Ik herstel van een griepje terwijl ik een liedje neurie van de singer-songwriter uit Havana, Erick Sánchez, dat hij aan mij opdroeg tijdens zijn laatste concert, en dat ik vandaag met u wil delen. Een pakkende melodie over degenen die slechts - met de armen over elkaar - afwachten totdat anderen iets ondernemen. Het lied gaat al een tijdje mee, maar Erick heeft een definitieve improvisatie toegevoegd die haar actueel maakt in deze tijden van zogenaamde hervormingen en verwachtingen.
Met deze video, door mij gefilmd in het kleine theatertje van het Museum voor Schone Kunsten, wil ik voor de eerste keer in deze blog iets van multimedia toevoegen. We hebben slechts zeventien maanden moeten “wachten” om wat muziek te uploaden, dus dat was niet zo lang…
Zaterdag ging ik weer eens naar Pinar del Río en in de komende bijdrage zal ik een paar foto’s en anekdotes beschrijven die ik daar heb gezien. Ondertussen laat ik jullie over aan het ritme van de improvisatie van Erick Sanchez:
Esperar, esperar, esperar Wachten, wachten, wachten
A sin permiso viajar afuera Om zonder toestemming te kunnen reizen
Esperar, esperar, esperar Wachten, wachten, wachten
Que pongan una sola moneda Op het invoeren van een enkele munteenheid
Esperar, esperar, esperar Wachten, wachten, wachten
Y que lo hagan sin que te duela Dat ze dit doen zonder dat het pijn doet
Esperar, esperar, esperar Wachten, wachten, wachten
Y sin tanta preguntadera… En zonder zoveel vragen te stellen…
• Ik draag dit lied op aan Adolfo Fernández Sainz, die vorige week in de gevangenis van Canaleta zijn hongerstaking beëindigde. Met zijn vastberadenheid en de steun van velen bij zijn klacht, bereikte hij dat de achtergehouden boeken door gevangenisbewakers werden teruggegeven.
Adolfo, makker, dit lied is voor jou en hopelijk hoef je niet lang meer te wachten.
Het belangrijkste nieuws in de Cubaanse pers verschijnt niet onder een titel die de inhoud ervan verraadt. Onder het kopje “Informatie aan het volk“, “Bericht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken” of “Verklaring van de Raad van State,” bereikt ons het meest significante nieuws. Maandag was het de “Granma” die – met chocoladeletters – een “Berichtgeving aan ons volk” aankondigde. Snel kochten oude mannetjes alle kranten in de kiosken en verhoogden de prijs voor een exemplaar van het officiële orgaan van de Communistische Partij van Cuba naar twee Peso’s.
“Granma heeft toestemming om u te informeren ” bevestigde de krant, net zoals in hun tijd de pagina’s van de Sovjetkrant Pravda dat deden. Door de woorden vraag ik me af bij hoeveel berichten ons grootste dagblad werd verboden om iets te zeggen, en met welke discipline hij zich heeft gehouden aan dit zwijggebod. Ik schudde de stalinistische herinneringen van me af en concentreerde me op het bericht. Na een paar alinea’s was het me al duidelijk dat niet alleen de lay-out herinnerde aan het slechtste van de Russische pers voor de Glasnost, maar ook de toon en de bedreigingen. Met de opmerking dat “elke poging om de wet of de regels van sociale co-existentie te overtreden, zal worden beantwoord met een snel en krachtig optreden”, waarschuwt het dagblad de speculanten, profiteurs of verkopers op de zwarte markt voor de straf die hen wacht.
Speciale verwondering wekte een paragraafje die – te midden van veel Pravdiaanse opmaak – verklaarde: “Op deze wijze wordt onherroepelijk opgetreden tegen al dergelijke acties en tegen alle uitingen van privileges, corruptie of diefstal …”. Hoe kan de procureur-generaal van de Republiek optreden tegen zoveel privileges, verleend op grond van ideologische loyaliteit, die in overvloed aanwezig zijn op dit eiland? Worden met deze excessen die zullen worden vervolgd ook bedoeld het strandhuisje waar de luitenant-kolonel vakantie viert met zijn gezin, de boodschappentas met kip en schoonmaakmiddel die de censor krijgt voor het filteren van webpagina’s, de toegang tot voorkeursprijzen voor verklikkers en de “gieren” van de Staatsveiligheid? Dit zijn de privileges die ik om mij heen zie, maar ik denk niet dat Granma een kruistocht hiertegen is gestart. Dat zou een daad van autofagie zijn.
