Archive for Dezember, 2009


Met het einde van het jaar in zicht schieten de prijzen voor varkensvlees omhoog, worden de zakkenrollers actiever en wordt “interprovinciaal transport” een vies woord. We merken dat 31 december in aantocht is wanneer er rijen staan voor het kopen van een buskaartjes of wanneer het moeilijker wordt om een lift te krijgen. Bij de afrit Havana uit stapelen de eenzame reizigers en complete families, bepakt en bezakt, zich op. Velen van hen keren terug naar hun geboortedorp om de laatste avond van 2009 te vieren. Ze keren terug – voor enkele korte dagen – naar de plek die zij door gebrek aan materiaal, door een baan of een huwelijk hebben moeten achterlaten.

Hoewel de aankoop van duizenden Yutong bussen – een paar jaar geleden– een eind leek te maken aan de transportproblemen in Cuba, is het nog steeds een Odyssee om van de ene naar de andere kant van het eiland te reizen. Een ticket van de hoofdstad naar de provincie Camagüey kost algauw de helft van een maandsalaris en veroordeelt ons tot de ielige stoeltjes van die Chinese bussen, onregelmatige airconditioning en  luide reggaetón die uit de luidspeakers knalt. Bovenop deze ongemakken komen de controleposten op de weg, die in de volksmond zijn omgedoopt tot CT scans omdat ze in staat zijn om zelfs een pakje garnalen te vinden die is verstopt in de boezem van een rondborstige bejaarde. Aan het eind van het jaar tiert de zwarte handel welig en de politieagenten doen gouden zaken met het confisceren –en zelfs het achteroverdrukken – van de handelswaar en het beboeten van de onverschrokken handelaren in kaas, kreeft, vlees, melk en eieren.

Aan beide zijden van de weg die de ene provincie met de andere verbindt ziet men uitgestrekte handen die met geldbiljetten wapperen. Mensen die zelfs geen treinticket konden bemachtigen en op de bonnefooi naar de snelweg zijn gekomen in de hoop dat iemand voor hen stopt. Daar zie je het blauwe papier van een briefje van twintig en verderop twee van vijftig. Een meisje houdt slechts een briefje van tien omhoog. Zij maakt dus geen enkele kans tenzij zij haar aanbod verhoogt of haar rokje iets optilt. Sommigen lacht het geluk toe als een toeristenbus arriveert die een gids nodig heeft vanwege de onbrekende bewegwijzering. Maar de bezoekers geven de voorkeur aan stelletjes of vrouwen met kinderen, uit angst voor een overval. De mannen moeten dus hopen op een vrachtwagen of een paard en wagen die hen wil meenemen.

Aan het eind van de dag zullen meerdere van deze geïmproviseerde reizigers in een klein huisje aan tafel zitten of zoete aardappel bereiden voor de maaltijd van St. Silvester. En als de eerste zon van het nieuwe jaar opkomt zullen ze weer naar de snelweg gaan, zoeken hun plek op het asfalt en houden hun hand op die – deze keer – wellicht niet meer met biljetten kan wapperen.

Comments No Comments »


Mijn instelling om verschillen te respecteren werd op de proef gesteld met de “brief ter afwijzing van de huidige restricties en verboden op sociale en culturele initiatieven”. In tekst die per e-mail werd verzonden weerklinkt de ontgoochelde en dringende stem van een groep intellectuele en academici. Onder hen ontdekte ik enkele namen die in het verre 2007, met zekere oprechtheid, bijdroegen aan het opkloppen van de mythe van de door Raúl voorgestane hervormingen. Toentertijd repte men van de implementatie van maatregelen, van aanpassingen en hervormingen – eerder esthetisch dan systematisch – die men zou moeten doorvoeren. Twee jaar later lijkt men ontzettend gealarmeerd door de koers die het land heeft gezet. Met hun artikelen onderbouwen zij de hypothese dat het Cubaanse proces zichzelf opnieuw zou kunnen uitvinden, alsof de absurditeit waarin we leven een door de meerderheid geschreven draaiboek was in plaats van strakke directieven die uit een enkel kantoor komen.

