Archive for Januar, 2011

Hij schraapte zijn keel voordat hij begon uit te leggen waarom ze daar bijeen waren, in het armzalige theater dat nog maar spaarzaam wordt gebruikt. In zijn handen had hij, als een script, het blauwe boekje met de richtlijnen voor het Zesde Congres van de Communistische Partij en aan de tafel van het voorzittend college achter hem zaten gemeentelijke en provinciale partijfunctionarissen. Alvorens iemand het woord te geven onderstreepte hij met klem dat ze zich moesten houden aan wat er op die pagina’s stond en dat ze alleen zouden discussiëren over onderwerpen die betrekking hadden op de economie. Hij spelde het laatste woord nadrukkelijk, om te voorkomen dat men zijn recht op “het vrij inbrengen van onderwerpen” zouden opeisen of zou eisen dat het hem werd toegestaan het land vrij in en uit te reizen. “E-CO-NO-MIE”, herhaalde hij met de nadruk op elke lettergreep, terwijl hij zijn ogen opensperde en zijn wenkbrauwen nadrukkelijk optrok waarbij hij de meest lastige werknemers aankeek.

Met zo’n inleiding werd de vergadering een slaapverwekkende en formele procedure, nog een klus erbij, bovenop de normale werkdag. Werktuigelijk gingen tientallen armen omhoog na de vraag of ze het met alle punten eens waren. Een ongemakkelijke stilte na de vraag “Wie is tegen?” en iets van een soort matheid bij het horen van “Wie onthoudt zich van stemming?” Slechts één jonge man stelde vragen bij het geldende verbod om auto’s en huizen te kopen, maar onmiddellijk nam een actief partijlid het woord om een lange lofzang op de persoon van de Hoogste Leider te houden. En zo gebeurde het telkens weer, wanneer iemand wees op een probleem, schoot er iemand anders naar voren erop hamerend wat de partij in de loop van de tijd allemaal bereikt had. De verdedigers van de partijlijn waren op gelijke afstanden van elkaar in de zaal geplaatst en ze reageerden alsof ze een uit het hoofd geleerd script of een ingestudeerde choreografie volgden. Het gevoel in een geënsceneerde vergadering verzeild te zijn geraakt wedijverde om het hardst met het verlangen om – zo snel mogelijk – naar huis te gaan.

Op de werkvloer was men de volgende dag weer teruggekeerd naar de dagelijkse routine. Een monteur, die heel dicht bij het college van voorzitters had gezeten, kon zich niet één van de richtlijnen meer herinneren. Het meisje van het magazijn vatte de discussies van de vorige middag voor haar vriendinnen eenvoudig samen met een  “Ach…. meer van hetzelfde” en de chauffeur van de bedrijfsleider haalde sceptisch zijn schouders op toen een collega hem vroeg wat er gebeurd was. Velen hadden die dag beleefd als een voorproefje van wat er komende april in het Paleis van het Volkscongres zal plaats vinden, als een korte impressie op kleine schaal van het congres van de Cubaanse Communistische Partij. Over een paar maanden zullen ze het tafereel op de televisie zien, maar deze keer waren zíj het die hun hand opstaken en onder de strenge blik van de directeur unaniem vóór hebben gestemd.

Comments No Comments »

Het nadert, maar komt er nooit; ze kondigen het aan, hoewel het zich niet concretiseert. Binnenkort kunnen we hem zien liggen vanaf Punta de Maisí, maar toch zal het heel ver en onbereikbaar aanvoelen. De kabel van optische glasvezel tussen Cuba en Venezuela is al meer dan twee jaar de wortel die de inwoners van dit eiland zonder internetaansluiting wordt voorgehouden. De dunne draden zijn gebruikt als argument tegen degenen die volhielden dat de beperkingen in de toegang tot het internet eerder door politieke belangen is ingegeven dan door het gebrek aan bandbreedte. We hebben de langzame reis van de navelstreng, die La Guaira en Santiago de Cuba met elkaar zal verbinden, nauwgezet gevolgd. We zagen de boot die hem uit Frankrijk vervoerde en hoorden de berichten dat de snelheid waarmee we data, beelden en spraak versturen zich 3.000 keer zou vermenigvuldigen. Maar iets zegt ons dat de vezels van die kabel nu al een naam, een eigenaar en een ideologie hebben.

