De man met het versleten pak, een bolhoed en enorme schoenen had ook stukjes glas op zijn schouders. Zijn compagnon, een jongen van nauwelijks vijf, gooide stenen door de etalageruiten van winkels of de ramen van huizen, zodat de glaszetter zijn diensten aan de wanhopige klanten kon aanbieden. Samen vormden ze een overlevingsduo, een team voor noodwerk, dat maar net genoeg verdiende om het vuur in het huis brandende te houden. Het verhaal van de film “The Kid” (1921) van Charlie Chaplin zag ik weer voor me terwijl ik in het nieuwsblad Granma de lijst zag van de activiteiten voor zelfstandigen. Als een repertoire van ellende en afhankelijkheid lijkt deze opsomming van private werkzaamheden eerder bedoeld te zijn voor een feodale gemeenschap dan voor een land in de 21e eeuw.
Na één keer doorlezen – vol ingehouden afschuw – werd duidelijk dat er nauwelijks beroepen op staan die direct zijn verbonden met de productie. Ondernemers zullen het ook moeten stellen zonder een groothandel om hen te voorzien van basismaterialen en de mogelijkheid om een bankkrediet af te sluiten is alleen aangekondigd zonder het rentepercentage erbij te vermelden. Ook is er geen sprake van dat de zelfstandigen hun handelswaar rechtstreeks van buiten onze grenzen halen, omdat dit een absolute monopolie van de staat blijft. Van de 178 geaccepteerde activiteiten worden er al vele zonder vergunning uitgevoerd, zodat het enige dat door die lijst verandert, is dat men de verplichting zal krijgen om belasting te betalen. Vandaar de scepsis rond de aankondiging dat deze “versoepelingen” van de private inventiviteit zullen bijdragen aan het oplossen van de ernstige problemen van onze economie.
Wat er wel zal gebeuren als gevolg van deze traagheid in het doorvoeren van noodzakelijke veranderingen: de burgers zullen de lange rijen voor de consulaten blijven bevolken om het land te kunnen verlaten of zullen zich bezig houden met de illegaliteit en met het achteroverdrukken van staatsmiddelen. Als onze autoriteiten denken dat deze druppelsgewijze veranderingen zullen verhinderen dat het system onder hun handen uiteenvalt, terwijl ze het trachten te vernieuwen, dan onderschatten ze het gevoel van urgentie dat op het eiland overheerst. Deze halfslachtigheid om de onvermijdelijke openingen door te voeren verzwakt de sociale situatie en niemand kan voorspellen hoe de gefrustreerde “kids” zullen reageren, de gedupeerden van de massale ontslagen en de uitzichtloosheid. Hopelijk zullen ze er uiteindelijk niet toe over gaan om alle ramen er uit te breken!
Voetnoot van de vertalers:
Voor het oorspronkelijke bericht in Granma (met lijst van toegestane beroepen):
Het is twee uur ’s middags in het Departement voor Immigratie en Buitenlandse Zaken (DIE) aan de 17e straat tussen de zijstraten J en K. Tientallen personen wachten op een vergunning om het land te mogen verlaten. Deze goedkeuring wordt de “witte kaart” genoemd, hoewel ze beter “boterbriefje”, “kaart van de vrijheid” of “verlaat de gevangenis-kaart” zou worden genoemd. De verf bladdert van de muren en een bord met “Opgelet: instortingsgevaar” hangt aan een zijde van het grote gebouw in de wijk El Vedado. Verschillende vrouwen – die zijn vergeten hoe te lachen en vriendelijk te zijn – dragen hun uniform en waarschuwen het publiek dat men gedisciplineerd moet wachten. Af en toe schreeuwen ze een naam en de opgeroepene keert enkele minuten later terug met een stralend of strak gezicht.
