San Lázaro is de heilige van de leprozen en honden; zijn feestdag is op 17 december. Zijn naam is gegeven aan een lange straat in Havanna, eveneens gevuld met littekens en in de steek gelaten honden. De straat mist de allure van de boulevard die aan zee grenst en tussen de afgebladderde gevels speelt zich het leven van duizenden mensen af. Jarenlang was het de straat die ik het vaakst nam om naar de wijk Vedado te gaan. Bekend maakt bemind, vandaar dat ik een zwak heb voor deze straat. Haar bewandelen is een reis door het echte Havanna, het Havanna dat de toeristengidsen ons hardnekkig in andere kleuren laten zien.
Een paar weken geleden maakte ik dit filmpje die ik jullie nu toon, omdat ik het voorgevoel heb dat op een dag alles in deze straat er anders zal uitzien. Mijn voorgevoel komt deze keer niet voort uit pessimisme, noch uit de gedachte dat de helft van de huizen zal zijn ingestort voordat de restauratie begint. San Lázaro zal genezen en zich ontdoen van de okerkleuren die je er nu ziet. Ik zal er weer zijn met mijn camera, om het je te laten zien.
Wat er gebeurt in Iran en de verspreiding daarvan via internet is een les voor de Cubaanse bloggers. Ook de gerechtelijke autoriteiten zullen er wel nota van nemen hoe gevaarlijk – in deze gevallen – Twitter, Facebook en mobiele telefoons zijn. Bij het zien hoe die Iraanse jongeren alle mogelijke technologie gebruiken om het onrecht aan de kaak te stellen, merk ik pas wat ons, die een weblog vanaf het eiland onderhouden, nog te doen staat. De vuurproef van onze prille virtuele gemeenschap heeft nog niet plaatsgevonden, maar misschien verrast ze ons morgen …onder de verzwarende omstandigheid dat er maar weinig verbindingen zijn.
In de blogger itinerarios, die we wekelijks houden, hebben we een korte video gezien over de Iraanse internetgebruikers. Vandaag heb ik het opnieuw bekeken, ter vervanging van de beelden van de manifestaties die onze officiële televisie ons weigert te tonen. Ik heb de groen geschilderde gezichten niet gezien, noch heb ik een nieuwslezer horen berichten over de zeven doden, maar met dit levendige korte filmfragment kan ik me alles al voorstellen. Ik visualiseer een hele generatie die genoeg heeft van de oude structuren en die veranderingen wil, mensen – zoals ik – die niet langer geloven in verlichte leiders die ons leiden als een kudde vee. Tot onze tevredenheid- veranderen, te midden van dit alles, de bytes en de beeldschermen de vorm van het protest.
Tijdens dit soort dagen spijt het me erg dat ik niet online kan zijn. Het ondragelijke feit dat ik nieuwsberichten pas laat te horen krijg, verstikt me. Als ik nog op tijd ben om mijn solidariteit aan de Iraanse bloggers over te brengen, dan is er hier een bijdrage om hen te vertellen: “vandaag zijn jullie het, morgen kunnen wij het evengoed zijn”.
Een nieuw bericht heeft enkelen blij gemaakt en bij anderen ergernis opgewekt: spelling zal weer worden meegenomen in de beoordeling van de Cubaanse scholen. De heerschappij van ongeaccentueerde esdrújulas* en van de “s” die door de “c” wordt vervangen is binnenkort ten einde, zoals de televisie enige weken geleden aankondigde. Een scholier zal kunnen zakken voor een examen en moet mogelijk zelfs een schooljaar overdoen, als hij de spellingsregels van de complexe en prachtige taal die het Spaans is niet onder de knie heeft. Wij linguïsten zijn, zoals te verwachten is, in een jubelstemming van genoegdoening.
