Het kostte me moeite om mijn schoolvriendinnen ervan te overtuigen mij enkele liedjes van Silvio Rodríguez te laten horen op hun Russische taperecorders. Ik werd geboren in een wijk die vibreerde van de ritmes van de salsa, rumba en de guaguancó en waar de poëtische beelden van deze zanger niet goed werden ontvangen. Misschien dat ik nog een stukje kreeg te horen van “Ojalá” voordat een van hen het cassettebandje verwisselde en iets van Los Van Van of NG la Banda opzette. De officiële zenders draaiden echter wel constant “El unicornio azul”* en men speculeerde of achter de metafoor een vrouw schuilging of een van de waslijn gestolen spijkerbroek.
Juist op het moment dat deze troubadour mij emotioneel begon te raken, startte alles om mij heen in. De crisis diende zich aan, stokslagen beantwoorden de wanhoop van de Maleconazo** en de vlottenbouwers startten zich in het stukje zee dat ik vanuit mijn raam kon zien. Ik was geschokt dat zovelen zich uit de voeten wilden maken, terwijl Silvio bleef zingen dat “ik in een vrij land leef, dat alleen vrij kan zijn op dit stukje grond en op dit moment”. Desalniettemin deden de thema’s van de minstreel uit San Antonio me iets, vooral de thema’s die een persoonlijke snaar bespeelden, omdat die van sociaal en politieke aard mij passé voorkwamen. Daarna kwam de universiteit en verscheen in zijn stem het lied “De Idioot” en sindsdien identificeerde ik hem met het systeem, de regering, de status quo, de “kwestie”, kortom: de groep machthebbers.
Pas vandaag heb ik de complete verklaring kunnen lezen die de auteur van “Por quien merece amor”*** heeft afgelegd. De officiële pers stopt het in de doofpot, maar via de rebound in de buitenlandse media bereikt het ons toch. Zijn woorden lijken een ontkenning van het refrein van “yo me muero como viví”****, waarin hij aankondigde dat hij de veranderingen weigert te accepteren die wij Cubanen al decennia luidkeels eisen. Men hoort hem nu spreken met dat niveau van kritiek die de ontevredenheid met zich brengt, maar met de omzichtigheid van iemand die teveel te verliezen heeft als hij al zijn meningen over de nationale ramp zou ventileren. Hij weet dat hij – in onze ogen – bij “hen” hoort, een treurige stempel voor een troubadour die in het begin de snaren van de rebellie bespeelde.
Bij de lancering van zijn laatste cd, waagde Silvio zich aan een linguïstisch spelletje om de “r van revolutie” te overstijgen, zodat deze voorrang zou geven aan “evolutie”. Alsof het beter zou zijn een nieuwe criticaster op te nemen in de groep van hen die openheid wensen dan om hem buiten te sluiten. Ik zal deze rijmelarij voortzetten en de ongemakkelijke beginletter van “repressie” weglaten. Met een lichte metamorfose zal dit woord – en alles wat daarmee gepaard gaat – muteren tot de vrije “expressie”, waar we zo naar smachten. Een andere welklinkende “r” – in de naam van degene die ons bestuurt – moet ook het toneel verlaten en zo spoedig mogelijk ruimte maken voor andere medeklinkers van ons veelzijdige alfabet.
Voetnoot van de vertalers:
* “El unicornio azul”: de blauwe eenhoorn
** Maleconazo: term voor sociale onlusten die plaatsvonden op de Malecon, de beroemde boulevard van Havanna, in augustus 1994
** “Por quien merece amor”: voor wie liefde verdient
**** “Yo me muero como viví”: ik sterf zoals ik heb geleefd
Een paar jaar geleden ging ik naar het kantoor van DHL in de wijk Miramar om enkele familiefilmpjes te sturen naar vrienden in Spanje. Het meisje achter de counter keek me aan alsof ik haar vroeg een zuurstofmolecuul naar een ander zonnestelsel te sturen. Zonder de MiniDV cassette zelfs maar aan te raken, zei ze me dat het filiaal in Havanna alleen VHS banden kon verschepen. Ik dacht dat het een kwestie van afmetingen was, maar haar uitleg was verrassender: “In de machines die worden gebruikt om de inhoud af te lezen kunnen alleen de grote cassettes”. Door mijn aandringen, verdacht de vrouw mij ervan “vijandige propaganda” naar het buitenland te willen sturen, in plaats van het lachende gezicht van mijn zoon.