Eindelijk roepen ze me binnen om mijn achtste reisverbod in nauwelijks drie jaar mede te delen. Als experts in het afpakken van wat we zouden kunnen beleven, meemaken en kennen buiten onze landsgrenzen, zeggen de ambtenaren mij dat ik “op dit moment niet bevoegd ben om te reizen”. Met deze korte nee – bijna wellustig uitgesproken – is mijn kans verkeken om de 60e verjaardag van het International Press Institute bij te wonen evenals de presentatie van Internet voor de Nobelprijs en New York. Een enkele stempel op mijn aanvraag dwingt me om via de telefoon in te bellen tijdens de activiteiten van Turijn als Europese Jongeren Hoofdstad en te overleggen met de uitgever Brûlé over de lancering van mijn boek Cuba Libre in Montreal zonder mijn aanwezigheid. De absurde migratieregels hebben zich opgesteld tussen mijn ogen en de volle boekenschappen van de Frankfurter Buchmesse, tussen mijn handen en de bundeling van mijn teksten die het levenslicht zal zien tijdens het Literair Festival voor Non-fictie in Polen. Ik zal acte de presence kunnen geven bij het Feest van de Journalistiek van Ferrara of bij de presentatie van de documentaire in Jequié, Brazilië; ik zal al helemaal niet mee kunnen doen met het Congres voor Leidende Vrouwen van het Millennium, dat in Valencia wordt gehouden, of in Cuneo, tijdens het evenement Schrijvers in de Stad. Mijn stem wordt niet gehoord bij LASA, waarheen men wel een officiële vertegenwoordiger zal sturen. Maar van de verschijning van mijn boek Beheer en Ontwikkeling van Teksten met Wordpress zal ik vanaf een afstandje moeten genieten.
Dit alles en meer hebben ze van me afgepakt. Naast het aanleveren van de broodnodige grondstoffen voor mijn pennenvruchten, hebben ze me echter wel – alsof het om een straf zou gaan - in contact gebracht met de werkelijkheid die mijn afwezigheid nooit zou vergeven.
De radio die ik kreeg op mijn laatste verjaardag staat, bedekt met stof, werkeloos op een boekenkast. Waarom zou ik hem aanzetten als ik toch bijna niets kan beluisteren? Zelfs de nationale zenders zijn niet goed te horen in deze wijk vol hoge regeringsgebouwen en antennes die gebruikt worden om de uitzendingen op de korte golf die het land binnenkomen, te storen. Ik had de illusie naar de Deutsche Welle te kunnen luisteren om mijn kennis van de Duitse taal bij te houden, maar de luidspreker laat alleen maar gebrom horen in plaats van het verwachte “Guten Tag”.
We leven hier op dit eiland temidden van een heuse oorlog van radiofrequenties, met aan de enen kant de zender, Radio Martí geheten, die wordt doorgegeven vanuit de Verenigde Staten - verboden, maar heel populair onder mijn landgenoten - en aan de andere kant het gebrom dat ze inzetten om te proberen hem tot zwijgen brengen. Bij de radio-ontvangers die te koop zijn in de officiële winkels is het onderdeel waardoor buitenlandse uitzendingen te beluisteren zijn, eruit gehaald en de politie is erop gericht om de zelfgeknutselde constructies op de platte daken, waarmee die radiosignalen beter kunnen worden opgevangen, op te sporen.
Maar binnen in de huizen zoeken de mensen naar de plek, hetzij in een hoek is, bij het raam of dicht tegen het plafond aan, waar de radio het gefluit van de onuitstaanbare stoorsignalen kan ontwijken. Het is heel gewoon om iemand in zijn flat plat op de vloer te zien liggen, terwijl hij bezig is het precieze punt op te zoeken waar de lokale programma’s weggedrukt worden door die andere die ons vanuit het buitenland bereiken. Het maakt niet uit wat ze aan die andere kant aan het uitzenden zijn, het maakt zelfs niet uit of het een saai muziekprogramma, een nieuwsuitzending in het Engels of het weerbericht voor een ander gebied in de wereld is. Het is een balsem voor de oren, dat het anders klinkt, dat het afwijkt van die mix van slogans en onder censuur staande teksten die de Cubaanse radio elke dag weer uitbraakt.
Bewaar uw gebruikersnaam en paswoord op een veilige plaats.
Sla in uw gsm een nieuwe contactpersoon op onder de naam Twitter en met het nummer 119447624801423.
Stuur vier sms berichten naar dit nummer. Elk bericht bevat een commando, waarbij het van belang is dat men de aangegeven volgorde observeert, zonder spaties voor of na het woord, zonder het gebruik van accenten of taaltekens. Als u een fout maakt, zult u opnieuw moeten beginnen:
start
nombredeusuario
contraseña
ok
Voor alle duidelijkheid: waar hierboven “nombredeusuario” staat, vult u uw Twitter gebruikersnaam in.
De vier berichten moeten achter elkaar worden verzonden. Voordat u begint, controleert u beter of u voldoende saldo heeft voor de handeling.
Vanaf nu kunt u sms’jes versturen van niet meer dan 140 leestekens via het telefoonnummer 119447624801423 (dat al in uw lijst van contactpersonen staat).
Elk sms’je dat naar dit nummer wordt gestuurd, na het doorlopen van deze stappen, zal automatisch verschijnen op het internet.
