• Generación Y is een blog, welke is geïnspireerd door mensen zoals ik, met namen die beginnen met een "Griekse Y" of waarin deze voorkomt. Geboren in het Cuba van de jaren '70 en '80, gekenmerkt door de plattelandsscholen, de Russische poppen, illegale emigratie en frustratie. Daarom nodig ik in het bijzonder Yanisleidi, Yoandri, Yusimí en Yuniesky uit en alle anderen die hun "Griekse Y" meeslepen en die mij lezen en schrijven
  • Español      inglés     polaco     francés     alemán      italiano      lituano      japonés      chino      Portugués      Checo      Búlgaro      Finlandés     

Foto: Orlando Luis Pardo Lazo

Ik zat vandaag net te dubben over een nieuw artikeltje, nadat ik een documentaire had gezien over ruïnes van recente datum. Onder de titel “Unfinished spaces” werden getuigenverklaringen getoond van verschillende architecten en studenten die betrokken waren geweest bij de bouw van de Kunstacademie ISA. Allen spraken uitgebreid over de oorspronkelijke schoonheid van het project, het vernieuwende aan de structuur en de passie om zowel de vorm als het creatieve daarin te laten samenkomen. Maar ze hadden het ook over het stilleggen van de bouw van sommige van de faculteiten, die nooit werden afgebouwd. Zo zat ik dus te denken aan zuilen, bakstenen en daken begroeid met onkruid, toen iemand me belde om te vertellen dat er in het centrum van Havana een gebouw was ingestort. In de straten Infanta en Salud kon een gebouw van drie verdiepingen niet langer overeind blijven en kwam in de nacht van dinsdag 17 januari naar beneden.

Ik herinnerde me meteen hoe vaak ik niet langs dat blok was gelopen en mijn pas had versneld vanwege de slechte staat van de balkons en de muren. Ik riep al die momenten weer in herinnering, waarop ik me had afgevraagd hoe het mogelijk was, dat een huis dat zo duidelijk op instorten stond nog steeds bewoond werd. Voor de bewoners van dat gebouw kwam de prijsverlaging van bouwmaterialen, die net een paar weken geleden was aangekondigd, te laat. De schade aan het skelet van het appartementengebouw kon niet meer worden hersteld, want het was het gevolg van de laksheid van de overheid en van het al tientallen jaren durende gebrek aan verf, cement en ander bouwmateriaal om het te repareren. Het gekraak dat te horen was, voordat de vloer het begaf en de muren instortten, maakt deel uit van het architectonisch gerochel van een wijk met prachtige huizen, maar in terminale staat.

Tot nu toe hebben de officiële media 3 doden en 5 gewonden bij de instorting in de Infanta straat gerapporteerd. Mensen die de laatste jaren van hun leven doorbrachten met naar boven kijken en inschatten hoe lang de balken van de zoldering het nog zouden houden, bang voor wat uiteindelijk ook gebeurde. Hoeveel anderen zijn er nog in deze stad die morgen hetzelfde lot beschoren is? Welke dringend noodzakelijke oplossing zal er worden aangedragen zodat dergelijke tragedies niet langer deel uitmaken van ons dagelijkse leven? We zullen geen antwoord accepteren in de stijl van “de kwestie wordt onderzocht om geleidelijk tot een oplossing te komen”. En ze moeten er ook niet bij ons mee aankomen, dat het de schuld is van de bewoners zelf, die te lang zijn blijven wonen in een onbewoonbare woning. Waar hadden ze dan heen kunnen gaan? In plaats daarvan eisen wij dat er gebouwd wordt, gerepareerd wordt, dat men ons beschermt. 

Comments No Comments »

Militaire rangen, sterren, onderscheidingen van groot of minder groot belang: decoraties die verwijzen naar een glorieus verleden. Samen met de boeken die op de Plaza Vieja worden verkocht – en de ansichtkaarten met het gezicht van Che – hebben wij hier de grootste handel in medailles van het land. Terwijl in Oost-Duitsland het verhandelen van onderscheidingen pas op gang kwam na de val van de Muur, gebeurt het hier onder de ogen van degenen die nog altijd dergelijke versieringen op hun revers dragen. Veel van de arbeiders van het eerste uur, gemutileerde soldaten en actieve strijders die deze onderscheidingen kregen wisselen ze nu liever in voor harde cash. Ze verpatsen het object dat hen onderscheidde als sociale rolmodellen.