Gefrustreerd keerde ik huiswaarts – waar de post nooit op vaste tijden wordt gebracht – en er ging een tijd overheen voordat ik weer de diensten van dit Duitse bedrijf nodig had. Omdat ik niet naar Chili mocht afreizen om mijn boek “Cuba Libre” te presenteren, stuurde de uitgever mij een paar dagen geleden tien exemplaren in een envelop met daarop het woord “Express”. Mijn talrijke telefoontjes naar het kantoor op de hoek van Calle 26 en 1 noch mijn aanwezigheid daar, hebben ervoor gezorgd dat ze mij overhandigen wat mij toebehoort. “Uw postpakket is geconfisqueerd” zeiden ze me vanochtend, hoewel ze in werkelijkheid wel wat eerlijker hadden mogen zijn door mij op te biechten: “Uw postpakket is gestolen”. Hoewel het om dezelfde teksten gaat, die ik, zonder mijn heil te zoeken in verbaal geweld, de afgelopen drie jaar op het internet heb gepubliceerd, hebben de censors het behandeld als ware het een handleiding voor het maken van Molotovcocktails.
Nu, wanneer de krantenkoppen over de hele wereld het einde van het pact tussen Google en de Chinese censuur aankondigen, gehoorzamen de buitenlandse bedrijven met vestiging in Cuba nog altijd aan de ideologische filters die door de regering worden opgelegd. Met hun efficiënte houding, hun traditie van onmiddellijkheid en hun reclameleuzen in de trant van “We keep an eye on your package”, heeft DHL een tabula politica geaccepteerd om haar klanten te controleren. Dit weigeren staat gelijk aan verbanning uit Cuba en het daarmee gepaard gaande economische verlies, dus geeft men hoog op van de onschendbaarheid van de post en kijken de andere kant op wanneer iemand vraagt om afgifte van wat van hem is. De kleuren rood en geel van haar bedrijfsvoering hebben me nog nooit zo overheersend geleken. Maar als ik ze nu zie, voel ik, in plaats van snelheid en efficiëntie, dat ze ons waarschuwen: “Pas op! Zelfs bij ons is uw post niet veilig”.
Zoals ieder jaar trekken de nationale honkbalkampioenschappen de belangstelling van miljoenen Cubanen. “De bal*”, zoals we het informeel noemen, is sinds jaar en dag de nationale sport en niet zelden geeft het aanleiding tot verhitte discussies in de centrale parken in steden over het hele eiland. Voor degenen, die nog de illusie hebben dat de mensen zich bezig houden met meer brandende kwesties, is het altijd een beetje frustrerend te merken dat zo’n groepje mannen, dat stond te schreeuwen en heftig met de handen stond te gebaren, niet discussieerde over de mogelijkheid een einde te maken aan ons duale monetaire stelsel en evenmin een of ander recht dat hun was ontzegd opeiste, maar dat ze er alleen maar over twistten of een bepaalde slag correct was geweest of wie de beste slagman is van alle spelers.
Maar de belangrijkste sportieve passie van de Cubanen is niet vrij van politiek, vooral niet wanneer een of andere honkbalster besluit niet naar zijn land terug te keren na een buitenlandse reis of als een honkballer niet wordt geselecteerd voor een internationale wedstrijd, omdat men hem niet helemaal vertrouwt en bang is dat hij “deserteert”. Bij een recente wedstrijd tussen twee hevig rivaliserende teams voelde een speler zich beledigd, omdat hij dacht dat de bal werd gegooid met de bedoeling hem te raken en, tot verbazing van de toeschouwers, rende hij op de pitcher af terwijl dreigend met zijn knuppel zwaaide. De spelers sprongen op van de bank, sommige fans stormden het veld op, de politie gebruikte traangas en deelde schoppen en klappen met de wapenstok uit. De camera’s die de wedstrijd uitzonden draaiden een andere kant uit en geen enkele televisiekijker merkte iets van het gebeurde…..op dat moment.