Ik zal anderen geen verwijt maken omdat ze te lang hebben gewacht met het uitspreken van zorgen. Ik, die zelf bijna dertig jaar mijn mond hield, heb niet het recht om hen te veroordelen die het masker van de conformiteit hebben gedragen, de passieve façade van iemand die niet in problemen wilde komen. Ik juich ieder initiatief toe dat de stroom van kritiek aan het licht brengt die al tientallen jaren onderdrukt wordt in de krochten van onze angst. Ik zal daarom de hand reiken – zonder verwijt – aan iedereen die het risico neemt om zich te uiten, zodat daarmee hun angst afneemt om van mechanisch applaus over te stappen op openlijke kritiek.

De brief valt op door verschillende hiaten, met name in de lijst van feiten die bewijs leveren van de “verhoogde bureaucratisch-autoritaire controle”. In dat verband ontbreken de bittere gebeurtenissen op 10 december 2009, de toegenomen oproepen tot verstotingsbijeenkomsten, de bedreigingen aan het adres van meerdere criticasters en het inzetten van fysiek geweld tegen velen van hen. Bijzondere vermelding verdient hun gebruik van de term “contrarevolutie”, waarmee de ondertekenaars de denigrerende en uitsluitende taal overnemen die van de tribunes opklinkt. Het wekt verbazing om leraren, economen en afgestudeerden hun stadgenoten zo schematisch te horen classificeren. De samenleving die zich aan mij openbaart via dit document maakt me angstig; een samenleving waarin openlijk gepraat mag worden over trotskisme, anarchisme of socialisme maar waarin de sociaaldemocraten, de christelijke democraten en de liberalen nog net zo de mond worden gesnoerd. Als dit het voorstel is, dan  spijt me dat zeer, maar dat is niet het land waarin ik mijn kleinkinderen wil zien opgroeien.

Ik geloof niet dat we een nieuwe “Pavonisatie” herbeleven, want uiteindelijk had hard-liner Pavón* niet de macht om een schreeuwende en slaande menigte op de been te brengen; zijn macht reikte ook niet zover dat hij iemand tot dertig jaar gevangenisstraf kon veroordelen. De duistere censoren van die grijze Vijf Jaren ontbeerden de autoriteit om een bewakingskordon rond een huis te handhaven, om een telefoonlijn af te tappen of om een onafhankelijk journalist of blogger te arresteren zonder hem of haar naar een politiebureau af te voeren. Het is geen terugkeer naar de culturele inquisiteurs die we nu meemaken, maar de draai van een schroef van een stervend systeem zonder argumenten, de val van de laatste sluier waardoor het afzichtelijke gezicht van het autoritarisme te zien is.

De titel is een verwijzing naar de zin van Martin Niemöller die geciteerd wordt in de Brief:

“Toen ze de communisten kwamen halen
heb ik niets gezegd – ik was geen communist
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen
heb ik niets gezegd – ik was geen vakbondslid
Toen ze de joden kwamen halen
heb ik niets gezegd – ik was geen jood
Toen ze de katholieken kwamen halen
heb ik niets gezegd – ik was geen katholiek
Toen kwamen ze mij halen
en er was niemand meer om iets te zeggen”

Om dit idee in de juiste context te plaatsen, zou ik aan de ondertekenaars van het document willen vragen, of zij zullen zwijgen als ze een “contrarevolutionair”, een “worm” of een “opponent” komen halen, of zij zich in de menigte zullen bevinden die erop losslaat tijdens afwijzingsbijeenkomsten of onder degenen die het slachtoffer te hulp schieten.

Voetnoot van de vertalers:

Luis Pavón Tamayo was de voorzitter van Cuba’s Nationale Cultuurraad van 1971-1976, gedurende welke tijd hij op McCarthy-achtige wijze jacht maakte op schrijvers en artiesten. Velen van hen verloren hun baan, hun publicatierechten of werden zelfs verbannen of naar werkkampen gestuurd. In januari 2007 trad hij, tot woede van velen, op in een Cubaans televisieprogramma dat geen melding maakte van zijn activiteiten in het verleden. Het “Intellectuele Debat” dat daarna gevoerd werd via brieven en e-mails is terug te vinden op de website van  Desdecuba.com, en wordt nu vertaald als onderdeel van het Coöperatieve Vertaalexperiment, Translating Cuba en zal voor het eerst in het Engels beschikbaar zijn.