“Dreigement aan ons volk” zou deze tekst moeten heten, want we zijn allemaal deel van de harde woorden die alleen voor criminelen lijken te zijn bedoeld. Ik lees het op die manier, want wie in dit land overtreedt de wet niet om iets te kopen? Welke burger is niet afhankelijk van de zwarte markt? Hoeveel gezinnen leven niet van het misbruik van middelen dankzij de armoede van hun loon? Welke distributiemechanismen worden niet geplaagd door corruptie – zo verachtelijk, maar door de overheid zelf gedoogd, omdat het een van de uitlaatkleppen is om een sociale explosie te voorkomen? Het spook van Pravda was niet het enige spook wat ik opmerkte bij het lezen van deze tekst, ook dat van de radicalisering, dat van de harde hand en dat van de noodtoestand. Die situatie van constante strijd tegen iets, waarbinnen onze leiders zich blijkbaar zo prettig voelen.
Nu de verslaggeving van de ramp voorbij is, lijken onze nieuwsprogramma’s een roze periode te zijn binnengetreden, waar slechts ruimte is voor reportages over herstel en optimisme. Tussen de vele oproepen tot vertrouwen is er geen plaats voor gehuil of twijfel. De meningen en de gezichten, die men op televisie vertoont, zijn zorgvuldig geselecteerd: alleen diegenen die iets hoopgevends hebben te zeggen treden naar voren. De zinsnede “terugkeer naar het leven van alledag” wordt herhaald door de officials van de Partij, door bestuurders van vrachtauto’s volgeladen met dakpannen en zelfs door de slachtoffers. Ten koste van alles probeert men het “nu” te wissen om terug te keren naar het “voorheen” van voor de twee orkanen.
De waarheid is dat ik niet geloof dat we een maand geleden iets hadden wat ook maar leek op ‘het leven van alledag’. Sterker nog, in de drie decennia die ik mee tors op mijn schouders, heb ik, denk ik, niet geleefd in iets anders dan een abnormaliteit. Degenen die deze woorden uitspreken, zou ik willen vragen of ze geloven dat de Speciale Periode* “normaal” was, de angst voor Optie Nul**, de eindeloze toespraken, de Strijd van de Ideeën, de demonstraties van de verloochening, het feit dat mijn vrienden een vlot uitrustten op zich ermee in zee te werpen, de spreuk “het is er, maar het gaat je niet aan, of het gaat je aan, maar het is er niet “, de eeuwige wachtrijen, beloften van verandering die zich nooit verwezenlijken, het braakliggende land, het idee van een belegerd plein waar een afwijkende mening gelijk staat aan verraad, het spreken op fluistertoon, de paranoia dat iedereen van de veiligheidsdienst kan zijn, reisbeperkingen, de privileges van een enkeling, de duale munteenheid, de indoctrinatie op de scholen, het gebrek aan uitzicht, billboards met leuzen die niemand gelooft en waarop niemand hoopt, het wachten, de dromen dat alles op een dag een punt bereikt dat dichtbij “het leven van alledag” komt.
Voetnoot van de vertaler:
* Período Especial: de periode die volgde op het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het wegvallen van haar steun aan Cuba.
** Opción Cero: een noodplan uit het post-Sovjet tijdperk dat voorzag in het “stand-alone” overleven van Cuba, nagenoeg afgezonderd van alle andere landen.
Je hebt mensen die hun muur volhangen met diploma’s of van wie het shirt strak hangt onder het gewicht van medailles. Helden die littekens verzamelen en wij burgers stapelen frustraties op. Om niet achter te blijven bij deze algehele verzamelwoede, probeer ik mijn eigen verzameling aan te leggen. Ik verzamel reisafwijzingen, papiertjes die herhalen dat ik “voor het moment” niet mag vertrekken en geannuleerde vliegtickets. Dit alles met dezelfde dwangmatigheid waarmee anderen etiketten van frisdranken of keramische beeldjes bijeen sprokkelen.