Met een capaciteit van 640 gigabytes, zal het nieuwe ligament speciaal worden ingezet voor institutionele projecten die door de regering worden aangestuurd. Wanneer de officiële pers de voordelen opsomt, legt het de nadruk op het feit dat de kabel “de nationale soevereiniteit en veiligheid versterkt”, maar wijdt het geen woord aan de verbetering van de informatievoorziening van de bevolking. De 70 miljoen dollar kostende verbinding lijkt eerder voorbestemd om ons te controleren dan om ons in contact te brengen met de wereld, maar ik heb er vertrouwen in dat we zijn beoogde toepassing in de war kunnen sturen. In de huidige tijd, waarin verschillende bouwwerken van de zogenoemde “Slag van de Ideeën” zijn omgebouwd tot hotels om deviezen te genereren en waarin men waarschuwt dat niet rendabele bedrijven zullen worden geliquideerd, is het vrij waarschijnlijk dat veel van zijn digitale hartslag in handen zal vallen van degenen die dit kunnen betalen. Met of zonder toestemming, de interneturen zullen in de verkoop gaan, tegen korting, in een land waar het stelen van de overheid dagelijkse praktijk is, een strategie om te overleven.

Wanneer wij via de zeebodem met Venezuela verbonden zijn, zal het nog immoreler zijn om de huidige hoge prijzen, die in hotels of andere publieke ruimtes worden gevraagd voor toegang tot het wereldwijde web, in stand te houden. Ook zal de rechtvaardiging wegvallen om Cubanen het recht te ontzeggen een internetverbinding thuis te hebben, waarmee wij de cyberspace kunnen betreden en het zal lastiger worden ons te overtuigen waarom wij geen account mogen hebben op Youtube, Facebook of Gmail. Het aantal illegale aansluitingen zal groeien, de zwarte markt voor films en documentaires zal zich voeden met die megabytes die door ons insulaire platform stromen. In de werkplekken met internetaansluiting zullen de werknemers de kabel ook gebruiken om zich in te schrijven voor de Amerikaanse visaloterij, om buitenlandse websites met vacatures en amoureuze chats te bezoeken. Ze zullen niet kunnen verhinderen dat wij deze kabel op een andere manier gaan gebruiken dan degenen die hem kochten hebben voorzien, zij die geloven dat een eiland stevig kan worden vastgebonden door een simpele kabel van glasvezel.

Comments No Comments »

Hij kocht een doosje zware sigaren, hoewel hij niet rookt, een stoffen tas voor de boodschappen, hoewel hij er al een bij zich droeg, en twee saaie exemplaren van de Granma van dezelfde editie. Hij deed het om die oudjes te helpen, met hun bevende lijven en rooddoorlopen ogen, die eindeloze prullaria verkopen in de straten van Havana. Mensen met stijve benen van de artrose, de wandelstok die hun aangevreten anatomie completeert en het haar grijs geworden door de jaren. Bejaarden die zich op de zwarte markt hebben gestort en hun magere handelswaar aanbieden in de portieken van de Reina, Galiano of Monte y Belascoaín avenue. Zeventigers die zich genoodzaakt zien om hun dagelijkse quota aan levensmiddelen – elke dag minder wordend – door te verkopen en omaatjes met treurige gezichten die te eten hebben dankzij de karamelsnoepjes of de pinda’s die zij zelf verkopen bij de uitgangen van de scholen.

Duizenden oude Cubanen hebben aan het eind van hun leven moeten terugkeren naar het werkende bestaan, deze keer met alle risico’s van de illegaliteit. Trillende handen door de Parkinson tonen gesuikerde snacks bij de bushaltes en gerimpelde gezichten kijken ons aan  terwijl ze scheermesjes voor slechts vijf peso aanbieden. Hun pensioenen zijn extreem karig en de welverdiende rust waar ze naar uitkeken zijn veranderd in opgejaagde dagen, zich verstoppend voor de politie. Het systeem dat zij hielpen bouwen kan hen vandaag geen waardige oude dag geven, hen behoeden voor de ellende.