Comments No Comments »


Lange tijd kwamen we traditiegetrouw bijeen in het huis van Camila om het nieuwe jaar te vieren. Te midden van een drukte van jewelste in haar flat, deden we allemaal een papiertje in een rieten mand met daarop onze naam, een persoonlijke wens, een voorstel en een voorspelling voor het komende jaar. We waren met velen naar deze bijeenkomst met onze doordachte antwoorden, maar een paar januari’s was het bijzonder moeilijk om iets te voorzien of te wensen, omgeven door de onzekerheid van de crisis. Toch deden we de oefening om ons leven op minieme schaal voor te stellen, om ambities uit te spreken of om te mijmeren wat ons zou kunnen overkomen.

Aan het einde van deze jaarlijkse nachtwake werden de teksten van de bijeenkomst 12 maanden eerder opgelezen en vergeleken met de nieuwe aanvullingen in de mand. Die lezing was een echte rondleiding door uitgestelde aspiraties en niet volbrachte plannen, hoewel we op die momenten slechts konden lachen en doorgaan met najagen van nieuwe fantasieën. Zelden trof ik de spijker op zijn kop met mijn voorspellingen wat er zou gaan gebeuren, hoewel ik toch een groot deel van mijn ambities heb waargemaakt, eerder door koppigheid dan door de werkelijke omstandigheden om ze te bereiken. Onder de deelnemers van het festijn, werd meermalen de wens uitgesproken om te verkassen naar een ander land, gevolgd – op grote afstand – door liefdeswensen en het verlangen naar een eigen woning.

Bij iedere samenkomst rond de mand, merkten wij dat het aantal dat erin slaagde om te emigreren toenam. Het zogenoemde “Feest van de papiertjes” werd zo een presentielijst van de afwezigen, een inventaris van illusies van een groep vrienden die – door het gebrek aan verwachtingen – ervoor kozen om het anker te lichten. Totdat Camila zelf, onze lieve gastvrouw, vertrok naar een plek op duizenden kilometers afstand van haar huisje in Ayestarán. Het kan goed zijn dat zij dezer dagen de berg met beloften en profetieën, die wij – jaar in jaar uit – schreven en oppotten in haar kamer, nog eens doorneemt. Ik weet dat zij de vergeelde briefjes goed bewaart, welke een getuigenis zijn van een uiteengedreven generatie, duidelijk bewijs van degenen die nooit ophielden met dromen, zelfs niet in de meest duistere tijden.

Een stevige omhelzing aan het eind van dit jaar voor al die “mikadostokjes” die over de hele wereld verspreid liggen, voor de lezers van dit blog, voor de Cubaanse bloggers, of ze nu binnen of buiten Cuba leven en met welke levensopvatting dan ook, voor de vertalers van Generación Y die – vrijwillig – mijn teksten openbaren aan zovelen, voor hen die mijn sms’jes vertalen naar Twitter, voor hen die mijn bijdragen doorsturen aan duizenden e-mailaccounts en mij thuis bellen om te vertellen wat ik als gehandicapte internetter niet mag weten. Voor allemaal, de beste wensen , geluk en doorzettingskracht voor 2010 dat over een paar dagen begint.

Comments No Comments »


“Stagnatie is de dynamiek van het verval” zei een vriend tegen mij, half filosofisch, half pessimistisch, na het beluisteren van de toespraak van Raúl Castro, gisteren in het parlement. Onze verwachtingen stonden niet strakgespannen in de hoop op een mogelijke aankondiging van veranderingen, maar we hadden wel een sprankje hoop met betrekking tot enkele allang beloofde maatregelen. Echter, bij het uitspreken van de officiële eindejaarsrede, bleek de vicesecretaris van de Partij eerder afhankelijk van de handrem dan van het stuur, eerder voorzichtig dan ondernemend, en veel eerder conservatief dan gedurfd.