Op een rood kleed, zonder enige opsmuk, worden de emblemen van een land, dat bekneld zit tussen diploma’s en badges, tentoongesteld. Het is onze Sovjet erfenis, deze lange rijen met oorkondes, distincties, olijftakken, lauwerenkransen van geboend staal, certificaten, roodgeschilderde hamers en sikkels en wapenschilden van de republiek, in zink gedrukt. Parafernalia van erkenning, geschoeid op de kitscherige en opgeblazen leest van het Kremlin. Toentertijd wilde niemand gezien worden zonder zijn decoraties, omdat deze onderscheidingen omgezet konden worden in voorrechten en privileges. Bij het uitdelen van koelkasten of wasmachines kwamen alle gegadigden voor het huishoudelijk artikel met de shirts vol onderscheidingen. Zo’n bijeenkomst werd dan al snel een ring van merites, een carnaval een overdreven heldendaden. Maar dat is lang geleden…

Terugkijkend vanaf het zo sceptische 2012, roept de esthetiek van de speldjes een mengeling van nieuwsgierigheid van verwondering bij ons op. Enkele daklozen in het oude centrum van Havana hebben zich ermee uitgedost in de hoop dat toeristen hen wat geld toestoppen. Daarnaast liggen dergelijke relikwieën stof te verzamelen in ontelbare lades als gevolg van onverschilligheid of desillusie van de ontvanger. Anderen – dat spreekt voor zich – zijn geld waard. Ze worden verkocht op de antiekmarkt, samen met muntstukken uit de 19e eeuw en 80 jaar oude Leica camera’s. De kopers wegen de medailles, dingen af bij de verkoper, om uiteindelijk af te zien van de koop of zich het koude metaal toe te eigenen, het metaal dat zowel bravoure als mislukking, schittering als verval in zich herbergt.

Comments No Comments »

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van : www.nazanin.es

De laatste keer dat Mahmoed Ahmadinejad voet zette op Cubaans grondgebied was het nieuws rond de ziekte van Fidel Castro slechts enkele weken oud en gonsde het van de geruchten. Die september in 2006 was de Iraanse leider er getuige van hoe het voorzitterschap van de Beweging van Niet Gebonden Landen werd overgedragen aan een staatshoofd dat fysiek niet meer in staat was die rol te bekleden. In plaats van naar de Máximo Líder, luisterde men in het Congrespaleis naar een toespraak van zijn jongere broer, terwijl in de wandelgangen en voor de camera’s officiële woordvoerders voorspelden dat de Opperbevelhebber zeer snel weer zijn opwachting zou maken. Maar ze logen. Op de laatste foto van het evenement – op het gras en onder een speelse zon – zijn de aanwezige regeringsleiders vastgelegd, maar ontbreekt de belangrijkste gastheer. In het licht van vandaag, had de foto een bijna voorspellende waarde omdat de afbeelding het verlies van de internationale politieke hoofdrol markeerde van die vroegere guerrillastrijder.

Ahmadinejad is nu teruggekeerd voor een nieuw kiekje. Deze keer zal hij worden genomen achter gesloten deuren, met nauwelijks enige getuigen, en op een plek waar Fidel Castro zich ophoudt en zijn lange columns schrijft. Er is veel veranderd voor hen allebei in de afgelopen vijf jaar. De eerste zit midden in stijgende spanningen met Washington en heeft zelfs gedreigd de Straat van Hormuz af te sluiten; de tweede waart rond in de geleidelijke afkalving van zijn imago in binnen- en buitenland en heeft veel verloren van de verhevenheid die hij ooit bezat.

De politieke gangmaker die in 1962 – tijdens de Cubaanse Raketcrisis – op het punt stond om de Derde Wereldoorlog te ontketenen, ontvangt vandaag de Perzische leider die deel kan uitmaken van het volgende conflict. Beiden hebben dringend dit nieuwe familieportret nodig. De ene om te bewijzen dat hij zo alleen staat als de Amerikaanse diplomatie wel wil doen geloven en de andere om aan te tonen dat hij nog niet dood is ondanks geruchten in de social media. Maar de foto zal bijna in sepiakleur zijn, nu de kleur groen afwezig is, het groen dat voor beiden een ongemakkelijke tint is geworden gedurende de voorbije vijf jaren. Voor Fidel Castro is het een herinnering aan wat hij was, het uniform dat een belangrijk deel van zijn macht uitstraalde, terwijl het voor Ahmadinejad het beeld oproept van protesterende jongeren op straat, aan de jonge vrouw Leda en aan de zomer van 2009.