Verwaarloosd en slepend met zijn voeten, roept de tachtiger op de hoek dat hij afwassponsjes heeft en tubes secondenlijm dat alles kan plakken. Een meisje loopt voorbij en bekijkt de inhoud van haar portemonnee. Ze heeft niet genoeg voor het een of het andere product, maar morgen zal ze terug komen en hem helpen door iets te kopen, al is maar een van die landelijke kranten waarin alleen gelukkige en tevreden bejaarden staan afgebeeld.

Comments No Comments »

De cafetaria in Calle 13, tussen de straten F en G, was die middag in december geheel gevuld met beveiligingsagenten en fans. De eerste categorie was daar voor mij, als een tragikomische polonaise die rond deze onrustige blogger en haar huis danst. De tweede categorie volgers konden hun ogen niet afhouden van het stralende gezicht van de actrice Julia Stiles, met haar lach van het witte doek, in kleur. De verwarring was groot toen ze zagen dat de vertolkster van het personage Nicky Parsons aan tafel schoof bij de schrijfster van Generación Y en een geanimeerd gesprek met haar had. Want ja, de beroemde Newyorkse leest mijn virtuele dagboek en haar interesse gaat verder dan de wijze waarop onze werkelijkheid wordt geëxporteerd op toeristische ansichtkaarten. Ze wilde nauwelijks over zichzelf praten, hoewel ik graag meer wilde weten over haar professionele leven of haar gewoon een handtekening wilde vragen.

Julia en ik zijn van een generatie Amerikanen en Cubanen die van elkaar is gescheiden en tegen elkaar is opgejut door een retoriek die tegen onze wensen in ging. Afstammelingen van enkele Montagues en Capulets die ons erfelijk proberen te belasten met hun wrok en haat. Maar objectief bekeken hebben ze hun doel niet bereikt en is het resultaat eigenlijk het tegenovergestelde. Dichtbij, maar gescheiden van elkaar; met veel gelijkenissen, maar opgezet tegen elkaar. Veel jongeren in beide kampen hebben genoeg van deze achterhaalde “koude oorlog” en de gevolgen ervan op ons leven. Zo stond de ontmoeting met Julia in het teken van verzoening, alsof midden in de strijd twee tegenstanders toenadering zochten tot elkaar, elkaar aftastten en omarmden.

Niemand in de cafetaria hoorde het geluid van wapens die werden neergelegd, en zelfs degenen die erbij waren om naar ons te kijken zagen niet hoe we de muren afbraken die ons van elkaar scheidden. Op het eind omhelsden de vrouw met de stralende lach uit de film en de vrouw uit Havana die de ‘Nieuwe Mens’ had moeten zijn elkaar opnieuw en zeiden “tot ziens”. Ieder vervolgde haar weg en keerde terug naar haar eigen leven, voor de camera of achter het toetsenbord, in de Big Apple of in een flatgebouw naar Joegoslavisch model. Maar sinds die middag, als ik op televisie het gebrul hoor tegen onze buren in het noorden, denk ik terug aan Julia, en het werkt als therapie om terug te denken aan haar lach en de kleine wapenstilstand die wij die dag sloten.

Comments No Comments »

Foto overgenomen van: www.esacademic.com

De handen bewegen snel en zonder aarzeling, in de nauwelijks 30 seconden die ze hebben om de sigaren die naar de zwarte markt gaan onder de tafel te verstoppen. Twee camera’s speuren de zaal af waar de geurige bladeren worden gerold die uiteindelijk zullen belanden in een doosje met de naam Cohiba, Partagás of H. Upmann. Elk glazen oog draait 180 graden, waarbij er – heel eventjes – een blinde hoek ontstaat, een nauwe strook van sigarenrollers zonder toezicht. Goed moment om deze Lancero of die Robusto aan het zicht van de supervisors te onttrekken en deze later met korting te verkopen ten opzichte van de officiële markt. Een andere werknemer betaalt de bewakers een oogje toe te knijpen als de goederen uit de fabriek worden gesmokkeld en binnen 24 uur is de sterke aroma te ruiken op straat.