Onze parlementariërs lieten op hun beurt weer een kans verloren gaan om ongemakkelijke vragen te stellen, een motie in te dienen of om verhitte discussies te voeren. Hiermee lieten zij wellicht de laatste gelegenheid aan zich voorbij gaan om een opening van boven te forceren en om te breken met het beeld van stilzwijgend koor dat zij hebben opgebouwd gedurende de laatste drie decennia. De debatten, die vanuit het Palacio de las Convenciones rechtstreeks werden uitgezonden op tv, leken plaats te vinden in een ver land waarin men alle tijd heeft om – keer na keer – te applaudisseren voor noodzakelijke transformaties. Zelfs het eufemisme “actualisatie van het economisch systeem” bevatte niet eens de belangrijkste eisen van de overvolle volksagenda.

Uit deze vierde gebruikelijke sessie vernemen wij nauwelijks duidelijk de naam van het nieuwe jaar*, een afnemende groei van het BNP, dat ons – zelfs nu – geïnflateerd voorkomt, en de dreiging van toekomstige bezuinigingen die niemand in cijfers uitdrukt. Ondanks enkele zinnen op pragmatische toon tijdens de afsluiting, blijft men vasthouden aan vrijwilligerswerk en bevelen van bovenaf als de strategie om het land te besturen. Vandaar dat de figuren van parlementariërs iedere keer weer aan betekenis inboeten, nu het masterplan in een enkele kamer wordt voorgekookt en wordt aangenomen door slechts een paar handtekeningen. Het zou me niet verbazen als in februari of maart een pakket bezuinigingen en maatregelen wordt geïmplementeerd dat niet eens via de gemakzuchtig opgestoken handen van deze gedeputeerden gaat.

Halverwege het komende jaar zal de Nationale Assemblee weer bijeen komen om te applaudisseren, haar gebruikelijke dosis medeplichtigheid en stilte.

Voetnoot van de vertalers:

* De Cubaans regering geeft gewoonlijk ieder jaar een naam of thema mee (bijv. het jaar van het onderwijs, van de vrijwilligers, van de energie).

Comments No Comments »

Voor Roberto San Martín

Ik heb hier en daarbuiten gewoond. Ik ben de stem geweest die smeekte om toestemming om het land te verlaten, maar ook de banneling die wachtte op een entreevisum. De machinerie heeft me verscheurd met beide zijden van haar tandwielen: omdat ik in het buitenland zat of omdat ik besloot hier op het eiland te blijven. Ik ging maandelijks naar het consulaat om het hoge tarief voor expats te betalen en moest daarnaast betalen voor remigratie, de enorme persoonlijke kosten voor het zijn van spijtoptant. Gedurende twee jaar keek ik van een afstand naar het eiland en stond voor het dilemma van de keuze tussen de “Coca-Cola van de vergetelheid” of de “suikerrietsap van de nostalgie”, maar geen van beiden kreeg ik door mijn keel. Ik had liever de bitterzoete smaak van de realiteit.

Ik heb nachtmerries waarin ik door de Cubaanse douane loop en een man in uniform mij dirigeert naar een grijze kamer. Omringd door ongeverfde muren en een enorme foto van Fidel Castro, pakken ze mijn paspoort af en kondigen aan dat, als ik het land binnenga, ik nooit meer naar een andere bestemming zal kunnen afreizen. Dit alles wordt me uitgelegd door functionaris met een bezweet hoofd, een pistool op zijn heup en een balpen die uit zijn borstzak steekt. Ik heb een voorgevoel dat ik een eeuwigheid zal doorbrengen tegenover dit schepsel met zijn onvriendelijke woorden, zonder de mogelijkheid om door de poort te lopen naar de ruimte waar mijn familie op me wacht. De bezorgdheid bereikt een punt waarop ik wakker word en vaststel dat ik gewoon thuis ben. Nog steeds een gevangene , maar opgelucht dat ik ben teruggekeerd.

