicht van Che Guevara, die met zijn majesteitelijke blik probeerde door te gaan voor een CUC. De vrouw rende terug om verhaal te halen bij de verkoopster, maar niemand luisterde naar haar. Ze was het slachtoffer van een van de meest voorkomende trucjes in winkels: een simpel 3 peso muntje als wisselgeld in plaats van een glimmende CUC, die acht keer zoveel waard is. Ze had de neiging om het muntstukje door het loket te smijten, maar haar man stelde voor om het muntje te verkopen aan een toerist om een deel het verloren geld terug te verdienen.

Het leven kent van dit soort onverwachte wendingen. Het gezicht van de voormalige president van de Centrale Bank (1960) kijkt ons aan vanaf het muntje dat praktisch alleen nog gebruikt wordt als souvenir of als middel om te bedriegen. Die man, die zo onverschillig was – anderen zullen misschien zegen: respectloos – om onze nationale geldbiljetten te ondertekenen met zijn korte bijnaam “Che”, zit nu opgesloten in een metalen rondje van dubieuze waarde; verstrikt in deze monetaire dualiteit waarvan hij nooit vermoedde dat deze verbonden zou zijn aan het oormerk “de nieuwe mens” uit zijn toespraken. Rond hotels zie je nu oudjes, aan de straat geraakte bejaarden, aan buitenlanders hun handelswaar tonen bestaande uit zulke opgepoetste 3 pesomuntjes met de afbeelding van de guerrillastrijder met baret en jas. Ondertussen probeert de snelle hand van een caissière ze te verstoppen in het wisselgeld aan de klant, gebruikmakend van de afleiding door een jengelend kind en een bewaker die een tas doorzoekt.

Comments No Comments »

Foto: Julio Castro

Ik ben heel bang voor het antwoord “nooit”.
Pablo Milanés

De laatste keer dat ik naar een concert van Pablo Milanés ging kon ik geen enkel liedje van hem mee neuriën. Midden op de anti-imperialistische tribune onthulden wij in augustus 2008 met verschillende vrienden een spandoek met de naam “Gorki erop, om de vrijlating te eisen van deze punkrock muzikant die werd vervolgd op basis van “pre-criminele gevaarlijkheid”. De geschilderde lakens waren enkele seconden in beeld voordat goed getrainde menigte zich op ons stortte. De volgende dag deed mijn hele lichaam pijn en werd ik vooral geplaagd door een schuldgevoel jegens de auteur van “Yolanda”, die in mijn verbeelding een passieve getuige was van de gebeurtenissen. Ik vergistte me echter. Later kwam ik er achter dat wij door zijn inmenging niet de nacht in een kerker hebben doorgebracht en dat hij ook een lans heeft gebroken voor de vrijlating van Gorki.

Aanstaande 27 augustus staat Pablo Milanés geprogrammeerd voor een concert in Miami. Het evenement heeft de irritatie gewekt van mensen die hem zien als een marionet van het Castro regime. Maar zelf de vurigste criticasters moeten niet vergeten dat ook zijn leven – zoals dat van vele Cubanen – een aaneenschakeling is geweest van klappen uitgedeeld door de intolerantie: zijn opsluiting in een UMAP werkkamp, het aanvankelijke onbegrip van de Nueva Trova en het opdoeken van de stichting die zijn naam droeg. Men moet ook erkennen dat Pablo Milanés moed toonde door zijn weigering om de verklaring te ondertekenen waarin ontelbare intellectuelen en artiesten hun steun betuigden aan de repressieve maatregelen die de Cubaanse regering in 2003 nam, waaronder begrepen de executie van drie jongeren die een boot hadden gekaapt om te emigreren.

Pablo, de dikke Pablo, die in de jaren tachtig op elke zender te horen was, onderging een verandering die velen van ons ook hebben ondergaan. Zijn afwijkende geluid is sinds enige jaren te horen en zijn gezicht is niet meer te zien bij dergelijke diep politieke opvoeringen waarmee de autoriteiten willen laten zien dat “de artiesten aan de zijde van de Revolutie staan”. Mijn gevoel zegt dat hij graag het podium zou delen met die verbannen stemmen die nog altijd niet in hun eigen land mogen optreden. De troubadour die over enkele dagen in Florida zal optreden is een man die artistiek een sociaal is gegroeid en gerijpt en die bovendien zich ervan bewust is van de noodzaak dat ons volk aan beide oevers elkaar weer ontmoet. Pablo Milanés begroeten met geschreeuw en beledigingen kan er dus voor zorgen dat de noodzakelijke omhelzing tussen de Cubanen hier en daar langer duurt … maar het zal het niet verhinderen.