Maar de nieuwe technologie stak er een stokje voor dat de bangelijke censuur zijn zin kreeg en tientallen digitale camera’s en mobiele telefoons filmden de details. Die versie van de gebeurtenissen werd onder duizenden mensen verspreid, op CD gezet en gekopieerd op USB-sticks. Wat een mooie discussies hadden we toen in de parken!
Voetnoot van de vertalers:
Het woord “pelota” wordt in Zuid-Amerika ook wel eens vertaald met “hartstocht, passie”.
Silvio werd onder vreugdekreten naar huis gebracht na de bijeenkomst waarin hij tot afgevaardigde van zijn wijk werd gekozen. Hij had slechts 15 van de 120 stemmen gekregen, maar zijn overwinning was als een mier die een muur slecht, de triomf van gekwetter dat midden in een heksenketel wordt gehoord. Hoewel allerlei personen naar de wijk Punta Brava waren gemobiliseerd die niet als kiezer stonden geregistreerd, genoot de officiële kandidaat slechts de steun van 45 opgestoken handen. Door zich te onthouden van stemmen toonde de helft van de aanwezigen zijn ontevredenheid – of zijn desinteresse – ten opzichte van een verkiezingsbijeenkomst met zeer weinig invloed op het werkelijke leven.
Ik herinner me wanneer Silvio het voor het eerst had over zijn mogelijke kandidaatstelling in de verkiezing voor de volksmacht van zijn district. Zelfs zijn beste vrienden koesterden geen enkele hoop dat hij genomineerd zou worden of dat zelfs maar iemand – anders dan zijn familie – hem publiekelijk zou steunen. De frustratie a priori, de moedeloosheid bij voorbaat, hebben zich te veel meester gemaakt over onze levens. Dus voelen we ons al verslagen voordat we zelfs maar een formule voor de transformatie van ons land hebben opgesteld. Het door de zee ploegende schip of de medeplichtige stilte zijn nog altijd de meest gebruikte strategieën om ieders persoonlijke problemen van alledag op te lossen, aangezien het nationale “probleem” eeuwigdurend lijkt.
Die nacht in Punta Brava, echter, waren de soaps op tv minder aanlokkelijk dan de versleten machinerie van het kiezen voor “de beste en meest capabele”. Uit nieuwsgierigheid liepen de straten en trottoirs vol om te zien of de “kandidaat van de verandering” de overwinning zou behalen.. Silvio had hen een ander programma beloofd, niet gemarkeerd door de ideologie, maar door het volksbestuur. Hoewel het hem niet lukte om zijn naam geregistreerd te krijgen op de landelijke lijst van ruim 15 duizend kiesmannen, op zijn minst dwong hij af dat de helft van de kiezers uit zijn zone zich onthield van stemmen. Zonder op hem te durven stemmen, hielden veel buren hun handen in hun zakken, aaiden over het hoofd van hun kind of hielden een sigaret voor hun lippen toen werd gevraagd met handopsteken te stemmen. Zijn overwinning zat ‘m in al die neerhangende armen, in al die monden die zich niet waagden om zijn naam uit te spreken, maar hem ook niet afwezen.
Er komen zware tijden aan. Op lange termijn ben ik optimistisch, maar een gevoel van onrust overvalt me als ik denk aan de jaren die nog gaan komen. De opgebouwde frustratie is te groot. Zij hebben systematisch het zaad gezaaid dat afwijkende standpunten verwerpt en dat zal niet van ene op de andere dag verdwijnen. Toen ik gisteren een huisvrouw zag die op vulgaire toon riep: “De wormen zijn aan het rellen” – verwijzend naar de stille tocht van de Damas de Blanco – constateerde ik hoelang de weg naar tolerantie is die voor ons ligt. Leren om te debatteren zonder iemand te beledigen, om samen te leven met pluraliteit en om verschillen te respecteren, zal een verplicht vak moeten worden op onze scholen. Het zal een lang proces zijn om iedereen duidelijk te maken dat diversiteit een vorm van genezing is en geen ziekte.