Voetnoot van de vertalers:

* De titel is een nauwelijks vertaalbare woordspeling die verwijst naar een regel uit een beroemd gedicht van Federico García Lorca: “Verde que te quiero verde”. Het gedicht heet Romance sonámbulo (‘Slaapwandelaars romance’).

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van: www.jazzconexion.com

De zanger zingt één van zijn oude nummers op het podium. Het publiek dromt samen, herhaalt het refrein, beweegt in een delirium. Deze week hebben we genoten van één van de vele festivals van troubadourmuziek die deze keer is begonnen in de provincie Santa Clara. Met thema’s die lopen van het romantische tot de meest omstreden sociale kwesties, gaf het evenement ons de gelegenheid om vrolijke premières en overbekende composities te beluisteren. Muzikale creaties die hun gouden tijd hadden in de jaren zeventig, maar die nu terrein verliezen ten opzichte van commerciëlere en luidere melodische vormen. De meeste jonge mensen willen niet luisteren naar teksten van protest of dagelijkse kroniek, liever willen ze ontspannen en genieten, een ochtend de realiteit verlaten. Men gaat naar de discotheken om te ontsnappen aan de buitenwereld, niet om die te onthouden. Daarom is die muziek van uitgesproken ideologische snit – waarin men zinspeelt op de nieuwe mens en de maatschappij die deze zou bewonen – in de koffer van de vergetelheid geworpen.

Ondanks het verlies van populariteit, zijn er nog tientallen die het troubadourslied koesteren in Cuba. Ze zingen voor mensen die liever het dagelijks leven en zijn ongerijmdheden overdenken in plaats van weg te vluchten naar een andere dimensie. We zijn ook nog met velen die nog steeds huiveren bij de teksten van Silvio Rodríguez, ook al worden we gescheiden door een afgrond van politieke opvattingen, een kloof van filosofische posities. Wel, wanneer we onze muzikale – of literaire – bibliotheek organiseren, hebben we geleerd dit bij voorkeur niet volgens partijvoorkeuren te doen… zo niet, dan zouden we lijden onder het trieste verlies van vele auteurs.

Afgezien van de kwaliteit van zijn akkoorden of verzen, zoekt een groot deel van het publiek in het troubadourslied de capaciteit om vroegere momenten te herbeleven: de eerste liefde, de intieme dans, de moeilijke jaren, die dag van de eerste kus of het concert waar we een heel speciaal iemand leerden kennen. Het wordt gebruikt voor het oproepen van de herinneringen, zoals een Proustiaanse Magdalena die via de oren bij ons binnen komt in plaats van via het gehemelte. Wanneer de zanger verschijnt met zijn gitaar in de hand, zal hij in werkelijkheid een daad van herinnering met ons uitvoeren: hij zal ons terugvoeren naar die tijden waarin we zo jong waren, toen de Nueva Trova (het Nieuwe Troubadourslied) nog niet verkleurd was door het zuur van de werkelijkheid.

Comments No Comments »

Deze januari lijkt op oktober, juli, november of welke maand dan ook, behalve op de eerste maand van het jaar. Als iets normaal gesproken het begin van het jaar karakteriseert is dat plannen maken, kijken naar wat komen gaat en voorstellen doen die uiteindelijk toch niet worden uitgevoerd. Omdat we zijn grootgebracht met toekomstvoorspellende leuzen, zijn we terughoudend om vandaag over morgen te spreken. Uitgeput van het dromen over een verre toekomst over vijf of tien jaar willen we ons volgende week niet eens meer voorstellen. Daarom verblijven wij in het hier en nu, een directheid die geen blik vooruit toestaat. We leven in het moment, want we hebben al te lang gedroomd over een tijd ver weg, een tijd die alleen in de speeches en de boeken bestond.