Wanneer mijn studenten Spaans me vragen over de kwaliteit van de sigaren die “buiten op straat” worden verkocht, grap ik altijd dat in de sigaren kistjes net zo goed een opgerolde Granma* kan zitten. Ik weet echter ook dat een behoorlijk gedeelte van het clandestiene aanbod uit dezelfde institutionele fabrieken is gesmokkeld, waar de sigaren worden gemaakt die in de staatswinkels worden geshowd. Daartoe uitgedaagd, zullen drie op de vijf Havanero’s pochen een echte roller te kennen die hem authentieke en verse Puro’s kan leveren. Bij de handel in nicotine zijn duizenden mensen in deze stad betrokken en zorgt voor een netwerk van corruptie en zwarte winsten van de onmeetbare omvang. Haar verklaring ligt in het feit dat het eindproduct lijkt op wat van overheidswege wordt verhandeld, maar dan drie à vier keer goedkoper.

Een van de meest gehoorde preposities die de toeristen hier te horen krijgen zijn “Mister, cigars!” of “Lady, habanos?”, die hen worden toegeworpen op elke hoek van de straat. Het is ten minste niet zo shockerend als een pooier die zijn catalogus, bestaande uit “jongens, meisjes, meisjes met jongens”, toe sist. Dus het hele proces dat begint in de fabriek, in die 30 seconden waarin de camera de andere kant opkijkt, eindigt bij een buitenlander die voor 25 sigaren een prijs betaalt waarvoor hij anders slechts een paar exemplaren zou kunnen kopen. Iedereen wint: de roller, de bewaker, de illegale verkoper en … de staat? Tja, wie interesseert dat nou?

Voetnoot van de vertalers:

* Het officiële orgaan van de Communistische Partij in Cuba

Comments No Comments »

In kleurige omslagen met nylon hoesjes eromheen worden sinds kort op elke straathoek van mijn stad cd’s en dvd’s aangeboden. Het verkopen van muziek, tv series en films is één van de zelfstandige beroepen die zich de laatste weken in razend tempo heeft uitgebreid. Allemaal willen ze hun eigen distributiepunt hebben en de meest creatieven onder hen bieden de verzamelde films van een acteur of het complete oeuvre van een zanger aan. Auteursrechten vormen geen enkele belemmering; Amerikaanse en Spaanse series worden daarbij het meest gekocht. Het aanbieden van illegale kopieën is niet meer iets wat de potentiële klant in het oor wordt gefluisterd. Producten worden nu openlijk uitgestald op geïmproviseerde schappen van hout en karton. Iedereen kan de rechten van muziek- en filmproducenten aan zijn laars lappen, zolang hij de grens van wat ideologisch acceptabel is maar niet overschrijdt.

Terwijl men zo openlijk de moed heeft om zich niets aan te trekken van het copyright, is het wel opvallend dat niemand de verboden en populaire programma’s die al op de alternatieve informatienetwerken rondgaan, durft aan te bieden. De documentaires die onze nationale geschiedenis benaderen vanuit een andere hoek dan de officiële – al vaak bij Cubanen thuis bekeken - komen in de publieke catalogi niet voor. Ook films die de situatie in Roemenië onder Ceausescu, in Rusland onder Stalin of in Noord Korea onder Kim Jong Il laten zien, zijn op de planken in vensters en portieken niet te vinden. De echte undergroundhits zouden de vergunning van iedere ondernemer, die pas zijn eigen handeltje heeft opgezet, in gevaar brengen. Men weet zelfs wel dat er “bezoekjes” worden gebracht aan de nieuwe ondernemers als een waarschuwing, dat ze het niet in hun hoofd moeten halen om bepaald omstreden materiaal aan te bieden: de deal van de censuur is gesloten.

Los van de kwestie van controle, is er de vraag of die kleine nerinkjes wel genoeg opbrengen. Toen ze begonnen te groeien, lag de prijs van een dvd met vijf films rond de 50 nationale peso’s. Nu ligt die, vanwege het grote aantal verkopers, nauwelijks boven de 30. Velen van hen zullen het als zelfstandige ondernemers nog geen half jaar volhouden. Anderen zullen hun productie spreiden en hun verkooppunten uitbreiden. Maar ze zullen, om het hoofd boven water te houden en winst te maken, waarschijnlijk hun toevlucht nemen tot al die onderwerpen die nu afgekeurd worden. Over een paar maanden zal een aanzienlijk deel van hen, behalve het zichtbare aanbod, nog een verborgen plankje met spullen hebben, alleen bestemd voor klanten die ze echt vertrouwen, om te voldoen aan de behoefte van degenen die actief op zoek zijn naar wat verboden is.