Ik vrees dat het eeuwige gekrijs en het erop slaan de snelste manier zal blijven om anderen het zwijgen op te leggen. Ik huiver bij de gedachte aan een Cuba waarin men iemand, vanwege zijn ideologische en politieke kleur, fysiek en juridisch blijft aanvallen. Wat is het een triest land als de autoriteiten het natuurlijk blijven vinden om iedereen die de officiële opvatting tegenspreekt een lesje te leren. Voor mij is een samenleving behoorlijk ziek als zij – zoals gisteren – stilzwijgend toekijkt hoe vrouwen met gladiolen in de hand worden gepest en lastiggevallen. Maar daar bleef het sektarisme niet bij. Men probeerde het vervolgens te rechtvaardigen en maakte een script voor het meest zouteloze programma dat de Cubaanse televisie kent: de Ronde Tafel. Na twee uur stoïcijns luisteren en kijken konden de televisiekijker slechts concluderen dat – bij gebrek aan argumenten – er slechts sprake was van beledigingen, laster en verbale acrobatiek.
Waarom hebben ze niet de moed om, in deze saaie setting waar ze elke middag een monoloog opvoeren, een paar mensen uit te nodigen die er anders over denken? Zelfs de meest timide en laconieke dissident die ik ken zou met een paar vragen hen uitkleden en met enkele opmerkingen hun complottheorieën versplinteren. Maar ze durven het niet. Beschermd door macht – er bestaat geen slechtere bondgenoot voor een journalist – hun woord en pen gevoed door materiële voordelen en privileges, weten ze dat ze het spervuur van kritiek niet zouden kunnen doorstaan. Dus prijzen ze de vuistslag, grijpen slogans aan en laten zelfgekozen video’s zien om aan te tonen dat afwijkingen moeten worden vernietigd. En zo voeden zij het fanatisme, het zaad dat hen zelfs lang dreigt te overleven. Het is een erfenis van haat en wantrouwen die dit systeem ons wil nalaten.
Langs de rand lopen en precies tot aan de uiterste grens gaan met wat je zegt is verplichte kost voor kritische artiesten die nog altijd op Cuba wonen. Ze trakteren ons zo nu en dan op een zin gekruid met non-conformisme, die in de buitenlandse kranten wordt gepubliceerd, maar waar de nationale bladen geen melding van maken. Met één voet op het Eiland en de andere erbuiten, moet het wel moeilijk zijn om te switchen tussen het zich luidkeels uitdrukken en fluisteren. Lange periodes van verblijf in het buitenland zijn zo voor sommige vertegenwoordigers van onze cultuur tot een katalysator van meningen geworden. Vanzelfsprekend zorgt de interactie met andere werkelijkheden – met hun verdiensten en problemen – er voor, dat de triomfalistische slogans als een verre echo klinken en de intolerantie van de eigen omgeving onverdraaglijk wordt.
Het laatste interview** met Pablo Milanés kenmerkt zich aan de ene kant door gematigdheid, waardoor hij voorkomt dat hij de schepen voor zijn terugkeer achter zich verbrandt en aan de andere kant door de vermetelheid van iemand die zich grote zorgen maakt over wat er in zijn land gebeurt. Het is ongetwijfeld een enorm risico om degenen die ons besturen tot “reactionairen van hun eigen ideeën” te bestempelen. Onze machthebbers hebben zo veel schrijvers, musici en acteurs voor heel wat minder scherpe uitspraken de mond gesnoerd. De schrijver van het lied “Yolanda” balanceert op deze manier op het scherp van de snede, waarop anderen in stukjes zijn gehakt. Hij wordt bij dit streven naar oprechtheid beschermd door zijn internationale faam en de sympathie van mensen overal vandaan en van vele generaties. Hetzelfde zou een onbekende buurtzanger duur komen te staan, maar Pablo hebben ze nodig.