Koppig, als een blik gecondenseerde melk, heb ik opnieuw mijn papieren overlegd voor een bezoek aan Europa. In weerwil van het “nee” dat ik al in mei te horen had gekregen, ging ik terug naar het bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken en Immigratie van stadsdeel Plaza. Ik wachtte enkele dagen, terwijl een kapotte stickermachine uitstel verleende aan het antwoord dat ik al voorvoelde. Uiteindelijk bevestigde iemand in olijfgroen mij dat de straf nog steeds geldt. De strafmaatregel, als rijst onder de knieën, is in mijn geval een verbod op het verlaten van het eiland. Zou Vadertje Staat niet hebben geleerd hoe vervelend kinderen worden die zelden het huis verlaten?
Yoani was door het tijdschrift Internazionale uitgenodigd om naar Italië te komen voor een evenement te houden in Ferrara in het eerste weekend van oktober. Il Foglio Letterario zou haar hebben gepresenteerd tijdens het Pisa Book Festival (11-13 oktober) en in Piombino tijdens het Ottobre Piovono Boekenevenement.
Zaterdagavond en ik zit te geeuwen voor een saaie thriller over politie en boeven. De telefoon gaat. Het is Adolfo*, nog altijd achter de tralies sinds een stuiptrekking van de macht hem veroordeelde in de Zwarte Lente** van 2003. Hij klinkt opgefokt. Enkele bewaarders, zelf zo goed als analfabeet, ontzeggen hem de boeken en tijdschriften die zijn echtgenote tijdens haar laatste bezoek voor hem meebracht. Onder de achtergehouden “gevaarlijke” teksten bevinden zich de katholieke publicaties Palabra Nueva en Espacio Laical*** en enkele spirituele overpeinzingen van Sint Augustinus. Zijn lotgenoten, Pedro Argüelles Morán Ramon Diaz en Antonio Sanchez, hebben de handen ineen geslagen om druk uit te oefenen op de enige manier waarop ze kunnen: het afwijzen van het belabberde voedsel dat men op hun dienblad zet. Zolang men het voedsel van de literatuur tegenhoudt, zullen zij het smaakloze rantsoen dat hen in leven houdt afwijzen.
Het wantrouwen dat door boeken wordt opgeroepen bij de bewakers van de gevangenis van Canaleta**** doet me denken aan de Colombiaan Jorge Zalamea en zijn gedichtroman “El Gran Burundún-Burundá ha muerto”. Een dictator, bang voor het gesproken woord, veroordeelt zijn onderdanen tot een wereld zonder communicatie en literatuur. Om ervoor te zorgen dat zijn bevel van stilte wordt nageleefd, roept hij iedereen onder de wapenen die aanstoot neemt aan woorden. Om zijn legers van censoren te vormen, roept hij degenen op die “niet in staat zijn tot passie, die geen fantasie hebben, die nooit met zichzelf hebben gepraat, (…) die beesten en kinderen slaan wanneer ze hun blikken niet begrijpen….”.
De pionnen die op dit moment de boeken van Adolfo achterhouden zijn deel van dezelfde troepen van ongeletterde censoren. Bewakers van meningsuiting voelen intuïtief aan – net als de Grote Burundún dat begreep – dat de menselijke conditie en “de rebellie die daarop volgt hun grondslag vinden in het gesproken woord”. Zij vermoeden dat, wanneer Adolfo, Pedro en Antonio zich onderdompelen in een essay of een verhaal, de tralies zullen vervagen, de gevangenis zal verdwijnen en dat zij hun enorme veroordelingen van zich af zullen schudden. De “instructie” die door bewakers van Cubaanse gevangenissen is ontvangen is voldoende voor hen om te weten dat een boek iets buitengewoon gevaarlijks is.
Voetnoot van de vertaler:
* Adolfo Fernández Saínz: gearresteerd in de Zwarte Lente van 2003 en nog altijd in gevangenschap.
** Zwarte Lente: in maart 2003, gelijktijdig met de invasie van de Verenigde Staten in Irak, arresteerde Cuba ongeveer 75-90 personen waaronder circa 25-35 journalisten (de berichtgeving verschilt). De meerderheid van deze mensen zit nog altijd vast.
*** Palabra Nueva en Espacio Laical: uitgaven van het aartsdiaconaat in Havana.
**** Canaleta: een streng beveiligde gevangenis in Ciego de Ávila, ongeveer 460 km ten oosten van Havana.
Ze zou Gea gaan heten en Teo komen ontlasten van zijn taak het enige kind in huis te zijn. Met haar zou ik weer malanga puree* hebben bereid, ’s nachts flessen gekookt en bergen luiers hebben gewassen. Maar bij nader inzien bleef Gea het verlangen naar een ander kind dat ik niet kreeg. Ik keek twintig jaar vooruit, met dezelfde huisvestingsproblemen van vandaag, en met twee gehuwde kinderen die met hun echtgenoten zouden komen wonen in ons appartement. In eerste instantie zouden de drie echtparen de harmonie proberen te handhaven, maar de vechtpartijen zouden onvermijdelijk zijn.