Deze zo hardnekkig droom wordt afgelost door een andere waarin men mij niet laat terugkeren naar mijn eigen land. Ik probeer op een vliegveld in den vreemde aan boord te gaan van een vliegtuig met bestemming Havana. De jongeman die de tickets controleert zegt me dat ik niet kan instappen. “We hebben de opdracht om u niet te laten gaan”, zo eindigt hij, zonder de dramatische lading van iemand die zojuist aan een ander heeft verteld dat hij verbannen is. Er is niemand waarop ik een beroep kan doen en de elektronische borden geven al aan dat de volgende vliegtuigen vertrekken naar New York, Buenos Aires, Berlijn. Ik ga zitten met mijn bagage op mijn schoot en probeer te slapen. Dit kan niet waar zijn – zeg ik tegen mezelf. Ik moet uitrusten en als ik wakker word, zal ik in de cabine zitten op duizenden meters hoogte.

Ik heb het al geprobeerd met limoenthee, met het lezen van pilotenverhalen voor het slapengaan en ontspannende muziek. Maar het enige dat een einde zou maken aan deze opeenvolging van dromen over gevangenschap en uitzetting, is het einde van de migratiebeperkingen voor Cubanen. Ik wil het recht hebben om te reizen, net als ik wil slapen zonder geconfronteerd te worden met een man in uniform die mijn paspoort afpakt en zonder het geluid van een opstijgend vliegtuig, dat mij achterlaat op vreemd grondgebied.

Comments No Comments »


Ik ken hen al van jongs af aan, vanaf het moment dat ik mij verder buiten mijn wijk met vieze gevels waagde en een Havana ontdekte dat mij bleef verbazen. Je kan stellen dat ze lijken op bijna al mijn vrienden: langharig, alternatief en opgewekt. Ze hebben veel weg van die jongeren die enige jaren geleden onze huiskamer bevolkten, om gitaar te spelen en zo de stroomstoringen uit te zitten te midden tussen liedjes en gedichten. De jongens van Omni Zona Franca dragen een braadpan als hoed en een rok boven de mannenbenen of een lange staf gemaakt van een tak van een boom. Rebels in alles, ze breken met de gezoete en verzachtende poëzie, met de modevoorschriften en zelfs met de geïnstitutionaliseerde – en daarmee prudente – kunst.

De setting van hun performances is precies de Alamar buurt, ontworpen met het oog op de nieuwe mens die haar zou bewonen. Vandaag de dag is het echter een disfunctioneel conglomeraat van identieke gebouwen waar niemand wilde wonen en waaruit het de bewoners zelden lukt om te verhuizen. Opgetrokken uit grasland zonder veel urbanistische logica, zijn deze betonblokken de inspiratie geweest voor verschillende artistieke acties van Omni. Ik herinner me dat buurtbewoners de politie belden toen ze armen en hoofden zagen liggen tussen het vuilnis dat al enkele weken niet was opgehaald. Het was de manier voor deze jongeren om aan hun stadsgenoten te zeggen: wij verdrinken in het afval, we kunnen nauwelijks nog ademhalen midden in zoveel vuilnis.

Elke december organiseert Omni het Festival van de Poezie zonder Einde en de huidige editie staat in het teken van het sluiten van hun honk in het Cultuurhuis van Alamar. Door politiepatrouilles en de stem van de vice-minister van Cultuur op de radio werd de ruimte die deze chronische relschoppers al twaalf jaar gebruikten van hen afgepakt. De posters, ceramiek, een paar oude typemachines en een laptop waarop zij video’s redigeren en hun website bijhouden mochten zij nog meenemen. Het activiteitenprogramma is verplaatst naar de huiskamers van hun huizen en naar de garage van een vriend, om het grote “Lichtfeest” maar niet uit te stellen. Vandaag zullen zij een enorme offerande voor de gezondheid van de poëzie meenemen naar het klooster van Sint Lazarus in het dorpje Rincón. Zij zullen het enorme beeld, gemaakt van takken, in hun armen dragen en bidden om een vers, een harmonieus rijmpje of een refrein van een hiphoplied.

Degenen die afgelopen vrijdag hun standplaats opdoekten en hun probeerden te straffen met een zwervend bestaan, begrijpen niet dat hun kunst uit het asfalt borrelt, uit de gek die op de hoek van een straat om een aalmoes bedelt, en uit deze gewonde maar intense stad die Alamar vandaag is.