De volgende partijconferentie van de Communistische Partij wordt ook gekenmerkt door de scepsis over wat komen gaat. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er, door het lage verwachtingspatroon dat de Cubanen van de conferentie op 28 januari hebben, nauwelijks over wordt gesproken op straat. De magere commentaren beperken zich tot de zekerheid dat “er toch niets gaat veranderen” of aan het kleine sprankje hoop dat “het de laatste kans is voor de historische generatie”. Met minder dan drie weken voor het begin van de conferentie loopt zelfs de staatstelevisie niet warm voor het evenement. In de rangen van de Partij bestaan er evenmin illusies en meerdere mensen zullen hun kaart inleveren wanneer de bijeenkomst te weinig resultaten oplevert. Het beetje tijd dat gekocht is met het Partijcongres in april 2011 begint op te raken. Er is haast geboden met de politieke hervormingen en zelfs de meest trouwe supporters van het regime beginnen te wanhopen.

Het meest onwaarschijnlijke en daarmee het meest gewenste resultaat van deze conferentie is dat de zorg voor de natie boven het partijbelang wordt geplaatst. Maar dat zou hetzelfde zijn als vragen aan de Communistische Partij of ze zelfmoord wil plegen en dit zal ze natuurlijk nooit doen. Ze gaat geen openingen creëren voor burgerparticipatie zonder uitsluitingen, net als ze het strafbaar stellen van afwijkende meningen niet zal afschaffen. Daarin zit de macht. De hervormingen zouden zo duidelijk moeten zijn en de verandering in de politieke discussies zo sterk, voordat er, in plaats van simpele aanpassingen, een gum en een schone lei nodig zou zijn. Maar dit zullen ze zeer waarschijnlijk weigeren. Want sinds lange tijd lijkt januari niet meer op januari, en revolutionairen gedragen zich niet als zodanig. De toekomst is slechts toebedeeld aan waarzeggers en waarzegsters.

Comments No Comments »

“Toen ik vroeger van je hield, was dat vanwege je haar,
nu je kaal bent, houd ik niet meer van je.”
Kinderversje

Ze was om 6 uur wakker geworden om zorgvuldig haar haar flink uit te borstelen met de stugge varkensharen borstel, waarvan de steel afgebroken was. Haar haardos was zo lang dat hij bijna tot haar middel reikte, maar nu borstelde ze het voor de laatste keer glad, een finishing touch ten afscheid. Voor het einde van het jaar verruilde ze haar golvende manen voor een beetje geld, waarmee ze Kerst kon vieren. “Inkoop van haar” stond te lezen op de deur in de nauwe gang waar ze zonder er verder nog veel over na te denken naar binnen ging. Twee kapsters taxeerden haar lokken op basis van de lengte in centimeters, de volheid van de bos en vooral op hoe goed het verzorgd was. Ze kwam daar vroeg in de ochtend aan met een lange wrong en ging er na de middag weer weg met nauwelijks een paar pluisjes achter de oren. Maar in ruil daarvoor kreeg ze een interessant bedrag converteerbare peso’s, waarmee ze varkensvlees, cider en tomaten kocht en ze haar moeder hielp zodat die haar kunstgebit kon laten repareren. “Het groeit wel weer aan”, troostte ze haar vriend toen hij haar voor het eerst zag na de kaalslag. “Ik had last van hoofdluis en heb het kort laten knippen”, loog ze tegen hem.

De markt voor hoofdhaar is groeiende in een land dat heen en weer geslingerd wordt tussen de eisen van het schoonheidsideaal en materiële problemen. Een groot deel van de gedurfde kapsels die men in de late uurtjes in Havana op straat ziet, zijn tot stand gekomen door middel van extensies en valse haarstukjes. Kopers met ruimere beurs zoeken naar lokken die niet geverfd zijn en vooral afkomstig van jonge vrouwen. Sommige van die handelaren reizen ervoor tot in de kleine dorpjes, omdat ze wel weten dat ze daar de handelswaar tegen lagere prijzen kunnen vinden net zoals de eventuele verkoopsters, omdat die zich in wanhopiger omstandigheden bevinden. In handen van stylisten worden die zogenaamde ‘lokken’ zoals ze genoemd worden, lokje voor lokje vastgehecht op het hoofd van de ontvanger in een proces dat uren in beslag neemt. Hoewel er ook synthetisch haar wordt gebruikt, zijn natuurlijke lokken zeer gewild en brengen een betere prijs op. Ze worden geïmporteerd uit Florida, Ecuador en Mexico en het blijkt een terugkerend verzoek te zijn om ze mee te nemen als familieleden naar het buitenland reizen.