Ons huis zou zijn zoals zovelen, waar verschillende generaties samenwonen en waar elke dag stille veldslagen uitgevochten worden. De koelkast zou worden opgesplitst in drie zones en de echtparen zouden de liefde bedrijven op fluistertoon, gelet op de nabijheid van de andere bedden. Kleinkinderen zouden zich aandienen en een kamer delen met hun grootouders - in dit geval mijn man en ik – en hen het gevoel geven de jongeren in de weg te zitten. De kinderen zouden veel tijd doorbrengen in de gang of op straat, vanwege de beperkte beschikbare ruimte in huis. Ze zouden tieners worden en op zoek gaan naar partners, potentiële nieuwe huurders voor dit huis dat al op het punt van ontploffen staat.
Als, vóór de orkanen Gustav en Ike, mijn generatie en die van Teo al ruim veertig jaar moest wachten om een eigen huis te kunnen krijgen, dan overschrijdt die periode nu de grenzen van een menselijk leven. Met de tegels en ramen die door de winden zijn weggerukt, zijn ook onze dromen van een eigen onderkomen vervlogen. Indien er geen middelen voorhanden zijn om het verlies van de slachtoffers op te vangen, wat kunnen dan diegenen verwachten die niet eens iets hadden.
Zonder sentimentaliteit: Gea is volledig uit mijn leven verdwenen, nu er werkelijk geen ruimte voor haar is.
Voetnoot van de vertaler:
* malanga: knolgewas dat lijkt op zoete aardappel. Veelgebruikt voedingsmiddel in het Caribisch gebied.
Augustus en september zijn een lastige test geweest voor de langverwachte economische hervormingen, die al schipbreuk lijken te hebben geleden voordat het anker goed en wel is gelicht. “Je moet vertrouwen hebben in het leiderschap van Raúl Castro” drong een vriendin bij me aan bij het zien van mijn aanhoudende wantrouwen. “Binnenkort zal men nieuwe maatregelen nemen” verzekerde mij deze zelfde dame, bijna drie maanden geleden. Zij behoort tot de groep die verwacht dat de machthebbers onze huidige problemen kunnen oplossen - welke zij voor een groot deel zelf hebben gecreëerd met hun absurde verboden. Zelf sta ik vooraan in de groep van sceptici.
Mijn twijfel vloeit voort uit de “erfzonde” van de regering van Raúl: zij is niet door het volk gekozen, maar het resultaat van bloedopvolging en dynastiek. Zij werd gekozen zonder enige opponent en, voor mij althans, een benoeming zonder alternatief is geen verkiezing.
De huidige president stelde geen programma voor, committeerde zich niet aan zijn kiezers en dat maakt dat hij geen verantwoordelijkheid hoeft af te leggen. De zo dringend noodzakelijke maatregelen kunnen een jaar of vijf jaar op zich laten wachten, omdat het hem niet zijn kop zal kosten. Hij bereikte, zonder oppositie, de verleidelijke appel van de macht. Nu kan hij deze appel op zjin gemak verorberen, want onze stemmen zijn niet het pad geweest dat hem naar haar heeft geleid.
Elke woensdag verschijnt een personage met een dikke nek en aktetas in de hand in het humoristische programma “Laat me je vertellen”. Hetzelfde programma waarin professor Mente Pollo* – eerder beschreven in deze blog – zijn platitudes met oppervlakkige wijsheden de vrije loop laat. Lindoro Incapaz** is bestuurder van een inefficiënt bedrijf en heeft een auto met staatskenteken die hij nooit gebruikt in het belang van de werknemers. Onberispelijk gekleed treedt hij zijn ondergeschikten tegemoet en waarschuwt hen met ironie: “Ik ben pas tevreden als u het bent”. Zijn overgewicht en zijn elegante donkerblauwe pak contrasteren met de sjofele uitstraling en de improductiviteit rondom het bedrijf “Bartolete Perez”.