Een artikel over Omni Zona Franca dat ik twee jaar geleden schreef


Comments No Comments »

In mijn jeugd heetten de Grote Boze Wolf of de Boeman anders: Stadsherstel. Opgegroeid in een huis waar mijn  ouders geen eigendomspapieren van hadden, sloeg bij elke klop op de deur de schrik om ons hart dat het een woningbouwinspecteur kon zijn. Ik leerde oom eerst door de vitrages te kijken voordat ik opendeed, een handeling die ik nog steeds verricht, om te ontkomen aan die speurneuzen met clipboards die ons zouden wijzen op de juridische kwetsbaarheid van onze woning. Het instituut dat zij vertegenwoordigden werd in onze huishouding meer gevreesd dan de politie zelf. Verschillende confiscaties, op deuren geplakte verzegelingen, uitzettingen en boetes, maakten dat zelfs de harde jongens van Havana Centrum trilden wanneer zij iemand hoorden praten over het Woningbouwinstituut.

Deze dagen zijn die geesten uit mijn jeugd weer terug met de gebeurtenissen rond de patio van mijn vriendin Karina Gálvez. Deze sympathieke vrouw uit Pinar del Río, econoom en universitair docent, maakte deel uit van de redactieraad van het tijdschrift Vitral en is nu een onmisbare peiler van het portaal Convivencia. In een maatschappij waarin de censuur en het opportunisme –op alle fronten– even welig tieren als marabú**, kan je dit opvatten als een fout van Karina. Om het nog erger te maken, ze heeft altijd geloofd dat haar ouderlijk huis, waarin zij geboren is en al veertig jaar woont, familiebezit was, zoals in de akte staat die in de tweede lade van het dressoir werd bewaard. In de veronderstelling dat bouwen in je eigen patio net zo intiem is als het besluit om je nagels te laten groeien, heeft zij daar een tent opgericht waaraan alle vrienden iets kunnen bijdragen. Beetje bij beetje veranderde deze tent in een plek voor het debat, epicentrum van reflectie en een ultiem pelgrimsoord voor creatievelingen en vrijdenkers van Pinar del Río.

Emeritus bisschop Ciro González kwam zelfs om de Heilige Maagd van de Charitas te zegenen die deze knusse plek overzag. Ik herinner me dat Reinaldo en ik een pottenbakker zochten om de Cubaanse vlag en wapen te maken voor het geïmproviseerde altaar van de reeds fameuze “Patio van Karina”. Toen begonnen de juridische schermutselingen, de inspecteurs van Stadsherstel met hun dreigementen van gedwongen sloop en onteigening. Het leek er op dat alles zou blijven bij een geldstraf of – in het slechtste geval – de sloop van de tent. Maar zij, die nooit hebben geleerd iets te bouwen, scheppen er een bijzonder genoegen in om te confisceren, om af te pakken wat anderen bereikt hebben, om beslag te leggen op wat zij zelf niet hebben gemaakt. Vandaar dat afgelopen dinsdag een brigade op de stoep van mijn vriendin stond en haar verklaarde dat haar patio niet langer van haar was, maar eigendom van het naburige staatsbedrijf CIMEX. Met een snelheid, die men in deze streek zelden ziet, richtte de brigade een metalen hekwerk op dat ’s nachts veranderde in een bakstenen muur.

Karina – met haar oneindige gave om te lachen onder alle omstandigheden – zei me dat ze op de lelijke muur een paar hanen zullen schilderen in kleuren die de dageraad aankondigen. Achter die muur wordt het terrein, dat haar altijd heeft toebehoord, nu gebruikt door anderen. Op een dag zal zij het terugkrijgen, dat weet ik, want noch Stadsherstel, noch de politieke politie, noch de brigade van het snelle ingrijpen zullen kunnen verhinderen dat wij het blijven noemen en voelen als de Patio van Karina.

Foto’s van Yoani Sánchez op Flickr

Voetnoot van de vertaler:

* El Patio De Mi Casa Es Particular (De patio van mijn huis is speciaal) is een zeer bekend kinderliedje. Het woord “particular” kan echter zowel met “speciaal” als “privaat, persoonlijk” worden vertaald.
** Marabú (Dichrostachys cinerea): een doornige, snelgroeiende en zeer hardnekkige plant uit Afrika die akkerland praktisch onbewerkbaar maakt. In Cuba zorgt de marabú voor veel verlies van agrarische productie.