Comments No Comments »

contra_fidel

Op de hoek staan twee mannen. Eentje draagt een walkietalkie, terwijl de andere naar de ingang van het gebouw kijkt. Alle buren weten maar al te goed waarom ze daar staan. Op een van de verdiepingen woont een dissidente en de twee beambten van de politieke politie observeren wie er naar binnen gaat en naar buiten komt; hun auto staat vlakbij om de dissidente te volgen waar ze ook naartoe mocht gaan. Ze doen niet hun best om zich te verbergen, omdat ze iedereen willen laten weten dat ze dit sujet met haar kritische meningen op de korrel hebben, zodat haar vrienden afstand van haar nemen om maar niet in hetzelfde net van controles te verstrikt te raken, in het spinnenweb van de waakzaamheid.

Het is geen op zichzelf staande zaak. Hier heeft iedere criticaster een schaduw of een groep schaduwen die hem achtervolgt. De zogenoemde “veiligheidsmensen” gebruiken bovendien moderne surveillancetechnieken variërend van het afluisteren van de telefoon, het plaatsen van microfoons in de woning en het volgen van het object via de eigen signalen van de mobiele telefoon. De effecten op het persoonlijk en sociaal leven van hen die deze behandeling ondergaan zijn dusdanig verwoestend, dat wij de staatsveiligheidsdienst verschrikkelijke namen zijn gaan geven, zoals “het Apparaat”, “de Armageddon” of “de Gehaktmolen”.

Maar zelfs deze militairen in burger kunnen niet aan het volksvermaak ontsnappen. Er zijn verschillende grappen over de buitenproportionele afmetingen van de geheim agenten die elke opposant omringen. Op lage toon en over de schouder kijkend, merken velen sarcastisch op: “Terwijl men in de landbouw handen tekort komt, moet je kijken naar deze gespierde armen hier, die de hele dag andersdenkenden in de gaten houden”. Want zo is het; welk een verschil zou men merken als men, in plaats van de meningsuiting te beperken, zich zou wijden aan productieve arbeid; als men, in plaats van lange schaduwen te werpen op criticasters van het systeem, deze zou werpen op slakroppen of tomatenplanten, over deze akker – vandaag leeg – die zij zouden kunnen helpen inzaaien.

Comments No Comments »

Zij werkte als advocaat bij een kantoor in Camagüey, tot men haar op Driekoningen geen cadeau gaf maar een ontslagbrief. Verslagen ging ze naar huis met de plastic beker waaruit zij op haar werk water dronk en die plant met kleine blaadjes die haar bureau had opgesierd. In eerste instantie had ze geen idee hoe ze haar man moest vertellen dat ze werkeloos was. Ze belde zelfs haar ouders niet om te zeggen dat hun “meisje” het veld had geruimd in de nieuwe reorganisatie. Zwijgend doorstond ze het avondeten en de nieuwslezer op tv praatte vol goede moed over de nieuw ingeslagen weg naar efficiëntie. Pas toen ze in bed lagen, in het duister van de slaapkamer, legde ze hem uit dat de wekker niet gezet hoefde te worden. Haar nieuwe leven, zonder werk, was begonnen.

Na het snijden in het personeelsbestand nam het bestuur van dat kantoor in Camagüey een advocatenfirma in de hand om de juridische aspecten te regelen. Terwijl eerder de plichtsgetrouwe advocate zich bezighield met al het juridische papierwerk voor slechts 500 peso per maand (minder dan 25 dollar), moet het kantoor nu 2.000 peso betalen voor de diensten van een extern bedrijf. Deze rekensom achtervolgt de ontslagen juriste, aangezien ze nu zelfs geen troost vindt in het feit dat haar vertrek het kantoor winstgevender heeft gemaakt. Om het nog erger te maken hebben de politiek meest loyale werknemers en zij die vriendjes waren met de directeur hun plek behouden. Zij slaagden er met vlag en wimpel in hun inefficiënte posities te verklaren alsof zij in werkelijkheid direct verbonden waren met het productieproces. Vandaar dat de secretaris-generaal van de Communistische Partij in Cuba – in de ogen van mogelijke inspecteurs – nu opgevoerd wordt alsof hij een bankwerker is, terwijl iedereen weet dat hij vegeteert achter een tafel met achterhaalde en vergeelde documenten.