Deze prototypische baas gebruikt te pas en te onpas een uitdrukking die met succes in de volksmond is opgenomen. Precies, het predicaat met betrekking tot de inefficiënte, lusteloze en slecht betaalde groep van electriciens waaraan hij leiding geeft. Hij komt binnen met zijn Colgate glimlach en vraagt hen: “Hoe gaat het met dit strijdlustig collectief?”, terwijl hij een of andere spoedklus of een nieuwe bureaucratische absurditeit aankondigt. Lindoro Incapaz is niet de karikatuur van een bedrijfsleider, maar veeleer de optelsom van velen van hen, het humoristische portret van diegenen met enige bevoegdheid.
De laatste tijd moest ik regelmatig denken aan de dikke manager en zijn triomfalistische taal. Midden in een griep, veroorzaakt door de regen die binnenkwam via alle ramen van mijn huis, hoorde ik via mijn kleine door een dynamo aangedreven radio veel incapabele Lindoro’s. Ze spraken uitgerekend van een “strijdlustig collectief”, daar waar ik slechts wanhopige gezichten zie. Zij riepen op tot kalmte en weerstand, vanuit hun dikke nekken, vanuit hun droge auto. Enkelen, met de meeste macht en zonder zich persoonlijk te laten zien op de rampplekken, deden een poging om, via een telefoonlijn, beloften te doen die net zo hol en leeg klonken als die van het satirische personage.
Onze incapabele Lindoro’s willen niet erkennen dat de noodsituatie, ontstaan door Gustav en Ike, niet alleen het gevolg zijn van sterke wind en regen, maar ook van de rampen op het gebied van productie en huisvesting, die het eiland al daarvoor omlaag sleurden. Vanochtend, na twee uur in de rij te hebben gestaan, kon ik vier pond zoete aardappelen en een stuk fruta bomba*** kopen, zonder in de rij enig soort bedrijfsleider te ontwaren. Voor varkensvlees moeten we om de beurt in de vroege ochtend in de rij staan. In de winkels die alleen CUC**** accepteren stinken de lege koelkasten door rottend kippen- en varkensvlees. Het thema voeding heeft een grote impact en, ook al doorstond mijn huis de harde wind en is er in mijn omgeving geen grote schade aangericht, de mensen vragen alleen om eten. De stijging van de brandstofprijzen heeft er al toe geleid dat de private taxichauffeurs hun prijzen verdubbelden, zodat wij, voor het traject dat eerst tien peso’s kostte, nu twintig betalen. Maar de televisie laat deze kant van de crisis niet zien, slechts een energiek en “strijdlustig” volk, dat vertrouwen en hoop laat doorklinken voor de camera’s.
Wat zullen de incapabele Lindoro’s doen als de leuzen, die vandaag tegenover journalisten worden gescandeerd, veranderen in uitlatingen van onvrede en protest? Verstoppen zij zich dan – met een voedselvoorraad – in hun aktetassen?
Voetnoot van de vertaler:
* in het Nederlands: professor Kippenkop of Kippenhersens
** in het Nederlands: incapabele Lindoro
*** Fruta bomba is het Cubaanse woord voor papaja. ‘Papaya’ wordt in Cuba gebruikt als een (zeer) vulgaire benaming voor het vrouwelijke geslachtsdeel. Als u in Cuba bent en zin hebt in papaja, doet u er dus goed aan om “fruta bomba” te bestellen.
**** CUC is de omwisselbare peso, ingevoerd voor de toeristenindustrie: voor meer informatie over het Cubaanse duale monetaire systeem, zie ook Uit dezelfde zak en de Engelstalige voetnoot bij Cyber-mutilated.
De belangrijkste meteoroloog van de Cubaanse televisie, José Rubiera, kondigde aan dat er geen nieuwe tropische storm of orkaan zich heeft gevormd boven de Atlantische Oceaan. Een zucht van verlichting golfde over de ruim honderd elfduizend vierkante kilometer van dit eiland. In ieder geval zal de cycloondoorgang waarin we zijn veranderd een pauze van een paar dagen nemen. Met dit weerbericht is het verdriet en de angst dat we hebben voor de nabije toekomst niet weggenomen. Ondanks de overwinningsretoriek die onze televisiejournaals laten horen, waarin men spreekt van een “orkaan van herstel”, zijn de Cubanen zeer ongerust.