Het enige economische kapitaal van veel vrouwen in dit land ontspruit nu aan hun schedel. Als de situatie moeilijk wordt, is er altijd wel iemand die geïnteresseerd is in het kopen van hun haar, in het ruilen van veel geknip met de schaar tegen geld.

Comments No Comments »

Afbeelding overgenomen van: www.msnbc.msn.com

In oktober stierf Laura Pollán, in een obscuur hospitaaltje op een druilerige dag, in een jaar dat al mank was geboren. In de eerste maanden kwamen de politieke gevangenen van de Zwarte Lente vrij en krantenkoppen in binnen- en buitenland schreven deze gebeurtenis op het conto van de Katholieke Kerk en de Spaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Daarmee bagatelliseerden ze de rol van de strijd van de Witte Dames, van de protesten op straat, van de hongerstaking van Guillermo Fariñas en de ophef die ontstond door de dood van Orlando Zapata Tamayo. April, de wreedste maand, bracht ons een congres van de Communistische Partij die zich alleen met economische thema’s bezig hield, liever sprak van “bijstellen” in plaats van “hervormen” en de macht van de dynastische Cubaanse troon consolideerde.

Augustus, met zijn hondsdagen en schaarste, was niet heel anders. Waar blijven de hervormingen?, vroegen velen zich af. Men moest tot oktober wachten voordat deze begonnen door te druppelen. We mochten tweedehands auto’s kopen, maar ons nog altijd niet vrij verenigen of ongestraft onze mening geven. Toen was daar de meest gewaagde Raulistische maatregel: het werd mogelijk om een huis te kopen of verkopen, hoewel de meest bescheiden woning nog 45 jaarsalarissen kostte. Er was iets van beweging in onze gedurende decennia gemummificeerde samenleving, maar de beweging was zo langzaam dat ze wanhopig maakte. Half december hoorden wij dat meer dan 66 duizend Cubanen de nationaliteit had aangenomen van hun grootouders uit de Spaanse provincies Asturias, Canarias, Galicia… men bleef zoeken naar vluchtroutes. De wanhoop was niet zozeer af te voelen in de straten, maar wel in de lange rijen voor de consulaten.

De totale grondoppervlakte voorbestemd voor vruchtgebruik groeide, maar de prijs van voedsel groeide tegelijkertijd buiten proportie. De pers had het over vooruitgang, maar de werkelijkheid gaf stagnatie aan. De privérestaurantjes verschenen in alle wijken met hun menukaarten vol kruidige gerechten en hun zorgen of ze nog een tijdje open mochten blijven. Het dofstomme koor van het Nationale Parlement bevestigde dat het land in 2012 meer geld nodig zou hebben om levensmiddelen te importeren die we net zo goed zelf hadden kunnen verbouwen. En de langverwachte hervormingen op het gebied van migratie werden ons weer eens door de neus geboord, voor de zoveelste keer.

Op de avond van Sint Silvester hoorde je in weinig huizen feestrumoer of muziek, althans in Havana. Maar ik voelde een opluchting dat dit jaar zou eindigen. Dat dit hele 2011, met zijn door de propaganda opgeblazen vooruitgang en verzwegen tegenslagen, voor eens en altijd ophield.

Comments No Comments »

Mijn kleine eindejaarshommage aan de forumbezoekers

Water valt van het balkon*. Het is twaalf uur ’s nachts en luidruchtige watervallen storten zich langs de ramen en deuren die uitkomen op de straat en binnenplaatsen. Het is de overstroming van een langzame schrobbeurt, het restant van een nationaal bad van uitgestorte emmers en zonder zeep. Het slecht gewassen lichaam van het land, met viezigheid hier en frustraties daar, ruikend naar zweet maar nog wel met de koketterie van met talkpoeder bestreken oksels, parfum om de stank te maskeren en een elegante zakdoekje om het voorhoofd te deppen. Als deze stortvloed kon praten, als ze in plaats van op het asfalt en nieuwsgierigen te spetteren, iets zou zeggen. Het zou een schreeuw zijn, een doodsrochel. Water is het eeuwige ingrediënt geweest van iedere 31 december, de meest constante. Zelfs toen het varken, de tomaten ontbraken of een pak rijst een half maandsalaris kostte, hadden we nog altijd die zo elementaire en complexe vloeistof om al onze woede, frustratie en angst mee weg te spoelen. Ouders spreidden het eten over het bord om het meer te laten lijken, maar als het moment daar was om de emmer te pakken en haar inhoud het duister in te gooien, werd er niet bezuinigd. Ze was vol, tot over de rand, net als onze verveling.