Maar de grootste bezorgdheid van deze vrouw die op straat staat betreft niet de toekomst van haar door de staat gecontroleerde werkgever, maar de richting waarin haar eigen leven zal draaien. Ze heeft nog nooit iets anders gedaan dan aktes invullen, overeenkomsten opstellen, aanpassen van verklaringen. De 17 jaar van haar werkende leven heeft zij doorgebracht bij dit staatsbedrijf dat haar vandaag aan de kant zet. Ze weet niets over haren knippen of over de kunst van het manicuren waarmee ze een eigen schoonheidssalon zou kunnen openen; ze weet nauwelijks hoe een computer werkt en ze spreekt geen andere talen. Ze heeft ook geen startkapitaal waarmee ze een cafetaria kan openen of kan investeren in de varkensfokkerij. Het enige wat haar goed af gaat, is het analyseren van juridische bepalingen en het vinden van gaten in de wet. In haar geval betekent het ontslag tevens een afscheid van een carrière, de terugkeer naar het aanrecht, naar de afhankelijkheid van haar echtgenoot die nog altijd een baan heeft. Het is de eeuwige stilte van de wekker die vroeger om zes uur ’s morgens afging.

Comments No Comments »

“El gran apagón” (Pedro Pablo Oliva)

Pinar del Río is een stad zonder bioscopen, een stuk verstedelijkt gebied waar nauwelijks auto’s rijden en waar de straten ’s nachts donker en leeg zijn. Echter, te midden van deze lethargie, schitteren ook enkele persoonlijke projecten. Een daarvan is het atelier van Pedro Pablo Oliva, een ruimte die is ingeklemd tussen de huiskamer en de kunstgalerie. Daar stuurt men je doorheen, schenkt men koffie voor je in en laat men je een canvas aan de muur zien of een standbeeld dat op de grond ligt, zonder je te vragen wie je bent, waar je vandaan komt. De eerste keer dat ik daar op bezoek was, was Oliva bezig met een Fidel Castro in olieverf, gezien door een röntgenapparaat. Hij dreef met zijn vlasbaardje en in zijn handen had hij een bijna gestikte dienstmeid die – ontegenzeggelijk – op Cuba leek. In het onderste gedeelte van het schilderij keken kleine figuren met holle oogkassen naar de kracht waarmee de Máximo Líder het vaderland wurgde.

Ik keerde terug naar huis, mij nog wentelend in de gastvrijheid van de schilder, zijn vrouw Yamilia en hun dochters, waarvan eentje de prachtige naam “Azul” droeg. Ik voelde dat met zulke mensen een omhelzing, een verstandhouding en een debat mogelijk zou zijn: dat het zelfs mogelijk was om de straten van Pinar del Río weer te verlichten met levendigheid. Niet veel maanden later, hoorde ik dat de pogroms ook die plek hadden aangedaan, toen Yamilia een serie van publieke optredens begon te organiseren onder de titel “Zonder toestemming”. Ze koos hiervoor 10 december uit, een datum waarop in Cuba de demonen van de intolerantie zich laten horen. Het resultaat, een schreeuwende menigte voor haar deur die het haar belette om schilderdoeken mee naar buiten te nemen die voorbijgangers met kleuren zouden vullen in parken en op pleinen. Een jaar later, wederom op de Dag van de Mensenrechten, voltrok zich weer dezelfde scene, ditmaal zelfs met dreigende stenen en stokken, die haar verplichtten om thuis te blijven.

Via haar mobiele telefoon stuurde Yamilia haar roep om hulp en ik herinner me nog dat ik dat SOS bericht uit het Westen van het land op Twitter verspreidde. Op een gegeven moment heb ik zelfs publiekelijk opgeroepen om Pedro Pablo Oliva, een emblematisch figuur uit onze samenleving, aan het woord te laten over wat er in zijn nabijheid gebeurde. Een paar dagen gelden ontving ik zijn antwoord, met de verduidelijking dat ik hem mocht publiceren als ik dat nodig vond. Zijn woorden zijn zo vrij en vergevingsgezind van toon dat ik meen dat het de moeite waard is om ze met u te delen. Toen ik ze las, wist ik dat de bioscoop van Pinar del Río op een dag weer opengaat en dat de onbeweeglijkheid van het stedelijk en civiele leven plaats zal maken voor een meer levendige en minder sektarische stad. El gran apagón, door hemzelf geschilderd tijdens de moeilijkste jaren van de Speciale Periode, heeft gezorgd voor een kaarsje hier … een vuurvliegje daar.