Voetnoot van de vertalers:

De “anti-imperialistische tribune”, ook wel de “Protestodrome” genoemd, is een concertpodium, dat is gebouwd pal voor de deur van de Amerikaanse “ambassade” aan de Malecónboulevard in Havana.

Comments No Comments »

Er zijn laatst drie jongen neergestoken in de Piragua*”,Loop niet via het kruispunt Zapata en straat G, want daar word je beroofd”, “Een oud-politieagent doodde een minderjarige toen die een paar knippa’s probeerde te stelen”, “Haal het niet in je hoofd om na tien uur ‘s avonds rond te lopen in het centrum van Havana”. Het zijn enkele zinnen die deel uitmaken van onze eigen en alternatieve rode kroniek, deel van de stroom aan informatie over geweld op straat waar de officiële pers niet over bericht. Er bestaat een latente spanning die niet tot uitbarsting komt in een protest op de Plaza de la Revolución of in een kampement voor de deur van de Raad van State, maar die gekanaliseerd wordt in een vuistslag op de huid tijdens het carnaval of een ijzeren staaf die in de schouders zinkt in een tumultueus opstootje. Deze permanente irritatie – niet alleen te wijten aan de hitte – maakt dat vlindermessen opduiken op de meest onvoorspelbare plekken en dat kinderen met gebalde vuisten tegenover elkaar staan, terwijl ze vreedzaam zouden moeten spelen. Een staat van woede die nauwelijks door de toeristen wordt opgemerkt, omringd als zij zijn door gefingeerde glimlachen van degenen die iets willen verdienen.

Een paar dagen geleden trokken twee vrouwen elkaar aan de haren om een plekje te bemachtigen in een gedeelde taxi, een buschauffeur trok gelijk een knuppel toen een passagier klaagde over zijn rijstijl, een moeder gaf haar zoontje een klap omdat hij zijn ijsje knoeide op zijn overhemd en een CDR**-lid uit Santiago beukte in op een politieke tegenstander totdat zijn kaak was gebroken. Wat is er met ons aan de hand? Vanwaar deze woede die ons tegen elkaar ophitst? Waarom deze institutionele stilte over gebeurtenissen die inmiddels inherent zijn aan ons dagelijks leven? Ik herinner me de paar uur die ik op een politiebureau doorbracht en me verbaasde over de hoeveelheid buitenlanders die daar aangifte kwamen doen van een beroving met geweld. De ene na de andere kwam binnen en de dienstdoende agent zat met zijn handen in zijn haar. “Het zijn er teveel”, hoorde ik hem zeggen.

Geloven de autoriteiten van ons land misschien dat deze risico’s zullen verdwijnen als men het er niet over heeft? Wellicht denken ze dat de non-existentie van een rapport over het geweld dat de stad verziekt ervoor zal zorgen dat dit afneemt? Ik ben het spuugzat om de tv aan te zetten en alleen incidenten in de straten van New York of Berlijn te zien. Ik heb een zoon van 16 en ik wil weten welk gevaar hij loopt wanneer hij een voet buiten onze deur zet. Stop met het falsificeren van statistieken, het manipuleren van doktersverklaringen, het verbergen van het eindresultaat van de woede. We leven in een samenleving waarin de klap en het gegil worden vervangen door het woord. Laten we dit bekennen en een start maken om hiertegen oplossingen te vinden.

Voetnoot van de vertalers:

* Piragua: een open ruimte aan de Malecónboulevard, ter hoogte van het beroemde Hotel Nacional.
** Comité de Defensa de la Revolución: committee’s die op straatniveau in de gaten houden in hoeverre men volgens de geldende ideologie leeft.

Comments No Comments »

Nederland, België, Zuid-Afrika, Noorwegen, Zweden, Portugal, IJsland, Argentinië en zelfs het door onze grootouders als timide en ouderwets omschreven Spanje gingen ons voorbij. Het homohuwelijk werd ook werkelijkheid in enkele jurisdicties in de Verenigde Staten en Mexico, thuishaven van al die films over cowboys met grote hoeden en pistolen in hun holsters. In slechts een paar decennia heeft de moderne tijd ons met grote passen ingehaald en ons – zonder een poot om op te staan – achtergelaten met teveel vooroordelen, teveel verschraaldheid. Hoe is het gekomen dat de Cubanen weer preuts en ouderwets zijn geworden? Met welke redenen – of bedoelingen – blijven wij buiten de 21ste eeuw?