Comments No Comments »


Als een niesbui van een gewenste griep, blijft de Cubaanse alternatieve blogosfeer zich verspreiden. Nu al lijkt het in niets meer op die woestenij waarop enkele – of zelfs niet eens dat -  pagina’s met pseudoniemen te zien waren in april 2007, toen ik met Generación Y begon. Ik kan inmiddels niet meer bijhouden met hoeveel we nu zijn, want iedere week bereiken mij berichten dat er weer – minimaal – twee virtuele  broedplaatsen zijn geboren. De blokkade van verschillende blogplatforms en de constante aanvallen hebben er alleen toe geleid dat het virus van de vrije mening zich muteert  tot vormen die moeilijker tot zwijgen kunnen worden gebracht. De DNA van de volksexpressie zal niet worden tegengehouden door vaccinaties gebaseerd op intimidatie en laster; zij zal uiteindelijk iedereen besmetten.

De verscheidenheid van de toenadering is het teken dat de discussieplaatsen een tolerantere omgeving hebben ontmoet in cyberspace dan in werkelijkheid. Ik ken sites die in het teken staan van verzoening tegenover de gecumuleerde frustratie, terwijl anderen zich specialiseren in berichtgeving of afwijzing. Van grappige blogs als Cuba Fake News tot magazines geladen met onmisbare artikelen in de stijl van Convivencia. De schrijvers hiervan bestaan zowel uit medewerkers van de contraspionagedienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken als uit ontslagen publicisten van de officiële redacties. Zij zijn allen verbonden door de noodzaak zich uit te spreken, de dwingende wens om te breken met een cyclus van zwijgen die al te lang heeft geduurd.

Hoewel maar een handjevol vrije elektronen, deze blogosfeer luistert niet naar hiërarchie of naar belangrijke figuren. Haar kracht bestaat eruit dat zij niet kan worden onthoofd of gevangen gezet, omdat zij ludiek is en glad als een aal, geen verdragen hoeft te sluiten of haar identiteitskaart bij zich moet hebben. Voordat men een strategie heeft bedacht om haar te bestrijden, het hoogste echelon bijeen heeft geroepen, een wet opgesteld en bevelen gegeven aan de mogelijke uitvoerders van de censuur, is het aantal sites binnen het eiland alweer verdubbeld. Tegen de tijd dat men begint te begrijpen waar men mee te maken heeft en welk tegengif men moet toedienen, zal de bloggerkoorts de slapen van duizenden Cubanen al hebben doen kloppen.

Comments No Comments »


Foto overgenomen van www.actualidad.orange.es

Afgelopen 10 december werden vrouwen met slechts gladiolen in hun handen aangevallen door een menigte. Met geheven vuisten – opgehitst door politie in burger – omsingelde men deze moeders, echtgenotes en dochters van de gevangenen die sinds de Zwarte Lente van 2003 vastzitten. Verschillende van de aanvallers begrepen al snel hoe het draaiboek in elkaar stak en mixten de actuele politieke slogans met de leuzen van bijna drie decennia geleden. Er was een stoottroep met vergunning om te beschuldigen en te slaan, afgegeven door juist diegenen die de orde zouden moeten handhaven en alle burgers zouden moeten beschermen. In het nieuws van vrijdag, ging een journalist zo ver door te zeggen dat diegenen die de Damas de Blanco aanvielen “het woedende volk” vertegenwoordigden, maar op het beeld was geen enkel teken van spontaniteit of echte overtuiging te zien. Het leken slechts fanatiekelingen met angst, veel angst.

Ik schaam me ervoor dit te zeggen, maar in mijn land vierden de demonen van de intolerantie een feestje op de Dag van de Mensenrechten. Ze werden opgehitst door hen die ons allang niet meer kunnen overtuigen met een argument of overhalen met een nieuw en goed idee. Ze hebben zelfs geen ideologie, waardoor ze enkel nog de bronnen van de angst beheren en een beroep doen op de “exemplarische” strafacties om het groeiende ongenoegen in bedwang te houden. Maar op de gezichten van hen die waren opgeroepen tot deze sociale lynchpartij kon men zien hoe twijfel en woede elkaar afwisselden, net als opwinding en de bange wetenschap dat men zelf geobserveerd en geëvalueerd werd. Hoe pijnlijk het ook is, het is gemakkelijk te voorzien dat misschien op een dag een even onnadenkende en blinde menigte haar woede richt op hen die nu enkele Cubanen tegen anderen opzetten.