De emigratie heeft een te grote impact gehad op het artistieke niveau van onze podia. Niet alleen zijn mijn collega’s van de universiteit en mijn leeftijdgenoten uit de buurt en masse weggetrokken, maar ook een deel van de vertegenwoordigers van de Cubaanse cultuur – sommigen schatten in dat het de meerderheid is – woont buiten onze grenzen. Het nu verliezen van deze krachtige stem zou betekenen dat men moet erkennen dat degenen, die de achtergrondmuziek componeerden die de opbouw van de utopie begeleidde, er niet langer in geloven. Daarom zal op de website van geen enkele officiële instantie agressieve en intimiderende kritiek op de openhartige geïnterviewde verschijnen. Evenmin zullen ze hem op het consulaat in Madrid laten weten dat hij niet langer welkom is in zijn eigen land en hij zal er ook niet van beschuldigd worden “Uncle Sam’s” taal te bezigen. Geen enkele van deze stigmatiserende tactieken zal tegen Pablo worden ingezet, maar in het geheime ministerberaad en in de gesloten kringen van de macht zullen ze hem niet vergeven dat hij zich als een vrije man heeft gedragen.
Noot van de vertalers
* “De que callada manera”, de titel van deze post, is tevens de titel van een lied van Pablo Milanés (1943), een beroemde Cubaanse zanger/dichter.
** In het interview in Madrid zegt Milanés: “Ik wil zo snel mogelijk een verandering in Cuba”.
Een stortbui van gebeurtenissen valt momenteel op Cuba. De eerste druppels vielen begin januari met de dood van enkele tientallen patiënten van het Psychiatrisch Ziekenhuis in Havana als gevolg van ondervoeding en kou. De vloedgolf nam toe bij het overlijden van Orlando Zapata Tamayo, naar zijn einde geduwd door nalatigheid van zijn bewakers en de koppigheid van onze leiders. Daar bovenop kwam ten slotte de hongerstaking van de journalist Guillermo Fariñas. Hiermee begaven onze levens zich in het oog van een politieke en sociale tornado waarvan de windstoten elke dag in kracht toenemen.
Gelijktijdig met deze stormen, worden de machthebbers in Cuba in de tang gehouden door een reeks van mogelijke corruptieschandalen. Volgens de geruchten, zijn er beschuldigingen aan het licht gekomen over ministers die koffers vol dollars hebben verstopt in hun watertanks, over commerciële vluchten waarvan de dividenden in de zakken van een enkeling is verdwenen en over de enorme winst van een frisdrankfabriek die met een noodvaart het land uit is gestroomd. Onder de verdachten lijken zich mannen van de Sierra Maestra* te bevinden, die zich verrijkten door het verlenen aan aanbestedingsopdrachten aan buitenlandse bedrijven in ruil voor zeer sappige commissies. De staat is beroofd door de staat zelf. Het wegsluizen van overheidsmiddelen heeft inmiddels een niveau bereikt in vergelijking waarmee het stelen van een pak melk uit een kruidenierswinkel kinderspel is. Het echelon van de macht op dit eiland kiest met de handen volgeladen het hazenpad, alsof ze aanvoelen dat de tropische regenbui van vandaag het dak boven hun hoofd zal doen instorten. Het lijkt erop dat het land in ontbinding verkeert en dat velen – gehuld in een olijfgroen uniform – van de gelegenheid gebruik maken om het weinige dat ons nog rest weg te graaien.
De zwijgende pers, ondertussen, vertelt over het glorieuze verleden, over herdenkingen die worden gevierd en bevestigt nog maar eens dat de Revolutie nooit sterker is geweest. Achter de schermen vinden zuiveringen plaats en betasten accountants de ingewanden van onze financiën om vast te stellen dat er geen kruid is gewassen tegen de opmars van corruptie. De “historische” generatie heeft ons niet alleen het pad van simulatie gewezen, maar ons ook het idee gegeven dat de overheidskas wordt gebruikt als persoonlijke portemonnee. De zwarte wateren van de ethische en morele ellende, die zij zelf hebben gevoed en vertroeteld, zullen ons allemaal overspoelen.