Ik had me er al aan gewend om vreemde woorden te ontcijferen, samengesteld naar de persoonlijke smaak van om het even wie. Zelfs op de schoolborden, beschreven door de leraren zelf, deed deze woordenschat van een nieuwe taal, die zich niet aan regels of aan standaards houdt, zijn intrede. Zelfs mijn lakse uitspraak, volgens welke de “h” altijd onnodig leek, kon zich niet inhouden bij woorden van vijf letters die vier fouten bevatten. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik eens een geschiedenisexamen nakeek waarin iemand “síbier” in plaats van “civiel” had geschreven. In dit geval was het natuurlijk duidelijk, omdat het concept vrij onbekend is in deze samenleving, waar wij burgers worden beschouwd als soldaten en niet als entiteiten met rechten.
Maar, de grootste schrik kreeg ik op een dag toen ik een dictaat gaf aan de vrolijke leerlingen van een middelbare school in de straat Zanja. Ik bedacht om in de lijst met woorden de titel van de belangrijkste klassieker van de Spaanse Letterkunde op te nemen. Het was een manier om hen de figuur van Cervantes voor te zetten en het proefwerk niet te verzwaren met gecompliceerde woorden zoals escaseces (gebrek) of proposición (voorstel). De waarheid is dat ik bij het nakijken van de opdracht van die dag minstens een paar scholieren tegenkwam die “Quijote” met een “k” hadden geschreven. Ik kon niet geloven dat iemand een letter, die zo weinig voorkomt in de Spaanse woordenboeken, kon gebruiken om het symbool van onze Spaanse oorsprong te schrijven.
Na deze dag begreep ik dat de spelling de expressie is van een algemene culturele vorming die haar wortels heeft in de lectuur en de boeken. Hoe kan men verlangen dat ze de juiste medeklinkers gebruiken als ze de betekenis of de achtergrond van bepaalde woorden niet eens kennen? Dat begrepen ook de functionarissen van het Ministerie van Educatie en ze besloten om bij de beoordelingen minder waarde te hechten aan spelling. Vandaar dat Sancho “Zancho” werd en Rocinante…nou goed…wie weet waarin Rocinante werd veranderd.
Voetnoot van de vertalers:
* esdrújulas: woorden waarvan de klemtoon – en het accent – op de op twee na laatste lettergreep ligt.
Als er een altaar voor de technologie zou bestaan, dan zou ik niet twijfelen om daar een paar kaarsjes op te steken. Die kabels, circuits en chips hebben mijn leven een grotere hoeveelheid informatie, autonomie en vrijheid gebracht dan de bereidwillendheid van de politiek of de druk van het volk. Het is deze maand precies 15 jaar geleden dat ik mijn eerste computer bouwde, wat een ommezwaai van honderdtachtig graden betekende in mijn bestaan. Ik heb een enigszins gedeformeerde hand door toedoen van de muis, ik denk het grootste deel van de keren alsof ik in Dreamweaver aan het ontwerpen ben en ik heb zelfs de aanvechting om “control+alt+del” in te drukken om te resetten als het me niet bevalt wat er om mij heen gebeurt.
Maar goed, vandaag is er een nieuwe service gestart om berichten te versturen per SMS, wat mijn vertrouwen doet toenemen in de macht van deze technologische apparaten. Sinds afgelopen week weet ik dat er een internetpagina bestaat die Granpa heet (laten we hopen dat die objectiever zal zijn dan die van Granma*) en die berichten zendt naar mobiele telefoons in Cuba. Het is voldoende om je telefoonnummer achter te laten en de bronnen te selecteren waarvan men titels wil ontvangen om ze te kunnen lezen op je mobiel.
Ik wens hen veel geluk die zo’n goed idee in de praktijk brachten, een idee dat heel noodzakelijk is in deze huidige tijden. Nu we geen papieren krant kunnen hebben om alles te vertellen wat de officiële media verbergen, zijn de nieuwsberichten via de elektrische impulsen welkom; mijn felicitaties voor deze berichten die op de schermen van onze telefoons knipperen.
Voetnoot van de vertalers:
* officieel orgaan van de Communistische Partij in Cuba.