Een paar dagen geleden legde een wetenschapper in witte overjas op tv uit dat water herinneringen opslaat, dat het de indrukken en uitstulpingen van zijn omgeving bewaart. Vandaar dat de emmers vol die iedere nacht van Sint Silvester over onze gevels lopen, ons verraden. Als je ze onder het speurende oog van een microscoop zou kunnen leggen, zouden ze details onthullen in de vorm van roeispanen en vlotten. Moleculen in de vorm van een masker, van een rode kaart die sommigen van ons liever verstoppen achter in een la. Het toont onze ochtendgrimassen, het geluid van onze knokkels in de wasbak, het bubbelen van kokend water voor de kruidenthee. Elke druppel van die substantie vormt het meest complete dossier die men vandaag over ons zou kunnen schrijven. De reis door de leidingen, oud en verroest bij sommigen, nieuwe van plastic en teflon bij anderen. De kraan die gaat stromen bij een enkele draai of zo eentje die met draad is vastgedraaid zodat hij niet de hele nacht doordruppelt. En daarna vallend op het rooster van geborsteld staal dat velen hebben of verneveld door hoge druk boven de schone vaat van een of ander huis in Atabey.

Het kind dat wordt gewassen in een tobbe omdat het zeepsop daarna moet worden gebruikt om de vloer te boenen, en de bejaarde met kromme rug die een wagentje met jerrycans sleept van de waterpomp naar het krot waar hij woont. De massagestralen in een jacuzzi van een of ander hotel, de rust van de blauwe golfjes in zo’n zwembad die je alleen via Google Earth kan zien, verstopt als ze zijn achter hibiscusheggen en waakhonden van sommige residenties. Het is niet hetzelfde water. Opdrogend in een plak waaruit een straathond drinkt, een vochtvlek makend in dat ene plafond dat binnen een jaar zal instorten. Het water dat in een glas cirkeltjes maakt door de barse stem van een ondervrager in een cel van Villa Marista**. Wil je iets drinken? Heb je dorst? Vraag en de gevangene weet dat een slokje van “dat” hem misschien alles doet opbiechten of hem een vernietigende pijn in de maag geeft. Maar er bestaat ook die andere variant, fris, met ijsklontjes, die men ons aanbiedt bij binnenkomst in het huis van vrienden. De nieuwkomer wil weten of het water is gekookt, uit angst voor die amoebes die je jarenlang achtervolgen, maar hij loopt liever het risico dan zijn argwaan te tonen. Het water met honing en eiwit dat over onze schoenen loopt in een portiekje in de Calle Reina, omdat het kwade eruit gegooid moet worden, onverschillig of dit nu voetafdrukken of druppels achterlaat op straat.

En dan, gelijktijdig, zonder hiertoe door iemand te zijn geadviseerd of verordonneerd, nemen wij een glas of emmer en wachten we tot onze horloges aangeven dat het twaalf uur is. Het meest gesynchroniseerde en vrijwillige ritueel dat wij elk jaar uitvoeren, de doop waarmee we dit eiland klaarmaken voor de volgende twaalf maanden die voor de deur staan. Maar water volstaat niet, is niet voldoende om de aangekoekte resten af te wassen en te verwijderen. De zuivering is verre van compleet. We moeten haar elke 31ste december herhalen, ons best doen om de inhoud van onze containers gelijktijdig en precies op eerste seconde van de nieuwe dag te legen. Het plassen daar beneden blijven ons verraden, de waterstroom praat en in de minuscule atomen van waterstof en zuurstof blijft de stempel van ons verlangen zichtbaar. Het meest omvattende relaas van onze ambities zal gedurende de ochtend verdwijnen, verdampen zodra de zon opkomt.

Voetnoot van de vertalers:

* Het is een Cubaanse traditie om een emmer water uit het raam te gooien om middernacht van Oudejaarsavond. Hiermee wordt al het kwade van het verleden jaar weggespoeld.
** Hoofdkantoor van de veiligheidsdienst in Cuba.

Comments No Comments »


Comments No Comments »