Bij het uitblijven van openingen, van meer eten op het bord, van structurele veranderingen of langverwachte versoepelingen, lijkt de regering Raúl Castro te hebben gekozen voor de bestraffing als formule om zich te handhaven. Zij toont geen merkbare resultaten van haar beleid, maar grijpt terug maar de roestige instrumenten van de dwang en de oude technieken van de repercussie. De laatste maanden zijn er zelfs geen ondoordachte beloften aangekondigd, of plannen met vage deadlines. Maar de regering heeft naar haar riem gegrepen, niet om deze aan te halen als een gebaar van ernst en spaarzaamheid, maar om hem te gebruiken zoals autoritaire ouders, op de huid van hun kinderen.

Comments No Comments »


Mijn oma vertelde me erover met dezelfde verrukking als – decennia eerder – haar ouders over de oude droom van El Dorado* hadden verteld. Ze beschreef me het vruchtvlees, tussen geel en oranje in, droog bij de eerste hap, maar eenmaal in de mond aangenaam en zacht. Haar favoriete spelletje was mij de canistelvrucht uit te leggen. Een lastige taak, want er is niets moeilijker dan te begrijpen hoe iets smaakt dat je nooit hebt gegeten. “Ana, waar smaakt hij naar?”, vroeg ik haar, omdat alleen de vergelijking mij kon helpen de aroma te benaderen van deze vrucht, die in mijn leven ontbrak. “Als een mameyvrucht, maar veel rijker”, was de spaarzame zin die ik haar kon ontlokken voordat ze er het zwijgen toe deed.

Heel veel mensen van mijn generatie kennen zekere smaken slechts van horen zeggen, beschreven door personen die de smaak van de mispel, de caimito, de marañón en de guanábana** (guave) hadden opgeslagen. Deze gave, om onze smaakpapillen te activeren met iets waarop we nooit hadden gekauwd, hielp ons tijdens de moeilijkste momenten van Speciale Periode***. Op het stapelbed van verroest ijzer in een herberg in Alquízar vertelde ik een groep meisjes hoe deze vruchten smaakten, die zij nooit geproefd hadden. Het verhaal werd elke week weer opgedist tijdens geïmproviseerde bijeenkomsten waarbij de belangrijkste thema’s “sex en eten” waren. Het laatste de ware obsessie voor alle tieners daar aanwezig.

De tijd ging voorbij en een week geleden kwam mijn moeder met drie canistelvruchten bij ons thuis. Ze had ze gekocht van een boer tegen een prijs die hoger lag dan een dagloon. Ik dacht het eerst aan Ana, die ruim 20 jaar geleden overleed en die in de laatste tientallen jaren van haar  leven deze gouden kogelvorm nooit meer zag en waar zij zo naar had verlangd. Teo nam de eerste hap en maakte een vreemd gebaar voordat hij bevestigde: “Het smaakt naar een mameyvrucht”. Daarna ging hij weer naar zijn kamer zonder de besluitenloosheid op mijn gezicht te zien. Proef ik ‘m wel of niet? En wat als het niet lijkt op wat mij is verteld? Gelukkig leek deze canistelvrucht op die waar mijn grootmoeder ooit over vertelde, terwijl wij beiden watertandden.

Voetnoot van de vertalers:

* El Dorado, het mythische Goudland dat in het huidige Colombia verborgen zou liggen.
** De canistel, mamey, caimito, marañon en guanában zijn Zuid-Amerikaanse vruchten die zeldzaam zijn geworden op de Cubaanse markten en op het platteland; er bestaat meestal geen Nederlandse naam voor dit fruit.
*** De Speciale Periode werd door Fidel Castro in de jaren ‘90 uitgeroepen nadat de Sovjet Unie uit elkaar was gevallen. Het wegvallen van de Russische steun leidde o.a. tot een groot gebrek aan voedselproducten.

Comments No Comments »