Voetnoot van de vertalers
* de Cubaanse revolutie begon in 1956 als een guerrilla-oorlog vanuit de bergketen Sierra Maestra.
Vertellen over datgene wat ons pijn doet, schrijven over datgene waardoor we zijn getroffen, geraakt of hebben geleden, overstijgt de journalistieke ervaring en wordt een getuigenverslag van het leven. Er gaapt een enorme kloof tussen de kronieken over een man in hongerstaking en het daadwerkelijk voelen van jouw ribben die uit je zij steken. Vandaar dat geen enkele interview de betraande ogen van Clara – de echtgenote van Guillermo Fariñas – kan beschrijven, als zij vertelt dat hun dochtertje gelooft dat haar vader een maagziekte heeft en daarom elke dag vermagert. Zelfs een lang verslag zou geen recht kunnen doen aan de paniek die ontstaat door de videocamera die – op honderd meter afstand van het huis in Villa Clara – observeert en vastlegt wie nummer 615 A van de Calle Alemán bezoekt.
Paragrafen, citaten en het tonen van opnames kunnen niet de geuren overbrengen van de observatiekamer waar Fariñas gisteren heen werd gebracht. Mijn schuldgevoel dat ik te laat was om te hem te smeken weer te gaan eten, om hem te overtuigen geen onherstelbare schade aan zijn gezondheid toe te brengen, is ondraaglijk. Tijdens de rit er naar toe, prepareerde ik enkele zinnen om hem te overreden niet tot het bittere eind door te zetten, maar vlak voor ik de stad binnen reed werd zijn ziekenhuisopname bevestigd per SMS. Ik wilde hem zeggen: “Het is je gelukt, je hebt hen geholpen het masker af te doen”, maar in plaats daarvan moest ik woorden van troost overbrengen op de familie en, in zijn afwezigheid, plaatsnemen in die huiskamer in de nederige buurt van La Chirusa.
Waarom hebben ze ons hiertoe gebracht? Hoe kunnen ze alle wegen van de dialoog, het debat, de gezonde meningsverschillen en de noodzakelijke kritiek afsluiten? Wanneer in een land dit soort protesten van de lege maag plaatsvinden, moet men zich afvragen of de burgers een andere manier hadden om hun onvrede te uiten. Fariñas weet dat men hem nooit een minuut zendtijd op de radio zal geven, dat geen enkele zitting van het parlement rekening zal houden met zijn kritiek en dat zijn stem, zonder strafvervolging, nooit gehoord zal worden in het openbaar. Het weigeren van voedsel was de manier die hij aangreep om zijn wanhoop te laten zien, wanhoop door een leven onder een systeem waarvan de knevel en het masker de meest verfijnde “veroveringen” zijn geweest.
Coco kan niet sterven. In de lange begrafenisstoet van Orlando Zapata Tamayo, van onze stem en van de burgerrechten die al lang geleden werden vermoord…is geen plek meer voor nog een dode.
Naast de Braziliaanse soaps, illegale gekopieerde documentaires van Discovery Channel en de slaapverwekkende Ronde Tafel, bestaat er hier een vorm van televisiereportage die lijkt op de sage van “Big Brother”. Op ons kleine schermpje zien we burgers, vastgelegd door de verborgen camera, en we helpen bij de verspreiding van de e-mailberichten in hun inbox, zonder dat een rechter daartoe opdracht heeft gegeven. Alsof we in een glazen huis leven, onder het strenge oog van de overheid, neemt zelfs het telefoonbedrijf alle gesprekken van haar klanten op en stuurt deze door naar elf miljoen verbijsterde kijkers.
Voor de laatste modaliteit van deze publieke ontleding laat men een dokter aan het woord die de details van een medische zaak uit de doeken doet, daarmee de privacy van de consultatie schendend – net zo erg als een priester die een afgenomen biecht onthult. Foto’s van binnenshuis en van de inhoud van de koelkast verschijnen in het openbaar van diegenen die het hebben gedurfd om tegen de officiële mening in te gaan, terwijl de paparazzi en de politieke politie versmelten tot een enkel personage die veel op een voyeur lijkt. Het zou me niet verbazen als in een dossier – dat wacht om voor het voetlicht te worden geworpen – het naakte lichaam van een non-conformist verschijnt, alsof ongekleed zijn het onweerlegbare bewijs is van zijn “slechtheid”.