Bovenop de “antropologische schade” van een maatschappij, die nauwelijks is aangesloten op de nieuwe communicatiemethoden, die een armoedige politieke cultuur heeft en een bijna infantiel besef van burgerrechten, komt ook nog de beperkte evolutie in het accepteren van de verschillen in de laatste vijftig jaar. Maar er zijn altijd individuen die een land dwingen zijn stap te versnellen en te hollen om op de passerende trein van de geschiedenis te springen. In dit geval zijn dat Wendy en Ignacio, die niet geduldig de trage wielen van de Volksvertegenwoordiging afwachtten om de legalisatie van het homohuwelijk op de agenda te zetten. Zij, heen en weer geslingerd door alle discriminatie. Hij, aangevallen door homofobie en de ideologische intolerantie. Wendy, door het afdwingen van een geslachtsveranderende operatie via CENESEX*; Ignacio, door het net zolang provoceren van Mariela Castro met zijn politieke ideeën totdat zij zijn aanstaande bruid ontsloeg uit haar functie, een functie bij een instituut die claimt te vechten voor de acceptatie van de verscheidenheid.

Hoewel het evenement van aanstaande zaterdag 13 augustus juridisch gezien niet als een homohuwelijk wordt beschouwd, komt het het dichtst in de buurt. Wendy heeft een identiteitskaart met een vrouwelijke naam, maar de bureaucraten zal het moeite kosten om te begrijpen waarom op haar geboortecertificaat “jongen” staat. Beiden zullen ten overstaan van een notaris een akte tekenen, waarna ze het trouwzaaltje zullen verlaten als man en vrouw. Ze zullen naar huis gaan in de wijk Playa, in de wetenschap dat ze een belangrijk precedent hebben geschapen, dat ze ons een les hebben geleerd, een schok hebben gegeven of een duwtje. En degenen die aanwezig zijn bij het voltrekken van dit huwelijk, vooral deze dienaar die als erematrone zal optreden, moeten Wendy en Ignacio dankbaar zijn. Want gedurende één middag, hoe kortstondig ook, hebben zij ons land in het derde millennium geplaatst, in het zo vurig gewenste “nu”.

* Het huwelijk van Wendy en Ignacio vindt aanstaande zaterdag 13 augustus 2011 plaats om 15:00 uur in het Trouwpaleis van de wijk Víbora.

Iedereen die wil is uitgenodigd: vrienden, bekenden, nieuwsgierige buurtgenoten, iedereen die zich gestigmatiseerd voelt, paparazzi’s, bloggers, onafhankelijke journalisten, werknemers van CENESEX – inclusief Mariela Castro – buitenlandse en nationale pers, homo’s, transseksuelen en hetero’s. De poort zal ook openstaan voor iedereen die van mening is dat Cuba de moderniteit moet binnenlaten en dat de moderniteit Cuba moet binnenlaten, waaronder begrepen – en waarom ook niet? – iedereen die in een echte volksvertegenwoordiging zou stemmen tegen dit soort huwelijken. Tot slot, wat zou het een mooie gelegenheid zijn voor toleranten en minder toleranten, voor geheim agenten en hun dagelijkse slachtoffers, de mensen die zwijgen en zij die applaudisseren, degenen die vasthouden aan het Evangelie en anderen die geen enkel geloof aanhangen, om aanwezig te zijn bij dit moment dat Wendy en Ignacio hebben bereikt na ontelbare hindernissen te hebben genomen, waaronder het geboren zijn in een land dat is verankerd in het verleden.

Voetnoot van de vertalers

* CENESEX is het Nationale Centrum voor Seksuele Voorlichting, geleid door Mariela Castro, Raúl’s dochter.

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van Diana Nyad’s website: www.diananyad.com

Ik voelde een schok toen ik hoorde dat Diana Nyad een poging zou doen om de Straat van Florida al zwemmend over te steken. Het riep beelden op van die dagen in 1994, toen het in mijn wijk San Leopoldo een drukte van belang was van mensen die geïmproviseerde vlotten bouwden om de oversteek te wagen. Ik herinner me vooral één groep die vertrok in die periode dat de Cubaanse autoriteiten besloten niet in te grijpen bij illegale vertrekpogingen. Een vlot, bestaand uit stukken hout, plastic containers die als drijvers fungeerden, de beeltenis van de Heilige Maagd van de Barmhartigheid en een vlag van aan elkaar gestikte lapjes waarvan niet te achterhalen viel bij welk land het hoorde. Maar het meeste indruk maakte het feit dat het krakkemikkige vlot uitsluitend werd bemand door bejaarden. Een van hen was een zeer donkere vrouw met een kleurrijke strooien hoed, een bloemetjesjurk en een brede lach, die in het Spaans en Engels alle jonge mannen bedankte die hen hielpen het vlot te lanceren. Ik heb nooit geweten of die gedurfde expeditie haar eindbestemming heeft bereikt, of al die oudjes de kans hebben gekregen om opnieuw te beginnen.