Elk Twitterbericht kost 1 CUC, dus wees voorzichtig voor uw portemonnee.
Fragment van de documentaire van Fabián Archondo en de Stichting voor de Nieuwe Latijns-Amerikaanse Cinema.
Mijn zoon Teo is op de leeftijd dat hij de muren zou kunnen opeten als we hem niet in de gaten houden. Hij opent en sluit de deur van de koelkast, in de verwachting dat dit huishoudelijk apparaat uit zich zelf eten kan produceren. Zijn honger is zo onverzadigbaar en zo moeilijk te stillen in deze tijden van schaarste en hoge voedselprijzen, dat we hem hebben getooid met de roofzuchtige bijnaam “la claria”*. Zijn vraatzucht doet ons denken aan die vissoort die een of andere slimmerik in ons land heeft geïntroduceerd om de visvangst te laten groeien en die nu een plaag vormt in onze rivieren en meren. Het is natuurlijk een grapje binnen de familie, omdat onze onrustige tiener niet de dingen naar binnen kan werken die de wandelende vis wel in zijn bek steekt.
Met zijn lange snorharen, blauwgrijze kleur en zijn vermogen om drie dagen zonder water te overleven, maakt de meervallen deel uit van ons landelijke en urbane landschap. Het is een van de weinige dieren die kan bestaan in de vervuilde Río Almendares en hij heeft inmiddels andere smakelijke specimen verdrongen in de koelvakken van de visboer. Echter, het zijn niet zijn aanpassingsvermogen en lelijkheid die aanleiding geven tot alarm, maar zijn extreem roofzuchtige gedrag. Hij eet alles, van knaagdieren tot kippen, van puppies tot alle soorten vis, kikkers en vogels.
Als oplossing voor de voedselproblemen tijdens de zogenoemde Speciale Periode, importeerde onze overheid deze landsvreemde vissoort en brachten daarmee kolossale schade toe aan ons ecosysteem. Dezelfde roekeloosheid hadden we al eerder gezien bij de introductie van de tilapia en de karper, maar de consequenties zijn vele malen dramatischer met deze duistere en heimelijke creatuur die tegenwoordig regeert in onze wateren. Verstopt in de modder, tevoorschijn komend uit een rioolput midden in de stad of kruipend langs de weg, zijn verspreiding toont aan hoe kwetsbaar de natuur is voor ministeriele beschikkingen. De vis zal zich ongetwijfeld nog lange tijd in ons midden bevinden, tot zelfs degenen die haar introduceerden slechts een herinnering zullen zijn, als een vluchtig hapje in de mond van een claria.
Voetnoot van de vertalers:
* de claria is een Afrikaanse meerval. Een meerval kan ruim twee meter lang worden en staat bekend als een enorme veelvraat. Hoewel uitzonderlijk, er zijn zelfs gevallen bekend van meervallen die mensen hebben aangevallen en kleine kinderen hebben gedood.
Type de code *#06# en uw gsm toont ogenblikkelijk uw 16-cijferige IMEI code.
Stuur de eerste acht tekens van de IMEI code per sms naar nummer 4222.
U ontvangt een bericht per sms of het toestel de MMS activering ondersteunt. De toepassing wordt niet ondersteund door Blackberry of iPhone. Het gebruik van Motorola K1, Motorola U6, Motorola V3 en de wat oudere Nokia modellen wordt aanbevolen.
Als uw toestel MMS service accepteert, ontvangt u een tweede bericht per sms met “Accepteren” of “Installeren”. Indien u bij het kiezen van een van beide opties om een code wordt gevraagd, toets 1234.
Eenmaal geïnstalleerd, dient u mogelijk het toestel opnieuw op te starten.
Bij het aanzetten van uw gsm ziet u naast het ontvangstsignaal een paar groene diamantjes verschijnen (Motorola) of een “G” (Nokia).
Vanaf nu kunt u foto’s versturen per MMS naar een andere Cubaanse gsm die deze service ook ondersteunt. De kosten hiervoor zijn 30 centavo’s per bericht.
Daarnaast kunt u afbeeldingen versturen naar een e-mailadres tegen CUC 2,30 per bericht. Deze mogelijkheid kan handig zijn bij het versturen van foto’s naar het buitenland.
Mijn vriend Miguel is vertrokken, moe van het wachten op een geslachtveranderende operatie en in de wetenschap dat hij hier nooit een betere baan zou krijgen. De rode pruik liet hij na aan een vriend die in hetzelfde ziekenhuis werkte en hij verkocht - via illegale weg - zijn kamer in Lyano. Op de dag dat hij zijn toestemming tot vertrek aanvroeg, kleedde hij zich in een pak met das, wat hem in lachen deed uitbarsten toen hij zichzelf in de spiegel zag. In het emigratiekantoor trachtte hij de handen stil te houden op een plooi van de pantalon, zodat niet een laatste uiting van homofobie zijn vertrek zou frustreren.