Beelden die uit hun context zijn gehaald, uitspraken die zijn geredigeerd en onflatteuze cameraposities om aversie op te wekken bij het publiek; het zijn slechts een paar van de technieken waarmee men deze televisiedocumentaires opbouwt. In geen enkele show wordt het “slachtoffer” geïnterviewd, zo wordt voorkomen dat het klapvee merkt dat hij met de persoon in kwestie op belangrijke punten dezelfde mening deelt. Spijtig genoeg voor de brute producenten van dit type reality-tv, heeft de technologie in handen van burgers ook de muren van hun leven transparant gemaakt. Na zo’n lange tijd te zijn geobserveerd, stellen we nu vast dat er een gat is waardoor we naar de andere kant van het hek kunnen kijken.
Ik zie mijn landgenoten als automaten naar de bar gaan, als makke lammeren vegeteren op hun werk en zonder hoop hun stembiljet in de bus stoppen. Hun leven gaat voorbij, terwijl ze brood kopen – telkens wat minder -, terwijl ze een symbolisch salaris verdienen dat niet eens genoeg is voor een slecht leven en terwijl ze hun hand opsteken in vergaderingen voor de voordracht van kandidaten. Geen van de gekozenen in de huidige verkiezingen zullen de dagelijkse problemen kunnen oplossen, die het leven in Cuba zo zwaar maken. Van de kandidaten is nauwelijks meer bekend dan hun foto en een biografie die bol staat van de “hindernissen” en waarin de betrokken persoon – bijna altijd – verklaart van “eenvoudige komaf” te zijn. Over hun programma of intenties als ze eenmaal hun nieuwe functie bekleden wordt met geen woord gerept.
Vreemd genoeg is praktisch iedere gekozen gedelegeerde een militant aanhanger van de Communistische Partij en stelt de partijdiscipline boven hun verplichting jegens de kiezer. Zij zullen ons niet vertegenwoordigen tegenover de regering of onze woordvoerder zijn richting instituties. Nee, zij zullen boodschappers zijn van alle nieuwe slechte berichten van boven, verbindingskanalen voor de maatregelen en bevelen van een selecte groep. In de meer dan 30 jaar van zijn bestaan, heeft de volksvertegenwoordiging het nog niet voor elkaar gekregen dat het huisvuil op efficiënte wijze wordt opgehaald, dat de bakkerijen kwaliteit leveren en dat de riolering niet overal overstroomt. Evenmin is het een afspiegeling van de heterogeniteit van bestaande meningen in onze samenleving. De gedelegeerden hebben hun functie bereikt veeleer op basis van hun gebleken trouw dan van hun bestuurscapaciteiten.
Vanavond is de bijeenkomst om kandidaten voor te dragen voor het gebied van betonblokken waar ik in woon. De oproep kwam enkele dagen geleden, terwijl de tv ons op het hart drukt te stemmen op de beste en meest capabele kandidaten. Ik heb echter geen enkel vertrouwen in een mechanisme dat zijn improductiviteit en sektarisme allang heeft bewezen. Ik zou graag de hand opsteken voor die buurman van tegenover, met zijn stevige woorden en concrete plannen, maar er zijn orders om iedereen met het stempel “dissident” over te slaan, zelf als hij alleen veranderingsgezind is. De kans is groot dat dezelfde gedelegeerde wordt herkozen, die ons al tien jaar oplossingen belooft in de wetenschap dat het niet in zijn macht ligt om het waar te maken. Hij is de gemakkelijke kandidaat in deze nutteloze verkiezingen en wij zijn de figuranten die de hand moeten opsteken of het stembiljet moeten aankruizen.
Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste mensen. Als je graag mee wilt werken aan de vertalingen van de bijdragen van Yoani, stuur ons dan een bericht op geny.nl@gmail.com.
We zien jouw bericht graag en met interesse tegemoet!