Video over de werken van Yamilia Pérez

Brief van Pedro Pablo Oliva:

Yoani:

In de eerste plaats wil ik je groeten en vragen naar de gezondheid van jou en je echtgenoot. De laatste keer dat we elkaar zagen, was in de straat Obispo, na afloop van een afspraak waar hij om had verzocht met de beambte die jou had geschaakt (om het maar poëtisch te zeggen) tijdens die gruwelijke en vreemde dagen. Hij liet me de tekenen van het geweld zien.

Ik kom gelijk tot de kern om niet al te langdradig te worden.

Ik ga ervan uit dat je de verklaring hebt gezien die het Huis-Atelier (een project dat ik 10 jaar geleden opzette) heeft doen uitgaan in verband met de kunstuitingen die Yamilia Pérez Estrella, op dat moment nog mijn vrouw, realiseerde in de provincie Pinar del Río. Het is nog altijd terug te vinden op internet. In sommige paragrafen van die verklaring liet ik mijn mening doorkomen, maar als je wilt kan ik andere zaken nog zeer verduidelijken.

Ik ben, was en zal altijd zijn tegen ieder gebruik van geweld, gemanipuleerd of niet, om een bepaalde gedachte of idee in de kiem te smoren. Het is werkelijk beschamend om met agressiviteit te proberen een gedachtegoed te onderdrukken of om dat te doen door intimidatie. Iedere dergelijke handeling roept slechts ontzetting en afkeer op en levert op geen enkele wijze aan de broodnodige eenheid van dit land, dat wordt gemarkeerd door politieke en familiaire conflicten.

Aan de andere kant geloof ik, en zal dat altijd blijven doen, dat een artiest meer ruimte voor open communicatie nodig heeft en daarvoor vecht.

Mijn generatie geloofde voor een deel in de sociale functie van kunst, daar ging ik althans altijd trots vanuit, vandaar mijn voorliefde voor werken die trachten hun context te reflecteren en de maatschappij kritisch analyseren. Meer dan eens ben ik daarvoor gecensureerd.

Met Yamilia deel ik het verlangen om de wereld te veranderen, om haar beter te maken, telkens vanuit een ander oogpunt, zij vanuit de directe confrontatie zoals Tania Bruguera dat deed of doet, ik vanuit dezelfde plek waar ook de sociale projecten ontstaan, wel of niet vragend, wel of niet bekritiserend. Op een punt zijn we het volledig met elkaar eens: dit is geen perfecte samenleving, net zo min als andere waarin ik heb geleefd dat zijn.
Ik droom over een andere maatschappij, utopie van de man die ik ben en die door de jaren heen succes en tegenslag heeft gekend, maar die niet ophoudt om voor deze droom te vechten.

Yoani, ik ben iemand die gelooft dat mensen met verschillende meningen zich moeten uiten, zoals de dag en de nacht dat doen, het vocht en de droogte. Ik geloof zonder angst in de noodzaak om meer dan één politieke partij te hebben, omdat de mensen het recht hebben zich te verenigen achter denkbeelden of filosofieën of het kostbare toeval van een gedeelde droom.

Als mij op een dag wordt gevraagd (iets wat ik betwijfel) bij welke partij ik graag zou horen, dan zou ik antwoorden: bij een die haar andersdenkende kinderen niet buitensluit, eentje die ideeën toestaat te stromen zoals de rivier dat doet tussen de oevers, eentje die mij aantoont dat haar kinderen, waar ze ook mogen zijn, altijd de zoete omhelzing van het vaderland zullen ontvangen, eentje die het respecteert dat een vrouw van een andere vrouw houdt of een man van een andere man. Die partij die stap voor stap de bezwerende werking van de liefde cultiveert. Zij die je leert dat de horizon niet het eind is, maar een begin, die je niet zegt “en zo is het”, maar open staat als de vleugels van een vlinder. Een partij die haar kinderen behoedt voor het hatelijke spook van de honger en de verschrikkelijke zweepslagen van de dogmatiek. Een partij – ten slotte – die begrijpt dat de nieuwe generaties het land moeten besturen en zich moeten uiten als de wind en de regen, en nog veel meer dingen, Yoani, die onmogelijk allemaal genoemd kunnen worden en die deel uitmaken van de droom waarnaar deze man streeft.