Aan de ene kant zijn alle illusies van degenen die hoopten op een economische opleving in de komende maanden in een klap weggevaagd. We nemen afscheid van een aantal producten zoals bananen, mango, avocado’s, knolgewassen en citrusvruchten die pas over jaren weer op hun – nu al hoge – prijsniveau zullen zitten. Na vier dagen zonder elektriciteit en zonder toevoer van water, wachten wij, bewoners van 144 appartementen in mijn gebouw, nog altijd op gratis levering van drinkwater en enige gesubsidieerde distributie van voorverpakte levensmiddelen. Sommige hebben hun ontevredenheid vanaf hun balkon geschreeuwd, waarop ik antwoordde met een provocerend “Viva Raúl!”, wat me bijna een lynchpartij kostte.
Zelfs de markt waar gerekend wordt in toeristenpeso’s, met zijn vetgemeste prijzen, kan de vraag van wanhopige Havaneros niet aan. Orkaan Ike heeft nog maar eens blootgelegd welke diepe sociale verschillen er zijn tussen degenen die beschikken over reservevoedsel, houten planken en batterijradio’s en zij die uitsluitend afhankelijk zijn van overheidssteun. De eerder opgedane ervaringen hoe na verloop van maanden hulp van de overheid aan slachtoffers van natuurrampen wegebt, maken dat mensen geen beloftes willen, maar directe oplossingen. De hebberigheid om nu te grijpen wat morgen misschien niet meer aangeboden wordt leidde ertoe dat de inwoners van een gemeente van Pinar del Río zich met machetes bewapenden om de 100 asbestcementen platen op te eisen, die vanaf een vrachtwagen werden uitgedeeld.
Zij, die er alles aan moeten doen om de humanitaire hulp aan Cuba toe te laten, kennen geen nederigheid. Een zeer welkome maatregel zou zijn als de Nationale Douane geen belasting meer zou heffen over alle medicijnen, kleding en levensmiddelen die geëmigreerde familieleden willen sturen. In plaats daarvan zien wij, Cubanen, ons te midden van de cycloon geconfronteerd met een stijging van de brandstofprijzen en van een aantal primaire levensbehoeften. Men weigert steun zonder rekening te houden met de mening van het volk en staan toe dat de ene partij inspecties uitvoert terwijl die mogelijkheid aan anderen wordt geweigerd. Het beeld van een Venezolaanse militair die in Cuba is aangekomen om “de schade te inspecteren” – letterlijke woorden – contrasteert met de botte weigering aan landen van de Europese Unie (met uitzondering van Spanje en België) of de Verenigde Staten.
De vragen van dit moment zijn: Wat is de prioriteit van de Cubaanse regering: politieke principes of het welzijn van degenen die alles hebben verloren? En: wat wil de Amerikaanse regering liever: voldoen aan de formele eisen van de inspectie, of dat de hulp daadwerkelijk de slachtoffers bereikt? Wij, burgers, gaan niet zitten wachten totdat beide regeringen het eens zijn. Diplomatie van het volk kan hen verrassen door sneller en efficiënter op te treden.
Mijn oma verborg jouw beeltenis in de voering van haar bh, terwijl mijn moeder nog steeds gebukt ging onder het masker van het atheòsme. Wij, de meisjes thuis, leerden om jou te aanbidden zonder jouw naam te kennen, in vervoering door de vergulde pracht van jouw mantel. Voordat wij wisten hoe men jou noemde in een of andere godsdienst, noemden wij je gewoon: Cachita.
Jij bent het enige onderwerp waarover wij Cubanen het eens zijn. Je slaagt erin om zowel de mensen om je heen te verzamelen die thuis naar jou baden toen men niet naar de kerk kon gaan in de jaren van antireligieuze woede als die mensen die, net als ik, niet weten of zij eerst de linker- of de rechterschouder moeten aanraken als zij een kruisje slaan.
Vandaag zouden we, net als andere jaren, zonnebloemen hebben moeten kopen en met jouw beeld door het centrum van de stad moeten paraderen, maar de orkaan Ike heeft jouw dag overschaduwd. De omgeving rond de Golf van Nipe, waar men 396 jaar geleden jouw beeld vond, wordt overspoeld door wind en regen. Een intensief gebed rijst op uit huishoudens over het hele eiland: “Bevrijd ons van alle kwaad en de bedek met jouw beschermende mantel ons verscheurde land”.
Wij zijn altijd op zoek naar enthousiaste mensen. Als je graag mee wilt werken aan de vertalingen van de bijdragen van Yoani, stuur ons dan een bericht op geny.nl@gmail.com.
We zien jouw bericht graag en met interesse tegemoet!