
Ik ruziede met een dame in de rij voor malanga’s*. Ze wilde twee vriendinnen laten voordringen en ik berekende dat ik op deze manier de tien pond groente – op rantsoen sinds de orkanen - nooit zou halen. Ten slotte liet ik de twee oudjes voorbij en schold zelfs niet op ze toen de verkoper mij meedeelde: “Alles is op!”. Het deprimeert mij om over eten te kibbelen, misschien dat ik daarom zo mager ben. In de mensa van de pre-universiteit waar ik studeerde, had ik nooit de vechtlust om betere porties te bemachtigen, zodat die altijd werden opgeëist door de sterksten. Het geeft me een slecht gevoel als ik mij moet verlagen tot een strijd om voedsel en ik geef er de voorkeur aan om thuis te komen met een lege boodschappentas. Uiteraard kan mijn familie geen dankbaarheid opbrengen voor mijn excessieve vredelievendheid.
Om hen te troosten, kocht ik een paar bouillonblokjes, wat tegenwoordig het meest voorkomende eten is voor de overgrote meerderheid van de inwoners van deze stad. Als een verwarde toerist me vraagt wat een typisch Cubaans gerecht is, antwoord ik dat ik me dat niet meer kan herinneren, maar dat ik wel de meest gebruikelijke en alledaagse recepten ken. Ik noem ze voor hem op: “rijst met een runderbouillonblokje, “rijst met hot dog”, “rijst met bouillonblokje van spek” of de delicatesse van “rijst met een bouillonblokje van kip en tomaat.” De laatste heeft een kleur tussen roze en oranje, dat echt heel grappig is.
Als we constant bezig zijn met het verteren van voorgekookt nieuws op tv, ingeblikte toespraken die voorbij de houdbaarheidsdatum zijn, kleine blokjes van geduld en hoop om iedere dag weer door te komen, waarom zouden deze bijtende smaken niet ook op ons bord tot uitdrukking komen? Dus berust ik en koop de vervloekte placebo die mij doet geloven dat de rijst een smakelijk koteletje of een lekker stukje kip bevat. Na een “zeer complexe” bereidingswijze zet ik de dampende schotel op tafel. Als mijn zoon de geur ruikt, vraagt hij me verwijtend: “Waarom vocht je niet wat harder in de rij voor de malanga’s?”
Noot van de vertaler:
* malanga: soort knolgewas, lijkend op zoete aardappel, dat veel wordt gegeten in het Caribisch gebied.








Entries (RSS)