Als ik iets heb geleerd in al die jaren is het dat een persoon niet zolang een land kan regeren. Ik kan me de aanwezigheid van een partij nog voorstellen gedurende 20 of 30 jaar, misschien zelfs 50, maar niet continu bestuurd door hetzelfde beeld, dezelfde koppen, methodiek en manier van denken; om de zoveel tijd moet men wisselen, iedere man kan een andere aanpak hebben.

Mijn excuses voor mijn emotie en incoherentie. Jij begrijpt dat het werk van Yamilia te kort duurt, maar ik weet dat het voldoende karakter en lef heeft om ieder obstakel in het scheppingsproces te overwinnen. Dit is mijn standpunt, er is geen andere. Het spijt me om zoveel overheidsoptreden te zien rondom een mager meisje, alleen om haar te beletten op een dag een kunstuiting op te voeren die iemand onterecht als dissidentie heeft gekwalificeerd. Als er tien Yamilia’s opstonden, denk ik dat men het hele leger zou inzetten.

Ik verzeker je, Yoani, dat deze man zonder angst leeft.

Veel liefs van jouw,
Pedro Pablo Oliva

Voetnoot van de vertalers:

* Alumbrón is een verzonnen Cubaanse term die een samentrekking is van “alumbrar” (verlichten) en “apagón” (stroomstoring). Als stroomuitval wordt gezien als de normale uitgangssituatie, dan is juist de verlichting of alumbrón de uitzonderlijke gebeurtenis.

Comments No Comments »

Het telt maar 32 bladzijden en heeft een sobere blauwe kaft. Het Cubaanse paspoort lijkt meer op een vrijgeleide dan op een identificatiebewijs. We kunnen ermee ontsnappen uit het eilandschap, maar het bezit ervan garandeert geenszins dat we een vliegtuig kunnen nemen. Wij leven in het enige land ter wereld waar men voor een dergelijk reisdocument moeten betalen in een andere valuta dan waarin wij ons salaris ontvangen. De prijs van “vijfentwintig converteerbare peso’s” betekent voor een gemiddelde arbeider drie hele maandsalarissen teneinde dit boekje met stempels en genummerde pagina’s te verkrijgen.

Het is in het begin van de 21ste eeuw echter niet meer zo ongebruikelijk om een Cubaan met een paspoort tegen te komen, wat een zeldzaamheid was in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw, toen slechts een paar uitverkorenen er eentje konden tonen. Wij werden een immobiel volk en de weinigen die op reis gingen, deden dat op een officiële missie of in definitieve ballingschap. De barrière van de zee oversteken was voorbehouden aan de getrouwen en de grote massa “onbetrouwbaren” mochten nog niet eens dromen over het verlaten van de archipel. Gelukkig veranderde dat alles misschien dankzij de komst van de toeristen die ons besmetten met nieuwsgierigheid naar de buitenwereld of naar de val van het socialistische kamp. Dit deed de regering beseffen dat men niet meer alleen aan de meest loyale aanhangers “stimulatiereisjes” kon toekennen.

Nu, als ze zijn genaturaliseerd in een ander land, halen mijn landgenoten opgelucht adem dat ze een ander identificatiebewijs hebben dat hen weer het gevoel geeft ergens thuis te horen. Een paar bladzijden, een gebonden leren omslag en het wapen van een ander land, maakten het verschil. Ondertussen blijft het blauwe boekje waarin staat dat ze in Cuba zijn geboren achter in de koffer, wachtend op de dag waarop hij de reden vormt voor trots in plaats van schaamte.

* Ik maak gebruik van de gelegenheid om u te vertellen dat het bureau voor Immigratie en Emigratie mijn paspoort heeft achtergehouden na mijn laatste verzoek om een uitreisvisum. Zou ik een ongedocumenteerde zijn geworden?

Comments No Comments »