Hij ontsnapte voordat ze de stroom van Cubanen afsloten, die korte tijd naar Ecuador stroomde. De zijne was een van de 700 huwelijksvoltrekkingen die tussen burgers van beide landen werden gesloten, waarvan velen als enige doel hadden om het verblijfsrecht in de Zuid-Amerikaanse staat te verkrijgen. Miguel betaalde het equivalent van zesduizend dollar en in ruil daarvoor kreeg hij een bruiloft in Havana met een vrouw uit Quito die hij slechts een paar uur kende. Hij vervalste foto’s van de huwelijksreis, betaalde een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid zodat deze hem de “vrijbrief” zou schenken en hij overhandigde zelfs wat contanten om de ontvangst van de witte kaart niet te vertragen. Het ging hem gemakkelijk af om te simuleren iets te zijn wat hij niet was, omdat het ons, geboren op dit eiland, goed afgaat om een masker te dragen.
Nu wachten hem lastige tijden, omdat de Ecuadoriaanse politie is begonnen om de 37.000 Cubanen na te trekken, die de afgelopen jaren dit land binnen kwamen. Maar hij lijkt er niet bang voor te zijn. Hij is een homo en als zodanig werd hij politiewagens ingeslagen en al jaren in de gaten gehouden vanwege zijn kritische standpunten. Nadat hij beide kanten van het mes van de censuur heeft ervaren, beangstigt niets hem meer. Als ze hem oproepen om te getuigen –als ze hem al oproepen- dan zal hij in de rode jurk gaan die hij hier altijd al wilde dragen. Niemand zal hem verbieden om gebaren te maken terwijl ze hem ondervragen, omdat Miguel zich al bevrijdde van de Miguel die hij eens was om zich – gelukkig – te veranderen in Olivia.
Als het over Cuba gaat, is een van de vaak terugkerende onderwerpen van gesprek de vraag of de werkelijkheid waarin we leven kan worden aangeduid met het kwalificatie “socialistisch”. Voor mijn generatie, die is groot gebracht met boeken over het marxisme, wetenschappelijke handleidingen voor het communisme en werken met teksten van Lenin, is het moeilijk dit model te identificeren met wat er in die boeken is beschreven. Als iemand me er naar vraagt, antwoord ik dat we op dit eiland leven onder een staatskapitalisme of – en zo kunnen we het ook wel noemen – onder grootgrondbezit van de partij…van een familieclan.
Mijn theorie wordt gestaafd door die aftandse boeken die ik moest bestuderen en waarin een onmiskenbare regel stond om te bepalen wanneer een samenleving socialistisch was: als de productiemiddelen in handen waren van de werknemers. Wat ik echter om me heen zie is een Staat die alles bezit, eigenaar is van machines, bedrijven, de infrastructuur van het land en die alle beslissingen erover neemt. Een baas die schamele loontjes betaalt en van de arbeiders applaus en onvoorwaardelijke steun voor de ideologie verwacht.
Deze hebzuchtige eigenaar waarschuwt nu dat hij geen werk meer kan bieden aan meer dan een miljoen ambtenaren. “Voor de bevordering van ontwikkeling en het actualiseren van het economische model”, wordt ons verteld dat de loonlijst drastisch wordt ingekrompen, terwijl er nauwelijks kleine en gecontroleerde ruimtes beschikbaar zijn om te werken als zelfstandige. Zelfs de Cubaanse vakcentrale CTC – de enige toegestane vakbond van het land – meldt dat de ontslagen spoedig komen en dat we dit gedisciplineerd moeten accepteren. Een trieste rol voor degenen die zich zouden moeten inzetten voor het behartigen van de belangen van hun leden tegen de macht en niet andersom.
Wat doet de oude baas die het eiland al vijf decennia bezit als de werklozen van vandaag zich ontpoppen tot de non-conformisten van morgen? Hoe reageert hij als arbeid en economische autonomie van de zelfstandigen leiden tot ideologische autonomie? We zullen weer zien dat de welvarenden het slachtoffer worden van lastering en stigmatisering, omdat de winst – zoals een presidentiële stoel - alleen van hem kan zijn.