Zeventien jaar later hoor ik het nieuwsbericht dat een Noord-Amerikaanse een poging wilt doen om dezelfde route af te leggen, maar dit keer slechts beschermd door duikers, een paar kajaks en een medisch team. Haar prijzenswaardige voornemen was om de aandacht te vestigen op de nabijheid van dit Caribische eiland en haar buurman in het Noorden, om beide overs dichter bij elkaar te brengen. Maar de Straat van Florida maakt tevens deel uit van onze nationale begraafplaats, de laatste rustplaats van duizenden landgenoten. Dat de atlete niets over dit belangrijke aspect zegt, schoot me in het verkeerde keelgat. Net als het feit dat ze met haar huzarenstukje de twintigste verjaardag van een exclusieve club als de Hemingway Jachthaven opluistert, waar tot op de dag van vandaag geen Cubaan – in zijn eentje – op een bootje mag stappen of zelfs maar mag genieten van deze prachtige aanlegplek. Ik zou het mooier hebben gevonden als in de stromingen van de zee iemand had gezwommen die verklaart de pijn van deze wateren te kennen en die haar onderneming zou opdragen aan de “onbekende bootvluchteling” die stierf in de muil van zoveel mogelijke haaien.

Toen ik dinsdag hoorde dat de zwemster na 29 uur ploeteren haar poging zag stranden, voelde ik een bevestiging van mijn bijgeloof. Er zijn plekken, die meer nodig hebben dan zwembewegingen of records om minder triest te lijken. De staatstelevisie zei zonder veel opsmuk dat “onneembare hindernissen de kop hadden opgestoken, waaronder een wind van meer dan 20 kilometer per uur”. Ik kan me Diana voorstellen in heet strijd tegen de golven, de zon die fel brandt op haar hoofd, het intens zoute zeewater in haar mond. Ik ga verder en fantaseer – in onuitlegbaar detail – over een strooien hoed, de kleurrijke sombrero van een vrouw die vlakbij voorbij drijft en haar doet geloven dat ze een delirium beleeft midden in de Straat van Florida.

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van: www.elciudadano.cl

Mijn mobiele telefoon ging, juist op het moment dat een streng kijkende soldaat mij de formulieren voor de aanvraag van een uitreisvisum overhandigde. Het grote huis in straat 17, tussen de dwarsstraten J en K, zag er gerestaureerd uit: nieuwe aluminium raamkozijnen, een likje verf en een uitbreiding van het aantal zitplaatsen voor het lange wachten. Niets aan dat renoveerde instituut wees er gisteren op dat de restricties op het in- en uitreizen zouden worden versoepeld. Veel eerder leek het erop dat de enorme schoorsteenloze industrie van de migratiebeperkingen – met zijn aanzienlijke jaarlijkse dividenden in harde valuta – nog jaren op de been zou blijven. Met tegenzin nam ik de telefoon op, murw door alle bureaucratie die mij de hele ochtend had fijngeknepen. Een bijna metalen stem doorgegeven via de kanalen van Skype, vroeg me: “Heb je gehoord wat Raúl Castro heeft gezegd?

Ik kwam thuis en luisterde naar de toespraak van de Cubaanse president in het parlement. Tegen het einde verklaarde hij ermee bezig te zijn “om de actualisatie van het huidige migratiebeleid op de rails te zetten”. Echter, ik zit hier met al deze formulieren om goedkeuring te krijgen en een paspoort vol visa die ik niet hebben mogen gebruiken. Volgende week donderdag moet ik opdraven op het evenement BlogHer in San Diego, maar het is ondenkbaar dat de versoepeling zo snel wordt doorgevoerd dat ik dat vliegtuig nog op tijd kan halen. Luisterend naar de nieuwe Grote Leider, dacht ik aan een vriendin die, half spottend, half serieus, zei: “In Cuba zijn de openingen nooit zo open en de sloten nooit zo gesloten”. In dit geval kan ik het scepticisme niet van me afschudden, met mijn persoonlijke ervaring van 16 geweigerde visa in nauwelijks vier jaar.

Al te lang is de mogelijkheid om ons eigen land te verlaten of om terug te keren een kwestie van ideologische dwang geweest. Het verkrijgen van die witte kaart die ons in staat stelt ons de bevrijden van het eilanderschap of van de bevoegdheid om nationaal grondgebied te betreden kent als voorwaarde dat we “politiek correct” zijn. Ik geloof werkelijk niet dat de vlag voor iedereen even hoog wordt gehesen. Een lijst met personen die niet mogen vertrekken zal ergens in een la blijven liggen, een letter in rode inkt zal aangeven wie niet van deze hervorming gebruik mag maken. Toch, het gaat de goede kant op. Ik koester in ieder geval de hoop dat, wanneer de meerderheid van de Cubanen vrij mag reizen, de gedwongen immobiliteit van anderen eerder als gênant wordt ervaren.

Comments No Comments »