Hilda Molina en ik delen enkele zeldzame ‘privileges’: beiden werden we in de inleiding genoemd van Fidel Castro’s boek Fidel, Bolivia en Nog Meer en beiden kregen we verscheidene keren te horen dat we geen uitreisvisum voor een bezoek aan het buitenland zouden krijgen. In haar geval werd de weigering gebaseerd op haar verleden als wetenschapper. Men verspreidde het gerucht dat ze over geheime informatie beschikte die niet buiten onze grenzen bekend mocht worden. Velen van ons vermoedden echter dat dit niet de ware reden was. Het was eerder de bevlieging van één man die haar gedwongen gevangenschap eiste.
Mijn ‘misdaad’ ligt in de toekomst, in dat deel van morgen waar noch de welbekende schrijver van de inleiding, noch de reisbeperkingen nog zullen bestaan. Mijn gevangenschap gaat niet over wat ik heb gedaan maar over wat ik nog zou kunnen doen. De ‘schuld’ treft de burger die ik nu nog niet ben maar die zich via mijn blog ontwikkelt. Hoe dan ook, de straf voor ons beiden is identiek, want een systeem gebaseerd op beperkingen, controles en afsluitingen, kent alleen straffen door middel van opsluiting. Voor Hilda is deze straf nu afgelopen, hoewel een beschuldigde nooit meer rustig slaapt uit angst weer terug te moeten keren naar de cel.
Ik ben blij voor haar familie en voor haar, maar verdrietig over het bestaan van diegenen die besluiten wie Cuba kan verlaten of binnenkomen. Het is pijnlijk dat de hereniging met aanverwanten afhangt van lange onderhandelingen tussen partijen, regeringen, presidenten. Ik zie een oude vrouw die eindelijk haar kleinkinderen kan leren kennen. Niemand kan haar vele jaren van eenzaamheid en pijn goedmaken. Ik kan haar slechts aanraden geen wrok te koesteren tegen haar gevangenbewaarders, omdat zij degenen zijn die op dit moment gevangenen zijn van hun macht, hun angst en de onvermijdelijke nabijheid van hun einde.
Ik ben drieëndertig jaar en heb twee grijze haren. Al minstens mijn halve leven verlang ik naar een verandering op mijn eiland. In de zomer van 1990 keek ik vanachter de zonwering van mijn huis in de straat Lealtad op de kruising met Lagunas, toen het geschreeuw van de mensen me deed denken aan een opstand. Vanaf daar zag ik de vlotten op de schouders van mannen in de richting van de zee gaan en zag de politiewagens die de ontevredenheid in de gaten hielden. De bezorgde gezichten van mijn familieleden drukten uit dat de situatie weldra zou gaan veranderen, maar in plaats daarvan werden de problemen chronisch en werden de oplossingen uitgesteld. Later kwam mijn zoon en, tussen elektriciteitstoringen en uitdrukkingen als “wanhoop niet”, begreep ik dat slechts zou gaan gebeuren wat we zelf zouden kunnen veroorzaken.
Deze juni is begonnen op een wijze veel lijkt op die donkere jaren van de Speciale Periode. Onrust, stroomuitval in enkele buurten en een algemeen gevoel dat we bergafwaarts gaan. Ik ben niet meer die bange en passieve adolescent, wier ouders steeds weer zeiden “ga maar slapen, Yoani, vandaag hebben we niets te eten”. Ik ben niet bereid om een nieuwe fase van beloftes en lege borden te accepteren, van een stad die tot stilstand komt door een gebrek aan brandstof en met halsstarrige leiders met hun volle koelkasten. Niettemin denk ik er niet over om ergens naar toe te gaan, dus de zee zal in mijn geval niet de oplossing zijn voor deze nieuwe cyclus van calamiteiten die er aan zit te komen.
Het onrustige zaad van Teo zal spoedig een vrouw bevruchten, om de weg vrij te maken voor een volgende generatie die wacht. Ik verzet me er tegen om te geloven dat ze volwassenen zullen zijn die uit het raam kijken in de hoop, dat er iets zal gebeuren: Cubanen die vol zijn van uitgestelde dromen.
Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste mensen. Als je graag mee wilt werken aan de vertalingen van de bijdragen van Yoani, stuur ons dan een bericht op geny.nl@gmail.com.
We zien jouw bericht graag en met interesse tegemoet!