Ik zwoer dat ik het nooit meer zou hebben over die ene meneer met zijn verzorgde baard en olijfgroene uniform die elke dag van mijn jeugd castreerde met zijn aanwezigheid. Mijn besluit om nooit meer te verwijzen naar Fidel Castro onderbouwde ik met meerdere argumenten: hij vertegenwoordigt het verleden; we moeten naar voren kijken – naar het Cuba zonder hem. Naar hem refereren, te midden van de uitdagingen van vandaag, leek mij een onvergeeflijke afleiding. Maar nu dendert hij opnieuw mijn leven binnen met een van zijn karakteristieke uitbarstingen. Ik voel me verplicht om me opnieuw op hem te focussen naar aanleiding van zijn uitspraken – gedaan in een interview met de journalist Jeffrey Goldberg – dat “het Cubaanse systeem zelfs voor ons niet meer werkt”.
Als ik het me goed herinner, zijn voor een minder erg of vergelijkbaar vergrijp vele militanten uit de Communistische Partij gezet en hebben ontelbare Cubanen lange gevangenisstraffen uitgezeten. De wijsvinger van de Máximo Líder wees systematisch naar iedereen die hem probeerde uit te leggen dat het land niet functioneerde. Maar niet alleen de criticasters werden gestraft, wij moesten allen maskers dragen in onze drang om te overleven op dit eiland dat hij naar zijn beeltenis vormde. Veinzen, fluisteren, bedrog, alles om dezelfde mening te verbergen, die de “herboren” commandant zich nu haast te verkondigen in een buitenlandse krant.
Misschien is het aanval van eerlijkheid, waar bejaarden door worden overvallen wanneer ze een waardeoordeel vellen over hun leven. Het kan natuurlijk ook een nieuwe schreeuw om aandacht zijn, net als zijn doemscenario van een acuut dreigende nucleair conflict of zijn verlate mea culpa voor de onderdrukking van homoseksuelen, enkele weken geleden. Als ik hem de mislukking van “zijn” economisch model zie erkennen, bekruipt mij het gevoel een figurant te zijn in een toneelscene waar een acteur wijds gebaart en zijn stem verheft om de aandacht van het publiek maar niet te verliezen. Maar zolang Fidel Castro de microfoon niet pakt en ons aankondigt dat zijn obsolete schepping zal worden ontmanteld, is er niets veranderd. Als hij dezelfde uitspraken niet doet aan de Cubanen en daar bovenop belooft om de noodzakelijke veranderingen niet tegen te houden, zitten wij nog altijd in dezelfde positie.
Noot:
Gisteren, na het horen van het nieuws, schreef ik een korte tweet: “Fidel Castro stapt over naar de oppositie door aan Jeffrey Goldberg te verklaren dat het Cubaanse model zelfs voor ons niet meer werkt”. Niet veel later werd ik gebeld door een vriendin die een sms met dezelfde tekst had ontvangen. Haar woorden waren ironisch, maar raak: “als Hij nu in de oppositie zit, bekeer ik me hier en nu tot het officialisme”.
Op een dag als deze vind ik het erg jammer dat ik geen toegang heb tot internet, om in de vreugde te delen met degenen die een reactie achterlaten op het blog. Meppend op de toetsen van het toetsenbord, toastend achter het beeldscherm en iedereen bedankend die me heeft geholpen met bemoedigende woorden, kritiek en tips.
Drie jaar geleden opende deze – toen nog verlegen – vrouw deze virtuele ruimte om haar ervaringen wereldkundig te maken, met meer angsten dan zekerheden. Ik herinner me het ongeloof van de lezers in het beginstadium, de twijfels van enkelen, het etiket van Cubaanse staatsveiligheidsdienst of van de CIA dat anderen op me plakten, de misstappen op de moeilijke weg van opinies. Van 2007 tot nu heb ik voor mijn gevoel zes of zeven levens tegelijk geleefd, gevuld met successen, maar ook gemarkeerd door de constante dwang van een repressief staatsapparaat dat nooit in slaap valt.
Omdat ik een chronische optimist ben, richt ik me echter alleen op de positieve dingen: de steeds groeiende alternatieve blogosfeer, de gaten die in de muur vielen, de podcast die ik een paar weken geleden in gebruik heb genomen en alle sms-berichten die ik heb ontvangen om me te feliciteren met de benoeming van “Held van de Vrije Meningsuiting” door het International Press Institute en nu tot mijn grote verrassing met het toekennen van de Prins Claus Prijs 2010.
Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste mensen. Als je graag mee wilt werken aan de vertalingen van de bijdragen van Yoani, stuur ons dan een bericht op geny.nl@gmail.com.
We zien jouw bericht graag en met interesse tegemoet!